De keerzijde van de medaille

Een geopolitieke ramp. Zo noemde Vladimir Poetin eens Ruslands verlies in 1989 van zijn satellietenrijk, dat zich tot diep in Europa uitstrekte, en, twee jaar later, de ontbinding van de Sovjet-Unie zelf, die tot de zelfstandigheid van de Baltische, Kaukasische en Midden-Aziatische republieken leidde. Poetin had gelijk. Wat voor de een herwonnen vrijheid betekende, was voor Rusland een ramp (die het overigens aan zichzelf te wijten heeft).

Ook de bevrijdingsgolf die nu over de Arabische wereld slaat, heeft dit dubbelaspect, maar de geopolitieke gevolgen ervan zullen niet tot de regio beperkt blijven. Voorlopig juicht het Westen de val van de Ben Ali’s, de Mubaraks en straks misschien de Gaddafi’s toe. Sommigen zien daar zelfs terreinwinst voor de democratie in, dus toeneming van westerse invloed. Maar dat zou wel eens een misrekening kunnen zijn.

De enige mogendheid die bij die ontwikkeling zijde lijkt te gaan spinnen is Iran. Symbolisch is het feit dat het, voor het eerst sinds de val van de sjah in 1979, oorlogsschepen door het Suezkanaal kon laten varen. Verwacht mag worden dat de nieuwe Arabische regimes Amerika minder gunstig gezind zullen zijn, wat op zichzelf al winst voor Iran zou betekenen.

Trouwens, Iran heeft al vrienden in de Arabische wereld. In Syrië heeft het sinds jaren een bondgenoot, en in Libanon zit nu de door Iran gesteunde Hezbollah in de regering. In Bahrein is intussen de shi’itische meerderheid der bevolking in opstand gekomen tegen de onderdrukking door de sunnitische minderheid, wat het shi’itische Iran geen zorgen zal baren, te minder omdat Bahrein een Amerikaanse vloot- en luchtbasis herbergt.

De machtverhoudingen in de regio zijn daar dus aan het schuiven. Israël is voorlopig nog verreweg de sterkste militaire macht, maar na Mubaraks val is het een stille bondgenoot kwijt. Zal het lang kunnen rekenen op de – eveneens stilzwijgende – steun van de Jordaanse koning, wiens land voor de helft door Palestijnen bewoond wordt?

Ook koning Abdullah van Saoedi-Arabië schijnt zich niet veilig te voelen, getuige de afkoopsom van 36 miljard dollar waarmee hij zijn ambtenaren, studenten en werklozen stil hoopt te houden. Eerder een teken van zwakheid dan van zelfvertrouwen. Nu de olieprijzen weer stijgen, als gevolg van de onrust in het Midden-Oosten, zal echter ook Iran meer te besteden hebben – ter vergroting van eigen macht en invloed.

Maar Europa heeft het meest te vrezen. Nauwelijks hadden de Tunesiërs zich bevrijd van Ben Ali en zijn dictatuur, of het nabijgelegen Italiaanse eiland Lampedusa werd overstroomd door vluchtelingen uit Tunesië, en dat waren geen handlangers van het gevallen regime, maar werkzoekenden, die niet van plan zijn in Italië te blijven, maar wél hun geluk noordwaarts te zoeken. „C’est encore loin, la France”, vroegen ze bij aankomst.

Heel Europa had baat bij de afspraak die Berlusconi met Moammar Gaddafi had gemaakt dat Libië niet langer zou dienen als doorgangsroute voor werkzoekenden uit heel Afrika, maar wat is die afspraak nu waard? Gaddafi is nog slechts meester in Tripoli, in de rest van het land heerst chaos. En intussen is ook de grens tussen Turkije en Griekenland poreus.

Het is begrijpelijk dat de landen aan de noordkusten van de Middellandse Zee, Italië voorop, zich zorgen maken en een beroep doen op Europese solidariteit, maar op een bijeenkomst van de ministers van Binnenlandse Zaken van de Europese Unie is, eind vorige week, nog niet veel van die solidariteit gebleken. Minister Leers toonde zich, „als er een springvloed komt”, wel bereid te helpen, maar niet door zelf ook vluchtelingen op te nemen. Hoe dan? Nederland bezuinigt.

Twee soorten solidariteit die de Europeanen altijd met de mond beleden hebben, worden nu op de proef gesteld: de inter-Europese solidariteit en de solidariteit met de minder rijk bedeelden der aarde. Hoever gaat die dubbele solidariteit? Blijft zij bestaan als de eigen verzorgingsmaatschappij aangetast wordt? Of zal het ogenblik komen dat het verfoeide devies ‘Eigen volk eerst’ ook blijkt te worden gevolgd door anderen dan uitgesproken nationalisten, die tenminste eerlijk voor die prioriteit uitkomen?

Is op den duur een vesting Europa denkbaar? Of zelfs, bij uitblijvende inter-Europese solidariteit, een conglomeraat van grote en kleine vestingen? Zeker, dat is op z’n minst een worstcasescenario, maar het is altijd beter op het ergste voorbereid te zijn dan er, zonder veel aanwijzingen, op te vertrouwen dat het wel zo’n vaart niet zal lopen.

Hoe dan ook: de omwentelingen die thans aan de zuidkusten van de Middellandse Zee, en misschien ook verder oostwaarts, gaande zijn, zullen Europa niet onberoerd laten. Onze sympathie gaat eerder uit naar de opstandelingen dan naar de despoten, maar de geopolitiek trekt zich weinig aan van sympathieën en antipathieën. De karavaan trekt verder, de honden blaffen.