Beginselloosheid zal CDA opbreken

Het CDA is niet weggevaagd, maar daarmee is de strijd om de koers nog niet voorbij, integendeel, schrijft Marcel ten Hooven.

De inhoudelijke verwarring is te groot.

‘Nederland is nog niet van de christen-democratie af”, becommentarieerde CDA-politicus Elco Brinkman gisteravond de uitslagen. Hij kan dat met enig recht zeggen. De verkiezingen hebben geen ‘Italiaanse toestanden’ te zien gegeven. In Italië verdween de eens zo machtige Democrazia Christiana in de jaren negentig naar de marge van de politiek, een lot waarvoor het CDA op grond van de peilingen in stilte vreesde. Nu durfde vigerend partijleider Maxime Verhagen te spreken van een „basis voor herstel”.

Toch doet de CDA-top er verstandig aan om de uitslag niet te duiden als een vertrouwensvotum voor de ruk naar rechts die het CDA heeft gemaakt. De verkiezingen gaven ook het fenomeen te zien van CDA-leden die een proteststem uitbrachten op een andere partij. Dat verschijnsel, ongekend in een partij die in al haar poriën is doortrokken van een clubgeest, is niet beperkt gebleven tot die ene zonderling of rancunelijder die elke politieke groepering wel in haar gelederen heeft. Behalve regionale en plaatselijke CDA-politici verklaarden prominente leden als oud-fractieleider Wim Aantjes en oud-voorzitter Tineke Lodders, openlijk of impliciet, hun stem aan een ander te gunnen, uit onvrede over de koers die de christen-democraten varen sinds zij een politiek verbond zijn aangegaan met de populisten van Geert Wilders.

Het verschijnsel dat CDA’ers met hun proteststem willens en wetens aan de nederlaag van hun partij bijdroegen, wijst uit hoe diep het partijconflict over de wending naar rechts is ingevreten in het CDA. Het risico op een acute, vernielende partijstrijd is weliswaar geweken, nu het CDA niet is weggevaagd, maar de verdeeldheid over de koers zeker niet. Oud-partijvoorzitter Marnix van Rij onderstreepte gisteravond terecht de noodzaak dat het CDA ruimte maakt voor debat. In dat licht was het niet gepast van Europarlementariër Wim van de Camp om dissident Cees Veerman af te blaffen in een tweet als deze: „Bij boer Veerman is de oogst mislukt en nu zijn de druiven zuur.” Ook zonder dat de partijstrijd wordt beslecht, zal straks nog een partij bestaan die ‘CDA’ heet, maar het is de vraag of dat CDA nog doet denken aan de partij die als vanzelfsprekend verkeerde in het centrum van de macht, bogend op een soepele bestuursstijl en een ideologie die politiek en maatschappij verbond.

Met de keuze voor een ruk naar rechts zijn beide kwaliteiten, zowel de bestuurstraditie als het ideologische fundament, in de verdrukking gekomen. De bestuurskwaliteit van het CDA school in het vermogen om te bemiddelen tussen strijdige belangen. Op elk bestuurlijk niveau waren CDA-bewindslieden doorgaans niet de minsten in het zoeken van compromissen. De een dankte dat een aan zekere jezuïtische lenigheid, de ander aan ervaring in het schikken en plooien van alle belangen die samenkomen op het maatschappelijk middenveld, het natuurlijke wervingsterrein van het CDA.

Zo’n bestuursstijl vereist wel dat het CDA ervoor waakt om niet al te ver weg te drijven uit het politieke midden, laat staan gemene zaak te maken met een partij, de PVV, die leeft bij polarisatie en daarom schikken en plooien synoniem acht met pappen en nathouden.

Tijdens de formatie van het kabinet-Rutte ging Verhagen in eigen kring door roeien en ruiten om de coalitiesamenwerking met de PVV erdoor te drukken. Voor zover Verhagen en de zijnen daadwerkelijk hoopten dat zij Wilders met de wending naar rechts konden inkapselen, is dat tot dusver niet meer dan een wensdroom aan de Haagse bittertafels. In zijn optreden laat Wilders zich nog steeds niet temmen. Hij zet zijn anti-islamcampagne ongeremd voort.

In het debat over de regeringsverklaring, dat doorgaans de toon zet voor de verhoudingen in een coalitie, liet CDA-fractieleider Van Haersma Buma Wilders’ verdachtmaking onweersproken dat geen moslim ooit is te vertrouwen. Zo ontstaat het beeld dat Wilders veeleer het CDA heeft ingekapseld dan andersom. In de laatste campagneweek bevestigde Verhagen dat beeld nog eens, met de opdracht aan staatssecretaris Bleker (CDA) om Wilders ‘uitleg’ te geven over zijn kritische uitspraken aan diens adres.

De schuchterheid jegens de PVV houdt ongetwijfeld verband met de overtuiging dat Wilders „naar de harten van mensen” spreekt, in de woorden van minister Leers (CDA), dan wel dat het CDA naar de „tijdgeest” luistert door het verbond met de PVV aan te gaan, zoals minister Hillen denkt. Uiteraard vertolkt de PVV reële zorgen van mensen, gezien de grote aantallen waarin zij op deze partij stemmen, maar dat Wilders reële zorgen tot uiting brengt, wil nog niet als vanzelf zeggen dat zijn oplossingen reëel zijn. Het CDA zou op grond van zijn ideologie, waarin de waardering voor een rijkgeschakeerd en veelkleurig maatschappelijk leven de leidende idee is, eerder tegenbeweging dan bondgenoot moeten zijn van de PVV, met zijn weerzin tegen alles en iedereen die afwijkt van het waarden- en normenpatroon van Henk en Ingrid.

SCP-directeur Paul Schnabel is nog niet overtroffen met de oneliner waarmee hij de onvrede van Nederlanders onder woorden heeft gebracht: „Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.” De PVV appelleert aan heimwee naar tijden waarin het nog goed ging met ‘ons’, de samenleving, maar dat doet zij door dit verlangen te verbinden met een egoïstische reflex. In perceptie van de PVV zal het ons goed gaan als de staat een cocon rond ons optrekt, waarin wij zijn beschermd tegen vreemdelingen die op onze welvaart uit zijn, tegen moslims, tegen non-conformisten, tegen ontslag. Van dezelfde orde is de oplossing die Wilders’ groepering aandraagt voor het broeikaseffect. Zij bestrijdt dat probleem door te zeggen dat het niet bestaat. Dan hoeven ‘wij’ ons consumptiegedrag niet aan te passen en kunnen we rustig 130 rijden.

Zwart-wit gezegd belooft de PVV met haar beleid dat het met ‘mij’ goed zal gaan, om bij het beeld van Schnabel te blijven. Idealiter is het CDA-gedachtegoed daarentegen gebaseerd op een idee hoe het ‘ons’ goed gaat. De vier basisbeginselen solidariteit, gespreide verantwoordelijkheid, rentmeesterschap en publieke gerechtigheid geven alle uitdrukking aan de gedachte dat niemand alleen op aarde is. Ze doen daarom een beroep op mensen om zichzelf te overstijgen en in hun denken en doen rekening te houden met anderen.

‘Solidariteit’ is in dit opzicht het meest concrete beginsel. Zo formuleert het Program van Uitgangspunten van het CDA het: „Solidariteit laat zien dat mensen boodschap hebben aan elkaar. Solidariteit overstijgt grenzen, zowel van de eigen groep als van het eigen land.” ‘Gespreide verantwoordelijkheid’ verwijst naar de idee dat zonder de ruggensteun van eigen organisaties en verenigingen de burger zwak staat, tegenover zowel de overheid als de markt. In de term ‘publieke gerechtigheid’ is de staatsvisie van de christen-democratie vervat. Met haar monopolie van wetgever en rechtshandhaver heeft de overheid de verantwoordelijkheid om grenzen te stellen en burgers zekerheid te verschaffen. ‘Rentmeesterschap’ geeft mensen de verantwoordelijkheid voor een zorgvuldig beheer van de schepping. Dat is de leer. In de praktijk vertellen CDA’ers dat verhaal zelden meer.

De inhoudelijke verwarring dateert van 11 september 2001. Sindsdien voltrekt de polarisatie zich langs de breuklijn van een kosmopolitische gezindheid, die beweeglijkheid van mensen en goederen waardeert als vooruitgang, versus een toenemende weerzin tegen het verlies van eigenheid, dat het onvermijdelijke bijproduct is van de moderniteit. Als burgerlijke partij neigt het CDA intuïtief naar dat laatste. In politieke zin uit dat zich in toenemende euroscepsis en een monoculturele, nationalistisch getinte oriëntatie. Tegen deze achtergrond moet de koersstrijd worden bezien.

Marcel ten Hooven, oud-redacteur van Trouw en Vrij Nederland, is freelancejournalist. In het deze week verschenen boek De conjunctuur van de macht. Het Christen Democratisch Appèl 1980-2010 (Gerrit Voerman red.) schreef hij het hoofdstuk over de geschiedenis van het CDA.