De maniak heeft meer wapens

Nuri al-Mismari werkte 36 jaar lang voor Gaddafi, maar vluchtte vorig jaar naar Parijs.

Twee weken geleden zijn zijn dochters gearresteerd. Hij vreest voor hun leven.

Een maniak. Een machtswellusteling die huurlingen betaalt om op schoolkinderen te schieten. Iemand die zich heeft laten omringen met een kleine groep vertrouwelingen die hem niet de waarheid durven te vertellen over wat er gebeurt in Libië, want dat zou hun de kop kunnen kosten. Zo omschrijft Nuri al-Mismari de Libische kolonel Moammar Gaddafi, voor wie hij 36 jaar lang heeft gewerkt als chef protocol.

„Uiteraard ben ik diep beschaamd dat ik zo lang voor deze man heb gewerkt. Dat doet pijn. Maar al die groten der aarde die voor hem de rode loper hebben uitgerold, zouden ook beschaamd moeten zijn”, zegt Nuri al-Mismari. Na lang aandringen was hij bereid om in zijn schuilplaats Parijs met buitenlandse journalisten te praten. Twee van zijn dochters zijn gevangengenomen door het regime. Hij vreest voor hun leven.

Vorig najaar, na een bijeenkomst in Mali, besloot hij niet terug te vliegen naar Tripoli en het vliegtuig richting Parijs te nemen. Officieel om gezondheidsredenen, maar hij vroeg asiel aan in Frankrijk. Libië vroeg om zijn uitlevering, wat een rechter halverwege december weigerde. Sindsdien wordt hij beschermd door de Franse staat. Twee weken geleden diende hij officieel zijn ontslag in als minister van Protocol, waarna zijn dochters werden gearresteerd. „Die man laat met scherp schieten op onschuldige kinderen, pleegt genocide. Dat is een schande, daar wil ik niets meer mee te maken hebben.

„Uiteraard zou ik teruggaan als ik wist hoe ik mijn dochters kon bevrijden”, zegt hij. „Maar ik heb geen idee waar ze zijn. Bovendien breng ik dan ook mijn eigen leven in gevaar.” Hij probeert zo vaak mogelijk contact te leggen met het thuisfront, om te weten wat er speelt.

Over de bereidheid van Gaddafi om te luisteren naar het volk koestert hij geen illusies. „Hij zal tot het bittere einde vechten om aan de macht te blijven.” Toch kan de val van Gaddafi niet lang op zich laten wachten, denkt Mismari. „Een deel van het leger steunt hem niet langer meer, alleen op zijn eigen veiligheidsdienst kan hij nog rekenen.” Gaddafi moest huurlingen inzetten om in Tripoli de opstand de kop in te drukken omdat hij zijn eigen soldaten niet meer vertrouwt, zegt Mismari. Gaddafi’s belangrijkste kracht is dat hij meer wapens heeft dan het volk.

Mismari omschrijft Gaddafi als een kameleon, die zich snel aanpast aan veranderende situaties om zijn macht en rijkdom veilig te stellen. Zo stopte hij uit vrees voor represailles van de VS en de NAVO in 2003 met zijn nucleaire politiek, volgens Mismari omdat hij wist dat hij een aanval als in Irak nooit zou kunnen afslaan. Mismari omschrijft de situatie in Libië als erg gespannen en delicaat, zeker in Tripoli. „Er doen allerlei geruchten de ronde, over ontvoeringen door het leger.” Waar Gaddafi is, weet hij niet. „Hij verplaatst zich voortdurend, om niet gepakt te worden.” Ook om die reden heeft een aanval om Gaddafi uit te schakelen geen zin, meent Mismari. „Er zouden veel onschuldige slachtoffers vallen. En Libiërs zijn een trots volk. Een buitenlandse invasie zou een contraproductief effect kunnen hebben.”