De membrillo? In de vergetelheid

Bewaareten maken voelt altijd heel goed. Worstjes maken voor de winter, vlees pekelen, jam koken – hier ga je maanden plezier van hebben, steeds als je het even niet weet zul je naar de vriezer rennen en daar dankbaar die dikke wintersoep uithalen, die verrukkelijke paddenstoelenragout die je in de herfst hebt gemaakt, de asperges die je in het seizoen hebt geschild en geblancheerd.

Jaja.

Het is net zoiets als de verkoopsters die doodleuk zeggen dat een jasje járen mee zal gaan, ‘klassiek’ zeggen ze en dus is het zijn goudprijs meer dan waard. Na een paar jaar kan dat jasje van geen kanten meer.

Zo kunnen ook de voorraden na een aantal jaren niet langer als voorraad beschouwd worden. De vriezer heeft de neiging om meer op een opbergkast te gaan lijken dan op een voorraadkast. De voorraadkast heeft diezelfde neiging, behalve voor de echt gangbare dingen als tomaten in blik, potjes bouillon, pakken spaghetti, gist, bloem, rozijnen.

Dat bijzondere blik confit de canard dat ik jaren geleden meenam uit Frankrijk staat nog steeds te wachten tot de unieke gelegenheid zich aandient waarbij ik met knapperig gebakken eendendijtjes tevoorschijn kom op een avond dat er niets in huis leek en de supermarkt dicht was. Zo staat in de keuken ook al minstens twee jaar een grote weckpot waarin kleine appeltjes op vanillebrandewijn zitten. Eén keer heb ik ze geserveerd, bij op de gril gebakken camembert op een warme zomeravond. Dat was erg lekker. Dat is inmiddels twee zomers geleden.

En nu ligt alweer een paar maanden een dikke plak membrillo (kweeperenpasta) op het aanrecht, in het najaar gemaakt van kweeperen – ik schreef er toen over en allerlei mensen zeiden dat ze het ook gingen maken.

Zouden die mensen het al op hebben? In het begin neem je ervan, maar dan trekt het zich terug uit je belangstelling omdat het Kerstmis wordt of zo, en dan raakt het in de vergetelheid.

Waar is de membrillo? In de vergetelheid.

Maar nu maak ik ineens een salade met membrillo. En met lof en kaas, een heerlijke salade die je vooraf kunt geven of als toetje – hij is fris en zoet en hartig en bitter tegelijk. Geweldig. Kwam ik ook tegen in Pizarro (ik zei toch al dat ik door de kou heel Spaans gestemd ben?)

Die salade is zo lekker dat wie geen eigen membrillo in de vergetelheid heeft er best speciaal membrillo voor zou kunnen kopen. Dat zou niet overdreven zijn.

Rooster de walnoten in een droge koekenpan en laat ze afkoelen. Snij de witlof en de radicchio of roodlof in stukjes. Hak de munt fijn. Snijd de membrillo ook in stukjes. Doe dat alles in een slakom. Klop de olie en de azijn met zout en peper tot een vinaigrette. Giet de helft van de vinaigrette over de sla. Snij de kazen in porties en rangschik die op de lofsalade, of maak voor iedereen een bordje met de kazen en de sla. Strooi er de walnoten overheen en schenk er de rest van de vinaigrette overheen.