Brevet

Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren mocht niet meedoen aan het televisiedebat. Dat lijkt mij heerlijk, als je ineens niet mee hoeft te doen zonder dat je daar zelf de schuld van kunt krijgen, maar daarom zit ik waarschijnlijk niet in de politiek.

Thieme was boos, en zei: „De NOS heeft zichzelf een brevet van onvermogen gegeven door te stellen dat ze niet in staat is in een hanteerbaar en uitzendbaar debat te organiseren met tien deelnemers.”

Nou goed. Dat zal allemaal wel. Het gaat me nu even om het brevet van onvermogen. Ik hoor die uitdrukking heel erg vaak. De klagende mens mag zich er graag van bedienen.

Maar wat betekent het? Letterlijk: een diploma van iets-niet-kunnen. Hoe kan het dan dat een persoon of een instantie zichzelf dit diploma uitreikt? Dat is toch nooit met diploma’s? „U krijgt van mij een brevet van onvermogen uitgereikt”, dat had wel gekund, ook al suggereert dat dat Thieme blijkbaar zelf de expert is op het gebied van onvermogen (analogie: zwemleraar kan goed zwemmen en reikt c-brevet uit aan leerlingen).

Wat je ook vaak hoort is: „Het kabinet geeft een brevet van onvermogen af.” Dat slaat nergens op, want wie krijgt het brevet dan? Of wordt er eigenlijk gewoon bedoeld: Het kabinet geeft een bewijs van onvermogen af?

Het wordt ook zo gebruikt: „De noord-zuidlijn is een brevet van onvermogen.” Dit begint te lijken op hermetische poëzie.

Maar los van of de uitdrukking wel of niet klopt: het is zo humorloos. Iemand die volledig in zijn recht denkt te staan, waar geen sprankje zelfrelativering meer in zit, die zich al decennia genaaid voelt door de hele wereld; die gaat het hebben over een brevet van onvermogen.

Zou er ooit weleens iemand zichzelf een brevet van onvermogen hebben gegeven? „Met mijn beleid in de provincie Noord-Brabant heb ik mezelf echt een brevet van onvermogen gegeven. Ik walg van mezelf.” Dat zou ik dan wel weer sterk vinden.