Antillianen bestaan niet. Of toch wel?

Waar zijn onze Antilliaanse raddraaiers gebleven? Je hoort nooit meer iets over hen. Nog maar vijf jaar geleden wilde Rita Verdonk hen terugsturen en dreigde Wilders hen zelfs met eiland en al op marktplaats.nl te zetten, maar de laatste tijd lijkt alles rustig aan het Antillenfront.

Daarom ging ik afgelopen maandagavond naar Den Haag, naar het Antillenhuis, waar een bijeenkomst werd gehouden in het kader van de Provinciale Statenverkiezingen. De verkiezing zelf interesseerde mij maar matig, de stelling die men zou bespreken des te meer – het voornemen van deze regering om de toelatingsregels voor Antillianen te verscherpen. Het is niet helemaal deportatie of afstoting, zoals Verdonk en Wilders het hadden gewenst, maar het gaat in de richting.

Mij wachtte enige verwarring, die in de loop van de avond zou toenemen. We mogen bijvoorbeeld niet meer spreken van „Antillianen”. Die bestaan sinds 10 oktober 2010 niet meer. Ik dacht dat er wat formaliteiten hadden plaatsgevonden op die datum, maar volgens de Antillianen is het een stuk dramatischer – de Nederlandse Antillen zijn opgehouden te bestaan en dus zijn Antillianen opgehouden te bestaan.

Op de website van het Antilliaanse platform OCaN kan men momenteel stemmen over een geschikte naam – Rijksgenoten, Caribische Nederlanders, Antillianen of het acroniem CAMBES. Wordt het dan Cambes-bewoners of Cambesianen? Voorlopig staat ‘Caribische Nederlanders’ in de stemming aan kop, maar ik voorzie problemen als Surinamers opmerken dat hun land geografisch gezien ook behoort tot het Caribische gebied.

Het Antillenhuis in Den Haag bestaat ook niet meer. Het is omgedoopt tot Curaçaohuis. Kan dat zomaar? Wat vinden de bewoners van Saba, Sint Eustatius en Bonaire daarvan?

Deze drie eilanden zijn gemeenten geworden van Nederland, maar ze mochten niet stemmen voor de Provinciale Staten. Deze Statenleden kiezen straks een Eerste Kamer. Die Eerste Kamer is samen met de Tweede Kamer de wetgever, ook van Saba, Sint Eustatius en Bonaire, maar dat kan volgens de Grondwet niet, omdat de bewoners van die eilanden geen invloed hebben op de verkiezing van de Eerste Kamer. Ik zei al – verwarring alom.

Het belangrijke onderwerp van de avond was de beperking van de toestroom van Antillianen, of nee, Caribische Nederlanders. Het staat in het regeerakkoord: „Het kabinet komt met een voorstel voor een Rijkswet personenverkeer die berust op het uitgangspunt van wederkerigheid en tevens de mogelijkheid omvat wederzijdse eisen te stellen aan de toelating en het verblijf tot en de terugkeer naar landen van het Koninkrijk.”

Klinkt dat raadselachtig? Dat is het ook. Na veel discussie in het Curaçaohuis begreep ik wat wordt bedoeld met die „wederkerigheid” – Nederlanders die zich bijvoorbeeld op Curaçao willen vestigen, moeten zich door veel administratieve rompslomp heenworstelen. Wederkerigheid betekent dan dat men het de Curaçaose Nederlanders net zo moeilijk gaat maken om zich in Nederland te vestigen als omgekeerd.

Is dat niet een beetje kinderachtig? Die Nederlanders die op Curaçao willen rentenieren, zijn duizend keer kapitaalkrachtiger dan die Curaçaose jongens die in Nederland hun geluk willen beproeven. De Antillianen komen hier driehoog achter te wonen. De Nederlanders kopen daar hele stranden op en bouwen daar hekken omheen.

Is het niet sowieso vreemd om mensen met een Nederlandse nationaliteit reisbeperkingen op te leggen in eigen land? We worden niet behandeld als gewone Nederlanders, verzuchtte iemand in de zaal, „daarom worden onze jongeren hier ook zo moeilijk.”

De conclusie deel ik niet, maar het eerste is zeker waar – die Caribische Nederlanders zijn geen echte Nederlanders. Noem ze daarom maar gewoon Antillianen.