Brazilianen kopen hun kapsel op afbetaling

Banken in de grootste economie van Latijns-Amerika profiteren van de sterke vraag naar krediet van consumenten. Creëren de Brazilianen een bubbel?

Pedro Cunha twijfelt. In een winkel van Casas Bahia, een bruin- en witgoedketen, bestudeert de 33-jarige drogist aandachtig een HP netbook. Prijs: 899 real (392 euro). Zal hij de computer in één keer kopen of op afbetaling, in tien termijnen?

Het was vijftien jaar geleden voor de Braziliaanse consument bijna ondenkbaar, kopen op krediet. Maar dertigers als Cunha weten inmiddels niet beter. Bijna alles is tegenwoordig te krijgen met geleend geld – schoenen, een nieuw kapsel, siliconenborsten. Hij zegt: „Tegenwoordig koopt iedereen op de pof. Het kan omdat de inflatie nu onder controle is. In de jaren negentig was dat anders, toen ging Brazilië gebukt onder hyperinflatie.”

De aanhoudende vraag naar consumentenkrediet en de kooplust van de Braziliaanse consument hebben de Braziliaanse banken vorig jaar ongekend hoge winsten bezorgd. Dat blijkt uit cijfers van de grootste banken van het land, waaronder Banco do Brasil en Bradesco, die de afgelopen weken zijn bekendgemaakt.

De grootbank met de hoogste winst, Itaú, boekte in 2010 een recordwinst van 13,3 miljard real (5,79 miljard euro), een stijging van ruim 32 procent. De winst van concurrent Bradesco steeg met ruim 25 procent tot ruim 10 miljard real.

De Braziliaanse banken lijken niet te stoppen, nadat zij de internationale financiële crisis relatief ongeschonden doorstonden. Een beleid van conservatief beleggen en concentratie op de gesloten nationale markt, hebben de banken zonder kleerscheuren door de woelige jaren 2008 en 2009 heen geloodst.

Hoewel een aantal Braziliaanse banken in andere Zuid-Amerikaanse landen dochters heeft, lijkt de noodzaak te ontbreken om buiten de grenzen te investeren. De Braziliaanse financiële sector profiteert vooral van de snel groeiende economie (7,8 procent in 2010) en van de hoge rentes in eigen land. De rente op een consumentenlening kan oplopen tot 30 procent of hoger.

Brazilië staat bovendien steeds meer in de aandacht van buitenlandse investeerders. Het land hoort bij de BRIC-groep van opkomende economische grootmachten, samen met China, Rusland en India. Vorig jaar staken buitenlanders meer dan 48,4 miljard dollar in de grootste economie van Latijns-Amerika, bijna het dubbele van 2009, blijkt uit cijfers van UNCTAD, het VN-orgaan voor handel en economische ontwikkeling. Op de ranglijst van internationale investeringsbestemmingen staat Brazilië daardoor op een zesde plaats, hoger dan India, Rusland en Duitsland.

Ondanks deze ontwikkelingen valt het te bezien of de Braziliaanse banken dit jaar hetzelfde groeitempo aanhouden. Oververhitting en oplopende inflatie bedreigen de economie. Deze week kondigde de regering daarom bezuinigingen aan van in totaal 50 miljard real. De overheid wil koste wat het kost verdere geldontwaarding voorkomen. Om dezelfde reden had de linkse regering al besloten het minimumloon slechts beperkt te laten stijgen. De koopkracht van een belangrijk deel van de bevolking neemt daardoor amper toe.

Daarbovenop heeft de Centrale Bank eveneens de teugels aangetrokken. Vorige maand werd de rente verhoogd tot 11,25 procent. En financiële instellingen moeten dit jaar extra reserves aanhouden, in het bijzonder voor consumentenleningen die in 24 tot 36 termijnen worden afgelost. Het moet de vraag naar leningen enigszins temperen.

Het is geen onbegrijpelijke stap. Vorige week nog suggereerde Paul Marshall, oprichter van het Marshall Wace hedgefund, in de Financial Times dat de aanhoudende groei van Braziliaanse consumentenkredieten een risico vormen. Marshall trok een vergelijking met de kredietcrisis in de VS. Banken leenden jarenlang ongebreideld aan consumenten, van wie een groot deel die niet kon afbetalen. Een soortgelijk scenario dreigt volgens Marshall voor Brazilië.

In Brazilië worden zijn zorgen vooralsnog niet gedeeld. „Een paar jaar geleden klaagde men dat de banken in Brazilië geen krediet gaven. Nu heb je mensen die zeggen dat we te veel uitlenen”, zei Roberto Setubal, bestuursvoorzitter van Itaú, in een reactie op Marshalls woorden. En: „Ik zie niets uit de hand lopen.”

De cijfers lijken Setubal gelijk te geven. Zijn bank zag het aantal leningen dat voor 90 dagen niet is betaald, afnemen van 5,6 procent van de totale schulden in 2009 tot 4,2 procent in 2010.

Vorige maand constateerde de Centrale Bank al dat de vraag naar krediet, uitgedrukt in de totale omvang, is afgenomen. Een gevolg van de door haar genomen maatregelen, aldus de toezichthouder.