Bijna vergeten klassiekers van het Stedelijk zijn terug

The Temporary Stedelijk 2. Voor onbepaalde tijd in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Inl. www.stedelijk.nl ****

Hier valt geen weerstand aan te bieden. Wie de erezaal van het Amsterdamse Stedelijk Museum betreedt (na het trotseren van wat klimaatregulerende flappen) krijgt meteen een klap tussen de ogen: recht voor je hangt Henri Matisse’s La peruche et la sirène. De metershoge collage straalt als vanouds, de uitgeknipte vormen (appels, vingervormige bladeren) zweven in het wit. Een gouden en een blauwe Yves Klein flankeren het werk als trotse wachters. Rechts ervan pronken grote abstracte doeken, waaronder Barnett Newmans The Gate en Ellsworth Kelly’s Black with White Bar II.

Maar de echte dreun komt aan de andere kant: daar hangen, toch vrij onverwacht, zeven doeken van Mondriaan en acht van Malevitsj – stuk voor stuk topwerken die al jaren niet meer waren te zien, het hart, het fundament van de Stedelijk-collectie. Meteen is er die combinatie van opluchting en koude rillingen – het Stedelijk heeft zijn wortels terug.

Al snel blijkt dat die wortels de leidraad vormen van Making Histories, Changing Views of the Collection, de tweede tentoonstelling van directeur Ann Goldstein. Was Goldsteins eerste, Taking Place, nog een krampachtige poging haar eigen stempel op het museum te drukken, met Making Histories laat ze de teugels wat vieren – tenminste, op het eerste gezicht.

Niet alleen de Matisse, de Mondriaans en de Malevitjsen zijn terug, Goldstein biedt ook ruimhartig plaats aan andere klassiekers. Zo zet Dan Flavins veelkleurige lichtwerk de centrale hal in een subtiel schijnsel, knalt Donald Judds bonte ‘kubusdoos’ Untitled (1989) weer op zaal en flikkert Bruce Naumans Seven Figures als vanouds. Tegelijk diepten Goldstein en haar conservatoren ook werken op waarvan je bijna (of helemaal) was vergeten dat het Stedelijk ze bezat: vijf schilderijen van godmother Charley Toorop bijvoorbeeld, maar ook de geweldige foto’s die Lothar Baumgarten maakte toen hij een jaar bij de Braziliaanse Yanomami-Indianen woonde en verrassende, bijna vergeten foto’s en projecties van Allen Ruppersberg, Robert Barry en Barry Flanagan.

Maar dan zie je iets opmerkelijks: op Making Histories, doet (op enkele vormgevers na) geen enkele mannelijke kunstenaar van onder de zestig mee. Dat is geen toeval meer, geen vreemde samenloop van omstandigheden, maar een onverholen statement – weg met de traditionele macht! Alleen: wat wil Goldstein hier mee zeggen? Is het afkeer van stereotype patronen? Of steken die wortels hier de kop weer op? Dat laatste ligt voor de hand, zeker als je Making Histories combineert met Taking Place, dat ook werd gedomineerd door minimalisme en -conceptualisme.

Ineens besef je dat Goldstein langzaam maar zeker een zeer persoonlijke visie op het Stedelijk aan het ontvouwen is. Daarin is het Stedelijk vooral een vrijplaats van stromingen en kunstwerken die wortelen in de jaren zestig en zeventig en zich onttrekken aan- of zelfs afzetten tegen de massa en de markt: conceptualisme, minimalisme en (excusez le mot) vrouwenkunst. Het Stedelijk als avant-garde museum.

Daar is veel voor te zeggen, want precies door dat avant-gardemechanisme werd het Stedelijk groot. Bovendien is het toe te juichen dat een Stedelijk-directeur een eigen, nadrukkelijke visie op de kunstgeschiedenis ontvouwt. Alleen: precies het geloof in die avant-garde werd het Stedelijk vanaf het begin van de jaren negentig bijna fataal. Want avant-gardes bestaan niet meer en kunst verhoudt zich tegenwoordig veel complexer en gelaagder tot de wereld dan veertig jaar geleden. Dat vraagt voor een hedendaagse museumdirecteur om een andere visie: open, nieuwsgieriger, onbevooroordeelder.

Maar precies die drang ontbreekt op Making Histories. Goldstein klampt zich voorlopig vast aan het verleden, aan mechanismes die ze kent – al kan ze daarbij aanvoeren dat ze door de eerste cultuurshock en de rampzalige bouwhistorie weinig om zich heen kon kijken.

Maar als toeschouwer blijf je weifelend achter. Als eenmalig statement is Making Histories geweldig. Tegelijk hoop je dat die wortels die Goldstein zo uitbundig etaleert bomen en planten gaan opleveren die bloeien in het nu – het wordt nog spannend om te zien hoe deze directeur zich tot het heden gaat verhouden. Je kunt alleen maar hopen dat het werk van Piero Golia, de enige mannelijke kunstenaar van onder de zestig die Making Histories haalde, daarbij een voorteken is. Zijn ultrakorte film Double Tumble bestaat uit de beelden die werden gemaakt toen Golia een filmcamera op grote hoogte uit een vliegtuig gooide. Het resultaat is een zinderende werveling van wolken, aarde en lucht.

Dat zou een mooie metafoor voor Goldsteins toekomstige Stedelijk kunnen zijn: een museum dat buitelt en wervelt tussen hemel en aarde, tussen heden en verleden. Maar dat leeft in het nu.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Boven de recensie Bijna vergeten klassiekers van het Stedelijk zijn terug, van Hans den Hartog Jager over het Stedelijk Museum in Amsterdam (3 maart, pagina 13), stonden door een fout slechts drie ‘ballen’ vermeld als waardering. Dat hadden er vier moeten zijn.