De kleintjes zijn de spil

Na een tv-avond vol voorbarige conclusies en ongefundeerde euforie over de verkiezingsuitslagen werd Nederland vanochtend wakker met een onbeantwoorde vraag: haalt de coalitie van VVD en CDA, gesteund door gedoogpartner PVV, de meerderheid in de Eerste Kamer of niet? Het ziet er niet naar uit, maar zeker weten kiezers en afgevaardigden dat pas als de gisteren gekozen 566 leden van twaalf Provinciale Staten op 23 mei hun stem op de partij en senator van hun keuze hebben uitgebracht.

Blijft de regering steken op 37 van de 75 zetels, dan zal ze voor de uitvoering van het gedoogakkoord dat ze met de PVV sloot afhankelijk worden van die ene senator die de SGP vermoedelijk gaat leveren. Een weinig aantrekkelijke ‘Staphorster variant’ zonder ChristenUnie. Voor de rest van het regeerakkoord zal het kabinet dan in de Eerste Kamer, net als in de Tweede Kamer, te biecht moeten gaan bij de oppositie, van midden tot links.

Regeren wordt zo niet makkelijker, al is de macht die de volksvertegenwoordiging krijgt, toe te juichen. Hoe dan ook: premier en VVD-leider Rutte, die de voor de verkiezingen de noodzaak van een meerderheid voor de coalitie had onderstreept, is voor dit examen niet geslaagd. Dat geldt ook voor de oppositie van PvdA, SP, GroenLinks, ChristenUnie en D66, die samen waarschijnlijk een zetel inleveren en de meerderheid ook niet aan hun kant kregen.

Zo ontstaat een situatie waarin kleine fracties een spilfunctie kunnen vervullen. Zij zitten in het midden van de wip. De SGP, maar ook 50Plus of de ChristenUnie. De uitslag bevat echter nog tal van onzekerheden. Wat doen de acht Statenleden die via een provinciale partij hun zetel hebben behaald? En er hoeft zich bij de verkiezing van de Eerste Kamer maar één van de 566 Statenleden te vergissen of de uitslag kan toch weer een zeteltje anders luiden.

Op provinciaal niveau wordt de vraag interessant hoeveel bestuursmacht de PVV krijgt en hoeveel het CDA moet inleveren. Bijvoorbeeld in Limburg, waar de PVV de grootste partij werd, lijkt het logisch dat zij gedeputeerden gaat leveren, waarmee deze partij voor het eerst in het openbaar bestuur plaatsneemt.

De uitslag leverde gisteren weer de nodige paradoxen op. De PVV kon alleen maar zetels winnen, en deed dat fors, maar leverde ten opzichte van 2010 wel 3 procentpunt in. De PvdA toonde zich niet ontevreden, maar scoorde nimmer minder dan de veertien zetels die nu zijn te verwachten. De VVD werd opnieuw de grootste, maar ze blijft de grootste van partijen die niet groot zijn. Het CDA kreeg weer een dreun, maar kon zich ook troosten met een licht herstel ten opzichte van 2010. D66 won veel, maar zes zetels is in de geschiedenis van de partij niet zo bijzonder.

Nederland is en blijft een politiek stevig verdeeld land. En de kiezers hebben dat gisteren met hun stemgedrag bevestigd.