De roker lijdt vroegtijdig

opinext@nrc.nl

Rokers dwingen ons om kritisch te kijken naar de keuzes die we maken: „Wat betekent het goede leven eigenlijk voor mij?” Dat schreef Christianne Vink (‘Zo gek zijn die rokers nu ook weer niet’, Opinie, 1 maart).

Als huisarts in opleiding ben ik veel bezig met preventieve zorg. We maken risicoprofielen voor patiënten waarin we berekenen hoe groot de kans is dat ze aan hart- en of vaatziekten overlijden. Patiënten hechten eraan dat hun bloeddruk goed onder controle is, eventueel met medicijnen. Hun suiker wordt geregeld en ook het vetgehalte in het bloed, het cholesterol, wordt behandeld met medicijnen. Ze slikken bloedverdunners om de vaten op pijl te houden en gebruiken pufjes om wat meer lucht te krijgen.

Op één ding in het leven, echter, lijkt niemand invloed te hebben: het roken. Veel van deze behandelingen zouden niet eens nodig zijn als de patiënt stopt met roken. Mijn probleem met deze patiënten is ook niet dat vroegtijdig overlijden, maar dat zij vroegtijdig lijden. Op je vijftigste niet meer een strandwandeling kunnen maken en op je zestigste niet meer naar de huisartsenpraktijk kunnen lopen en dan pas op je zeventigste overlijden, noem ik vroegtijdig lijden.

Als niet-roker blijft het voor mij dan ook onbegrijpelijk hoe verslavend deze ‘aandoening’ is en patiënten geven dan ook letterlijk aan wel te willen, maar niet te kunnen stoppen. ‘Vandaag nog niet.’

Ik kan niet ontkennen dat het ook frustrerend is dat iemand zich zo passief opstelt en daarbij wel rekent op zijn drie maandelijkse recepten en jaarlijkse bloedcontrole, vier keer per jaar bloeddruk- controle en jaarlijks een grote check up van de arts.

Dus inderdaad: wat betekent het goede leven eigenlijk voor u?

Lotte van Wayenburg

Huisarts in opleiding, Leiden