De slachtoffers van de president kunnen rekenen op meneer Kessy

Het geweld in Ivoorkust grijpt om zich heen. In zijn hospitaaltje doet directeur Kessy wat hij kan. „We zijn gewend aan schotwonden.”

In de receptie staat een rij plastic stoelen op een goedkope blauwe tegelvloer. Hier wachten we tot de directeur per mobiele telefoon toestemming heeft gegeven voor een bezoek. Dan zwaait het te los in zijn scharnieren hangende deurtje van de administratie open. Het is de eerste keer sinds de crisis dat meneer Kessy een journalist ontvangt. De meeste buitenstaanders kunnen het ziekenhuis simpelweg niet vinden: het is een lokaal hospitaaltje zonder naambord in een doodlopende, ongeplaveide steeg.

Zo zijn er tientallen in Abidjan, een uitgestrekte stad van vier miljoen inwoners die in angst leeft voor de ordediensten. Iedere wijk heeft wel een paar klinieken, en de drie grootste stadswijken hebben ieder hun eigen universitaire ziekenhuis. Maar juist die hebben een slechte naam gekregen. Nadat onlangs een demonstratie van de oppositie bloedig was neergeslagen, kwamen de ordediensten de slachtoffers van hun ziekenhuisbedden lichten. De eerste hulpdienst van ten minste één ziekenhuis weigerde de gewonden op te vangen.

In dit hospitaaltje komen daarom veel mensen die puur vanwege hun noordelijke naam en afkomst door de ordediensten beschouwd worden als aanhangers van Alassane Ouattara, de winnaar van de presidentsverkiezingen in Ivoorkust eind november. Verkiezingen die Ivoorkust aan de rand van een burgeroorlog hebben gebracht. De ordediensten heten in de volksmond corps habillés – lijven in kleren, oftewel mannen in uniform. En de mannen in uniform staan achter de zittende president Laurent Gbagbo, die botweg weigert op te stappen. Tezamen zijn ze de baas.

De repressie van de ordediensten is zo geëscaleerd dat de rancune tussen beide kampen tot een hoogtepunt is gestegen. Het is bijna onmogelijk een overzicht van het dagelijkse doden- en gewondental te krijgen. Achter de gesloten deur van Kessy’s kantoor wordt duidelijk hoe lukraak het geweld kan zijn. Kessy wil eigenlijk alleen een foto laten zien van een 8-jarige jongen die per brommer binnengebracht werd met een schotwond. „De ingewanden hingen uit zijn zij”, zegt hij. „Hij keek vanaf een balkon naar militairen die iemand aan het schoppen waren. Een van hen keek op en schoot in de lucht.” Het jongetje overleed kort na aankomst in het ziekenhuis.

Kessy houdt alles bij met zijn digitale camera. Vooruit, hij laat een paar andere foto’s zien. Een donker voorhoofd met bloed rond een witte cirkel: „Deze vrouw kreeg een traangasgranaat tegen haar hoofd. Dat stukje wit is haar schedel.”

Een magere jongen met een bloederige rug vol granaatscherven. „Hij heeft het niet gehaald.”

Een man met kapot geschoten lippen. „Deze pechvogel werd geraakt toen hij zijn taxi aan het parkeren was.”

Een kale schedel vol brandwonden. „Deze jongen is door militairen van de Republikeinse Garde met zijn hoofd boven een vuur gehouden. Rond middernacht, tijdens de avondklok, hebben ze hem op straat gedumpt. Hij heeft zich verstopt tot het licht werd.”

De afgelopen week kreeg het ziekenhuis 56 gewonden binnen. Vier van hen overleden. „Voor de crisis hadden we zelden schotwonden. Nu zijn we eraan gewend”, zegt Kessy. In een van de kamers ligt een student die een kogel van een automatisch geweer in zijn enkel kreeg toen de ordediensten zijn plein opreden en in het wilde weg om zich heen begonnen te schieten. De jongen crepeert van de pijn. Er moet een echogram van zijn been worden gemaakt, maar de echograaf kon vandaag niet komen omdat de jeugdmilities van Gbagbo zijn woonwijk hebben gebarricadeerd. „Geef me een injectie”, smeekt de jongen. „Ik wil slapen.”

De milities, losgeslagen bendes die de ordediensten versterken, houden in sommige stadswijken in Abidjan mensen aan die ze ervan verdenken achter Ouattara te staan. Dat gaat er sinds een week steeds harder aan toe. „Een van onze verpleegsters was zaterdag ooggetuige van een incident waarbij een man een autoband om zijn nek kreeg, met benzine werd overgoten en in brand werd gestoken”, zegt Kessy gelaten. „Ze is echt een beetje getraumatiseerd.”

Bij het afscheid in de ongeplaveide steeg benadrukt meneer Kessy dat zijn ziekenhuisje „a-politiek” is. Iedereen wordt behandeld, zegt hij plechtig. Hij wil nog één ding kwijt: „Ik heb in november voor Gbagbo gestemd. Ik heb er spijt van.”