De opheffing van de Opta verstoort marktwerking

Eén waakhond voor media en telecommunicatie is prima, maar zorg wel dat het toezicht op de telecom een eigen gezicht blijft houden, bepleit Paul de Bijl.

De oprichtingswet van telecomwaakhond Opta stelt dat Opta moet worden opgeheven als haar werk gedaan is. Volgens sommige commentatoren is die dag nabij. Telefonie, internet en televisie kennen voldoende marktwerking. Het werk dat rest, zou kunnen worden uitgevoerd door kartelkraker NMa.

Is dat zo? De komst van concurrentie bij bellen, televisiekijken en internettoegang heeft geleid tot nieuw aanbod, hogere kwaliteit van de verbindingen en lagere prijzen. Consumenten kunnen volop kiezen, maar zij beseffen niet dat dit grotendeels het gevolg is van het toezicht door Opta.

Opta bewerkstelligt dat diverse concurrenten toegang hebben tot het telefonienet. Ook waakt zij over de concurrentie met kabelaanbieders. Zonder deze afgedwongen toegang op het netwerk van KPN zakt de concurrentie in en stijgen de prijzen. Daarbij is van belang dat KPN al enkele concurrenten, zoals Tiscali en XS4ALL, heeft overgenomen.

De komende jaren wordt de concurrentie bedreigd door nieuwe, technologische ontwikkelingen, vooral de supersnelle glasvezelnetwerken. Deze zijn peperduur. De aanleg vergt grote investeringen. Deze zijn niet voor ieder bedrijf op te brengen, waardoor de markt dreigt terug te zakken naar een situatie met één monopolist, zoals de oude PTT. Verwacht daarom in de nieuwe situatie geen felle, ongereguleerde concurrentie tussen meer dan één netwerk. De marktstrijd neemt juist af als Opta buitenspel zou worden gezet.

Daarbij is het belangrijk om te waarborgen dat de netwerkeigenaar zijn concurrenten op dat net niet onheus behandelt door technische obstakels op te werpen. Bij minder aanbieders is de kans daarop groot. Op internet worden boodschappen en programma’s doorgegeven en bij computers afgeleverd zonder dat de neteigenaar zich bemoeit met de inhoud daarvan. Iedereen kan zonder de netwerkeigenaar toestemming te vragen een internetbedrijf starten.

Dankzij dit principe van netneutraliteit is internet een succes geworden. Open internet is nodig voor het ontstaan van nieuwe ‘Googles’ en ‘YouTubes’. Voldoende internetaanbieders zijn nodig om te waarborgen dat consumenten kunnen weglopen als ze ontevreden zijn. Regulering van toegang voor bedrijven tot telefoonnetten is daarvoor hard nodig.

Dat wil niet zeggen dat het toezicht op dezelfde manier georganiseerd moet blijven. In de afgelopen jaren is telecom nauw verstrengeld geraakt met internet en media. Spraak, sms, muziek, films en games gaan steeds meer digitaal, in pakketjes van nullen en enen, over internet. Het maakt daarbij niet veel uit of het een vast, mobiel of kabelnetwerk is.

De markt en de overheid eisen daarbij allebei een rol. Ze hebben elkaar nodig, om de verglazing van netwerken te versnellen. Zo is de gemeente Stockholm eigenaar van het glasvezelnet van de stad. De gemeente verhuurt een plek op het net aan bedrijven die elkaar daarop beconcurreren. Dat is bijna een déjà vu – een publiek nutsbedrijf, maar dan voor een supersnel netwerk met daarop concurrentie.

Tot nu toe is het Nederlandse beleid voor telecommunicatie en media los van elkaar georganiseerd. Het ministerie van Economische Zaken gaat over de telecom en het ministerie van Onderwijs over mediabeleid. Opta houdt toezicht op de telecommunicatiemarkt, het Agentschap Telecom beheert de frequenties en het Commissariaat voor de Media ziet toe op naleving van de Mediawet. De verstrengeling van telefoon, internet en media heeft korte metten gemaakt met dit tijdperk.

Wat nu moet gebeuren, is het bij elkaar zetten van deze toezichthouders. De taken lopen door elkaar. Eén waakhond krijgt meer gedaan. Deze geïntegreerde toezichthouder kan als aparte kamer worden ondergebracht bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), als de nieuwe telecomtoezichthouder maar een eigen gezicht en gereedschap behoudt.

Het is verstandig om goed te kijken naar voorbeelden in het buitenland, zoals de ‘geconvergeerde’ waakhond Ofcom in het Verenigd Koninkrijk. We hoeven het wiel niet opnieuw uit te vinden.

Paul de Bijl is hoofd van de sector marktordening van het Centraal Planbureau.