Bij Saoedische jeugd is de onvrede groot

Demonstraties horen tot dusverre niet bij de Saoedische cultuur. Maar de onvrede onder de jeugd is groot en protesten zijn niet uitgesloten.

Met haar rijke olie-inkomsten heeft de Saoedische regering heel wat meer armslag dan Egypte of Tunesië, of zelfs het olieland Libië, om onvrede onder de bevolking af te kopen. Koning Abdullah deed dat dan ook vorige week. Meer dan 36 miljard dollar trok hij uit om knelpunten als huisvesting en jeugdwerkloosheid aan te pakken.

De officieel verklaarde aanleiding was de viering van zijn terugkeer na drie maanden ziekteverlof in het buitenland, zoals de emir van Koeweit eerder vijftig jaar onafhankelijkheid aangreep om iedere burger 3.500 dollar te geven. Alles wat als een concessie wordt gepresenteerd, zo klaagde deze week de Jemenitische president Ali Abdullah Saleh, leidt immers tot verder gaande politieke en economische eisen van de burgers.

Maar de problemen die tot de massabetogingen in Noord-Afrika leidden – zoals werkloosheid, dure huisvesting, corruptie, repressie – bestaan niet minder in Saoedi-Arabië. De koning is geliefd en heeft niet het legitimiteitsprobleem van een Mubarak of Ben Ali. De invloedrijke, ultraconservatieve geestelijkheid houdt niet van opstanden tegen het gezag. Maar het is zeker dat ook de Saoedische autoriteiten met grote bezorgdheid aankijken tegen de protesten die voor 4, 11 en 20 maart zijn aangekondigd via Facebook, het sociale netwerk op internet. Betogingen zijn zeer ongebruikelijk, maar dat wil niet zeggen dat ze te allen tijde uitgesloten zijn.

Volgens officiële cijfers was in 2009 ruim 30 procent van de Saoedische mannen tussen 20 en 24 jaar oud werkloos; en bijna 13 procent in de leeftijdsklasse tussen 25 en 29 jaar oud. Onder jonge vrouwen was de werkloosheid veel hoger: 45 procent van de vrouwen tussen 25 en 29 jaar oud en 28 procent van alle vrouwen op de arbeidsmarkt. Zowel onder mannen als vrouwen was sprake van een stijging. De Saoedische krant Arab News noemde de werkloosheid in januari „een tikkende tijdbom”.

De Saoedische bevolking – een kleine 20 miljoen, de gastarbeiders niet meegerekend – groeit snel: 19,4 geboorten per 1.000 inwoners (tegen 10,3 in Nederland). Het aantal banen groeit ook, maar nog harder stijgt het aantal gastarbeiders. In de particuliere sector is nu meer dan 90 procent van de banen, 6,2 miljoen, in handen van buitenlanders. Een belangrijk deel van de verklaring is dat de opleiding van jonge Saoediërs niet aansluit op de eisen van het bedrijfsleven en dat de jeugd de overheid verkiest die veel beter betaalt en meer vastigheid geeft maar het arbeidsaanbod lang niet kan absorberen.

Die werkloze jongeren, die vaak hoog opgeleid zijn, kunnen geen huis kopen en kunnen niet trouwen. Ze zijn teleurgesteld in de hervormingen van koning Abdullah. Ze volgen thuis op Facebook en Twitter de politieke eisen van andere Arabische jongeren en zien op Al-Jazeera en andere satellietzenders elders de jeugd massaal de straat opgaan. „De economie van niet-vervulde verlangens”, noemde de Saoedische antropoloog Madawi al-Rasheed hun situatie enkele dagen geleden in het artikel ‘Ja, het kan hier gebeuren’ in Foreign Policy.

Naar aanleiding van het geschenk van 36 miljard waarschuwden Saoedische analisten dat de burgers zich niet meer met een fooi laten afschepen. De laatste dagen hebben diverse groepen Saoediërs zich met petities tot de koning gewend waarin ze vergaande politieke eisen stellen.

De belangrijkste petitie, inmiddels ondertekend door duizenden, overwegend liberale Saoediërs, verwijst naar een politieke petitie in 2003 die door de toenmalige koning Fahd werd verwelkomd maar vervolgens in een diepe la is gelegd. Sindsdien, aldus de opstellers van de ‘Verklaring van Nationale hervorming’, is de leidende rol van Saoedi-Arabië in de regio ondermijnd, is de kwaliteit van het bestuur verminderd, zijn corruptie en nepotisme toegenomen en is de kloof tussen staat en maatschappij, met name de jonge generatie, gegroeid. Als remedie eisen ze onder andere verkiezingen (die zijn er nu niet), een onafhankelijke rechterlijke macht, gelijke rechten voor vrouwen, vrijlating van politieke gevangenen, vrijheid van meningsuiting en een constitutionele monarchie.

Saoediërs zijn grote petitie-producenten en petities zijn op zich niet illegaal. Maar politieke eisen liggen gevoelig. Vorige maand zijn verscheidene activisten gearresteerd die een politieke partij hadden opgericht. Deze week werd een shi’itische geestelijke gearresteerd die een constitutionele monarchie had geëist.

Koning Abdullah heeft tot dusverre niet gereageerd op het document. Maar de website waarop het kon worden ondertekend, is inmiddels geblokkeerd, wat een aanwijzing is van officieel ongenoegen. De groot-mufti, sjeik Abdul-Aziz al-Sheikh, de belangrijkste religieuze stut van het koningshuis, heeft wél van zich laten horen. Hij viel met name over gelijkberechtiging voor vrouwen: ,,Dient dit soort eisen de islam?”

In de komende dagen wordt een belangrijke kabinetswijziging verwacht. Frisse nieuwe gezichten, zeggen krantencommentatoren, kunnen in elk geval een tijdje de angel uit protest halen.