CDA: Beter gemoeten, slechter gekund

Het CDA halveerde maar de kopstukken binnen de partij benadrukken dat het nog erger had gekund. Reden voor optimisme? De interne partijproblemen zijn in ieder geval onveranderd.

We’re lost in music / Caught in a trap / No turnin’ back / We’re lost in music / Feel so alive / I quit my 9 to 5 / We’re lost in music (Sister Sledge) – GroenLinks

Mar-ruk! Mar-ruk! (scandeert de zaal) – VVD

Dit beloofde het CDA deze verkiezingscampagne: „Saamhorigheid.” „Vriendelijkheid.” „Respect.” „Degelijkheid.” En, onmisbaar voor een traditioneel Nederlandse partij: „Gezelligheid.”

Maar wat heeft het CDA op de dag na het vierde verkiezingsverlies op rij daadwerkelijk te bieden? Aanhoudende interne strubbelingen. Bewindslieden die op de verkiezingsavond openlijk hun ongenoegen uiten. Partijprominenten die afstand nemen tot de partij en niet komen opdagen. Een Tweede Kamerlid, Ad Koppejan, dat zich fel afzet tegen de huidige rechtse koers. En leden die roepen om een leider. Kortom: allesbehalve die beloofde harmonie en rust.

Het CDA werd gehalveerd, ging van 21 naar 11 zetels, en de tweeledige samenvatting die de bewindslieden opvallend unisono verkondigden klonk zo:

Henk Bleker, staatssecretaris van Landbouw: „Het had beter gemoeten, het had slechter gekund.”

Sybrand van Haersma Buma, fractievoorzitter Tweede Kamer: „Ik ben teleurgesteld. Maar het is iets minder erg dan het leek.”

Maxime Verhagen: „We zijn niet uitgekomen op het peil van de peilingen. Dit geeft een basis om te werken aan vertrouwen.”

Jan Kees de Jager, minister van Financiën: „Het is een beetje meer ten opzichte van de peilingen. Maar ten opzichte van de vorige Statenverkiezingen is het teleurstellend.”

Liesbeth Spies, interim partijvoorzitter: „De uitslag en het forse verlies roepen gemengde gevoelens op. Maar dit is ook stabilisatie en zelfs een verbetering vergeleken met vorig jaar.”

Dat klopt. Vorig jaar haalde de partij 13,6 procent van de stemming. Nu lijkt het CDA op 14,2 procent uit te komen. Maar die „stabilisatie” – het was het woord van de avond – kon niet verhullen dat er eigenlijk niet veel veranderd is voor de partij. De ellende blijft.

Henk Bleker, die als laatste overbleef op de avond die niet meer werd dan een bedrukte borrel, verwoordde zijn ongenoegen met de aanhoudende perikelen het duidelijkst. De scheiding binnen de partij tussen de pro’s en de contra’s van regeringsdeelname is er nog steeds, zei hij. „En ik hoop in vredesnaam dat mensen dat nou eens een keer oppakken. Ik kan u zeggen dat dit me goed dwarszit en u merkt: op dat punt voel ik me geraakt.”

Ook Europarlementariër Wim van de Camp begint over de „wonden” die nog lang niet geheeld zijn en „veel pijn” veroorzaakt hebben. Maar er is nog een probleem: het gebrek aan een gezicht. „Dat gezwalk” van Verhagen, zegt Van de Camp, „dat kwam niet goed over”. Hij bedoelt dat het onduidelijk is of de vicepremier nu wel of niet partijleider is. Stel dat hij dat alsnog aankondigt? „Maakt niks uit. Dat is niet meer te repareren.”

Het gebrek aan leiderschap en het tekort aan kwaliteit van de kopstukken komt de hele avond terug onder de enkele tientallen leden die naar het partijkantoor in Den Haag kwamen om opnieuw aan zelfkastijding te doen. Als Brinkman langer spreekt dan verwacht en de televisiecamera’s al afgehaakt zijn, zegt iemand opzettelijk hardop dat „vertegenwoordigers van de oudere generatie wat meer woorden nodig hebben”. Ook begint een groep uit het niets te applaudisseren, bij wijze van afronding. Welkom bij het tegenwoordige CDA: iedereen mag de verdeeldheid zien en aan gezag wordt openlijk getwijfeld.

„De partij zal nog wel wat veranderingen doormaken”, zegt Brinkman zelf dan ook en minister Van Bijsterveldt waarschuwt dat het „paar jaar” kan kosten om de partij weer op te bouwen. Die tijd is er, betogen de kopstukken. In overvloed. Want de volgende verkiezingen waar het land zich kan uitspreken over het CDA zijn nog ver weg, de gemeenteraadsverkiezingen in 2014.

Over het lot van het huidige kabinet maakt niemand zich zorgen. Ook daarvoor geldt dat er niets is veranderd. Als positief punt wordt gesteld dat kiezers de kabinetsdeelname niet hebben afgestraft. Maar ruimhartig beloond is het evenmin.

Morgen presenteert het CDA, na maanden vertraging en zich terugtrekkende kandidaten, een aantal leden dat zich opwerpt als de nieuwe voorzitter. Daarmee is morgen dag nul voor het nieuwe CDA, zo zeggen de leden zelf. Dan kan het vooruitkijken beginnen.

Een hoopvol idee, maar niet nieuw. Diezelfde verhaallijn werd na die vorige desastreuze verkiezingsnederlaag gehoord. En ook na de tumultueuze formatieperiode die volgde. Elco Brinkman, de lijsttrekker voor de Eerste Kamer, kijkt gematigd positief vooruit. „Eén ding is zeker”, zei hij gisteravond. „We zijn er nog. Nederland is nog niet van het CDA af.”

Met bijdragen van: Marit van Kooij, Pieter van Os, Barbara Rijlaarsdam, Derk Stokmans, Oscar Vermeer, Kees Versteegh, Erik van der Walle