Een zeldzame film die even meesterlijk als mislukt is

Tender Son: The Frankenstein Project

Regie: Kornél Mundruczó. In: 4 bioscopen.****

Toen Tender Son: The Frankenstein Project van het Hongaarse film-, theater- en televisie-enfant terrible Kornél Mundruczó (1975) vorig jaar tijdens het Filmfestival Cannes in première ging, waren de verwachtingen hooggespannen en de reacties op z’n zachtst gezegd nogal lauw.

Nu is Tender Son: The Frankenstein Project ook een vreemde en niet erg toegankelijke film, gebaseerd op een theatervoorstelling waarmee Mundruczó met veel succes door Europa toerde. Het is een losse bewerking van Mary Shelley’s Frankenstein-verhaal, al is het monster nu een tienerjongen die onbedoeld het slachtoffer lijkt van een sociaal experiment.

Hij trekt de aandacht van een filmregisseur (een rol van Mundruczó zelf, die zo ook commentaar kwijt kan over de manier waarop filmmakers van hoofdpersonen monsters maken). Als het joch tijdens een casting zijn tegenspeelster vermoordt, ontwikkelt zich een wonderlijke relatie tussen regisseur en acteur, die in het teken staat van medeplichtigheid: de relatie ontwikkelt zich tot die tussen een substituutvader en een onwillige zoon.

De boodschap van het oorspronkelijke verhaal van Mary Shelley staat nog als een huis: we kunnen geen monsters van mensen maken en ze dan verwijten dat ze zijn wie ze zijn. De klassieke horror heeft plaatsgemaakt voor de gruwelen van een grauwe post-Oostblokwereld, waarin niet alleen de hoofdpersoon als kind door zijn ouders is afgedankt, maar hele generaties verweesd zijn geraakt. Even monotoon als fascinerend, even meesterlijk als mislukt, is dit een van die zeldzame films die je kunnen bevangen en in de ban van het genie van de maker brengen.