Boschker is de held, Cornelisse de schlemiel

FC Twente 1 FC Utrecht 0

Ruststand 0-0. 77. Janko 1-0. Scheidsrechter: Van Boekel. Toeschouwers: 21.800. Rood: Cornelisse (FC Utrecht, 2x geel).

Sander Boschker (40) en Tim Cornelisse (32) zijn respectievelijk de held en de schlemiel van de eerste halve finale van het bekertoernooi. De doelman van FC Twente stapt na de 1-0 zege met een brok in zijn keel van het veld en kan twee maanden uitkijken naar de eindstrijd op 8 mei in de Kuip tegen de winnaar van Ajax-RKC. De zwaar aangeslagen Cornelisse zit dan al zeventig minuten gefrustreerd in de catacomben, waar hij ook nog een dopingcontrole moet ondergaan.

„Ik ben blij dat de trainer me laat spelen in het bekertoernooi. Als je dan de finale bereikt, doet dat wel wat met je”, zegt Boschker. Cornelisse kan het nog niet bevatten dat hij na ruim twintig minuten van het veld is gestuurd. „De bekerfinale als laatste duel voor FC Utrecht. Dat was mijn droom. De scheidsrechter heeft die kapotgemaakt”, stelt de woedende verdediger.

Boschker en Cornelisse zijn zich dit seizoen bewust geworden dat ook zij niet het eeuwige leven hebben als voetballer in de eredivisie. De keeper van FC Twente beleefde als reservedoelman op het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika een van zijn hoogtepunten in zijn loopbaan, die begon in november 1989. Maar terug bij zijn club gaf zijn nieuwe trainer Michel Preud’homme de voorkeur aan de veel jongere Nikolay Mihaylov. Uitleg krijgt Boschker eigenlijk niet van de voormalige doelman van België.

Maar hij is wél de eerste doelman in het bekertoernooi. Boschker speelt in de strafschoppenseries tegen FC Zwolle en PSV twee keer een hoofdrol en verricht tegen FC Utrecht een beslissende redding tegen de vrij gespeelde Dries Mertens. „Als het moet, dan sta ik er. Zo is het toch een beetje mijn toernooi geworden”, zegt Boschker. „Tien jaar geleden won ik de bekerfinale van PSV in de Kuip. Daar wil je als voetballer zijn.” En dan lachend: „Nu nog fit blijven.”

Cornelisse is bij FC Utrecht jaren een gewaardeerde vaste kracht geweest, maar ondervindt steeds meer de concurrentie van anderen. Het contract van de rechtsback loopt aan het einde van dit seizoen af en wordt niet verlengd. Cornelisse, die alleen de Johan Cruijff Schaal in 2004 op zijn erelijst heeft staan, weet slechts uit de verhalen van collega’s wat het is om een bekerfinale te spelen. Het was zijn ultieme doel dit seizoen.

In de halve finale had hij van scheidsrechter Pol van Boekel na 21 minuten twee keer geel gekregen, voor het licht aantikken van Nacer Chadli en een elleboogje tegen matchwinnaar Marc Janko. Hij reageert vol ongeloof. „Ik vond de eerste kaart al heel zwaar gestraft, maar de tweede sloeg nergens op. Ik leg mijn onderarm op de schouder van Janko, meer niet. Dit is heel onrechtvaardig. Ik begrijp niet wat deze scheidsrechter doet in de eredivisie. Hij heeft de hele wedstrijd verkloot.”

De scheidsrechter drukte met de rode kaart in elk geval een stempel op het matige bekerduel, dat in de 77ste minuut beslist werd door een treffer van de Oostenrijker Janko. De spits van FC Twente is van mening dat Cornelisse de schuld bij zichzelf moet zoeken. „Het was een duidelijke elleboogstoot. Ik was verbaasd dat hij niet direct rood kreeg”, zegt de doelpuntenmaker. „Zegt hij dat hij alleen zijn arm op mijn schouder heeft gelegd? Nou dan zal ik dat eens bij hem doen. Wees een man en geef je fout toe. Ik word moe van dit soort mensen. Maar wat kan het schelen. Wij staan in de bekerfinale. Als voetballer gaat het om het behalen van titels. Het is mooi voor Boschker dat hij dit mee mag maken. Iedereen gunt hem dit.”

De doelman van FC Twente wordt overladen met complimenten. „Na de winterstop heb ik me er bij neergelegd dat ik mijn plek kwijt was en heb ik mijn frustraties in een hoekje gezet”, zegt Boschker. „Ik heb altijd gewild dat FC Twente staat waar het nu staat. Fantastisch om dat mee te mogen maken.”

Cornelisse krijgt van tegenstanders en ploeggenoten even verderop het ene na het andere bemoedigende tikje. De vleugelverdediger kan er niets mee. „Dit is niet alleen erg voor mij, maar voor heel FC Utrecht. Hier kan ik onmogelijk vrede mee hebben. Dit zal nog wel een tijdje blijven hangen. Ongelooflijk.”