'Dit Arabisch 1848 toont dat democratie en islam samengaan'

Opstand in Arabische wereld

Niet het Westen, maar Arabische jongeren moeten democratie brengen, zegt islamkenner Olivier Roy. In Saoedie-Arabië zijn petities het voertuig van onvrede. In Libië klagen Afrikaanse gastarbeiders over raciaal geweld na het inzetten van zwarte huurlingen door Gaddafi. Aanklager van het Internationale Strafhof begint onderzoek naar misdaden tegen de menselijkheid.

Olivier Le Roy photographed by Cindy Marler
Olivier Le Roy photographed by Cindy Marler Cindy Marler/Hollandse Hoogte

De vrees voor een islamistische overname van de volksrevolutie in Noord-Afrika, zoals in 1979 in Iran gebeurde, was groot de afgelopen weken. De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken waarschuwde voor de stichting van een islamistisch emiraat in het Libische Benghazi. Geert Wilders zei het hem na en herhaalde dat islam en democratie „als water en vuur zijn, intrinsiek tegenstrijdig”. Israël kijkt met zorg naar de Moslimbroederschap. Maar een islamistische machtsgreep is vooralsnog uitgebleven.

Olivier Roy stelt dat het Westen de recente ontwikkelingen in Tunesië, Egypte en Libië met een verouderde bril heeft bekeken: „Commentatoren gebruikten een dertig jaar oud model, gefundeerd op de Iraanse islamitische revolutie en gebaseerd op angst voor de islam.”

Volgens Roy is de revolutie in Noord-Afrika een „postfundamentalistische revolte”. De motor is niet Al-Qaeda of Iran, maar een jonge generatie die niet ideologisch, maar praktisch is, en seculiere doelen nastreeft. Vanuit zijn studeerkamer in het European University Institute in Fiesole bij Florence geeft Roy het ene na het andere interview.

Waarom is opstand uitgebarsten?

„Het is gericht tegen dictators die zichzelf hadden overleefd en al lang niet meer werden gewaardeerd. Het is een strijd tegen corruptie en voor democratische modernisering. Misschien nog wel het beste te vergelijken met de revolutiegolf die Europa in 1848 overspoelde. Het zal wellicht nu en dan stil vallen, er zullen terugvallen zijn, maar het proces is onomkeerbaar. En Al-Qaeda staat buitenspel in Noord-Afrika.”

Waar zijn de fundamentalisten gebleven? In Egypte, in Tunesië?

„Ze zijn grotendeels achterhaald door een omvangrijke postfundamentalistische generatie. De jongeren hebben kunnen zien wat een islamitische staat is. Ze hebben over Iran gehoord. Ze hebben begrepen wat in Afghanistan gebeurde. Ze houden niet van de manier waarop in Saoedi-Arabië de sharia wordt gehanteerd. De nieuwe, meer geschoolde generatie is politiek gemotiveerd, maar niet ideologisch. Ze willen democratie, maar zijn niet geïnteresseerd in macht.”

Waarom blijft de Moslimbroederschap in Egypte zo terughoudend?

„Het is een oppositiebeweging die niet in staat is om verantwoordelijkheid en leiding te nemen. Zij weten dat ze geen antwoorden hebben op de sociale en economische problemen van de bevolking. Het is een bourgeoisbeweging die de noden van de arbeiders niet kent. En ook binnen de Moslimbroederschap is sprake van een generatieconflict. De ouderen staan voor een autoritaire vorm van bestuur, een machtige staat, maar binnen een parlementair model. Zij zullen het achter de schermen op een akkoordje proberen te gooien met de generaals en de oude bureaucraten die vrezen hun invloed te verliezen. De jonge generatie binnen de Moslimbroederschap wil het volk in een democratisch systeem het laatste woord geven.”

U heeft het in uw werk over een geseculariseerde massa. Ze zijn toch niet ineens van hun geloof afgevallen?

„Nee. De nieuwe generatie is seculier in de zin dat ze niet geeft om religie. Het zijn veelal gelovige moslims, maar ze zien islam niet als een allesbepalende politieke ideologie. Het islamiseringsproces is voortgegaan in het Midden-Oosten. Het is overal. Er is islamitische mode, islamitisch fastfood, islamitisch bankieren. Juist doordat alles is geïslamiseerd is het ook nergens. Het is steeds minder politiek, de politieke islam is gebanaliseerd. Net als westerlingen kunnen moslimjongeren veel meer religieus shoppen. Er zijn steeds meer vormen van religiositeit mogelijk binnen en buiten de islam. Arabische jongeren beginnen geïnteresseerd te raken in christendom, in soefisme, in oosterse religies. Het staat in de kinderschoenen, maar het toont aan dat de religieuze markt is geopend. De fundamentalisten hebben het monopolie op het religieuze woord in de publieke ruimte, dat zij in de jaren tachtig hadden, verloren.”

Respect, waardigheid, keuzevrijheid is volgens u wat men wil? En niet een politieke islam?

„Neem de jongeman in Tunesië die zichzelf uit protest verbrandde. Waarschijnlijk een moslim. Maar zijn daad was geen religieus protest. Het was een schreeuw om meer mensenrechten, geen islamistische zelfmoordactie. De mensen die demonstreren, maken geen deel uit van politieke partijen of stromingen. Ze zoeken niet eens politieke macht. Je moet die roep om respect en democratie zien binnen het raam van mensenrechten en individualisering.”

Wat zegt dit voor Israël en de VS?

„De grote verrassing is dat er voor het eerst in zestig jaar geen slogans te zien zijn tegen VS-bemoeienis of tegen de zionisten. Dat wijst op politieke volwassenheid. De Amerikanen zijn blij. De Israëliërs voelen zich ongemakkelijk. Er bestond een koude vrede die Israël de kans bood zich als enige democratie in de regio te manifesteren. Dat verandert nu. Israël zal op termijn worden geconfronteerd met Arabische democratieën, Arabische publieke opinies met nieuwe vormen van nationalisme. Er zal spanning ontstaan, maar het conflict zal niet verergeren. Ik verwacht uiteindelijk echte onderhandelingen. Niet meer die achterkamertjesafspraken tussen een groepje oude leiders.”

Al-Qaeda meldde op internet dat het de revolte steunt. Dus we hebben de VS, Europa en Al-Qaeda die de opstandelingen steunen. Verwarrend?

„Al-Qaeda steunt de beweging in Noord-Afrika helemaal niet. Het zegt enkel dat verzet tegen de dictators goed is. Maar Al-Qaeda verwijt de betogers dat ze door de islam niet centraal te stellen de verkeerde richting op gaan. Ook Iran zegt dat het de demonstraties steunt, maar niet de aard van de demonstraties.”

Verandert deze revolutie de rol van Al-Qaeda in het Midden-Oosten?

„Al-Qaeda is een marginaal fenomeen in het Midden-Oosten. Het vecht in Pakistan, Afghanistan, Somalië en Jemen en in het Westen. Maar niet in Palestina, in Irak is het verdwenen, in Egypte bestaat het niet, in Noord-Afrika zit het alleen in de woestijn. Om weer een rol te spelen moet het wat doen, een terroristische aanval ergens.”

Wat zijn de do’s and don’ts voor Europa in deze fase?

„Het Westen moet de bril afzetten om de islam altijd weer als een gevaarlijke vijand te zien, zoals we al dertig jaar doen. We moeten stoppen met het wantrouwen van de Arabische jeugd. Helpen bij de overgang naar democratie, zonder te veel te interveniëren. We moeten de conversie ook in economische termen ondersteunen en helpen bij de bestrijding van corruptie. Maatregelen als het sluiten van het luchtruim boven Libië zijn heel riskant. Die kunnen ertoe leiden dat dictators in Arabische landen gaan roepen dat de jonge generaties gesteund worden door de Amerikanen. Dat kan een averechts effect hebben. Ik denk niet dat het Westen in deze fase een grote speler is in dit proces. Het is de beweging zelf die het doet. Deze nieuwe generatie is heel volwassen, dat is indrukwekkend. Het Westen moet sympathiek zijn. Het is geneigd een democratie pas te gaan steunen als die is ontstaan, achteraf, dat moet nu anders.”

Wat is uw boodschap aan anti-islampolitici als Wilders die angst voor fundamentalisme voeden?

„Wat in Noord-Afrikaanse landen gebeurt, toont aan dat democratie en islam helemaal niet tegenovergesteld zijn en best kunnen samengaan. Deze nieuwe generatie van internetmoslims die de democratie steunen bestaat ook in Europa. Mijn boodschap is dat de ontwikkelingen in Egypte en Tunesië aantonen dat de moslims zich aan de democratische en seculiere maatschappij aan het aanpassen zijn.”