Statiegeld voor plastic flessen is beter en goedkoper

Na jaren van afspraken, doelen, taken en convenanten blijft de berg plastic afval groeien. Er is een goede oplossing: statiegeld.

Voer dat dan ook in, betogen Hans Baaij, Robbert van Duin en Anton Kiewiet.

Alle lippendienst aan het milieu ten spijt worden steeds meer producten verpakt in plastic. In volume bestaat bijna de helft van ons restafval uit kunststofverpakkingen. Die creëren grote problemen voor mens, milieu en dierenwelzijn. Ook de overheid erkent dit.

Allereerst is plastic het verpakkingsmateriaal dat het minst wordt gerecycled en waarbij de meeste CO2 wordt uitgestoten.

Ook bestaat het probleem van het zwerfvuil, het afval dat de meeste irritatie veroorzaakt. Gemeenten zijn 250 miljoen euro per jaar kwijt aan het opruimen van zwerfafval.

Plastic leidt tot veel dierenleed. Zeehonden, walvissen, zeeschildpadden en zeevogels verstikken door plastic afval. Ze zien het plastic voor voedsel aan. Het verstopt de maag en verzwakt het dier. Onderzoeksinstituut Imares heeft aangetoond dat in de helft van de magen van Noordse stormvogels te veel plastic zit.

Mondiaal is plastic een groot probleem doordat het ophoopt in oceanen en zeeën. Bovendien creëren de verpulverde deeltjes problemen doordat ze giftige stoffen zoals pcb’s aan zich binden. Deze stoffen komen hierdoor weer gemakkelijker in de voedselketen.

Tegen die problemen gebeurt vrijwel niets. Het Nederlandse verpakkingenbeleid heeft een traditie van doelstellingen en taakstellingen die nooit zijn gehaald. Drie convenanten zijn afgesloten, er is een verpakkingenbesluit, er zijn twee raamovereenkomsten en twee programma’s om zwerfvuil tegen te gaan.

Berucht zijn de afspraken over statiegeld op kleine plastic flesjes voor frisdrank en water. Eind jaren negentig werd duidelijk dat het bedrijfsleven het gentlemen’s agreement niet naleefde om de omzet van kleine flesjes beperkt te houden tot 2 procent. Toen kwam er een convenant met de afspraak dat het zwerfafval van flesjes en blikjes in vier jaar tijd zou worden gereduceerd met 80 procent. Ook daar kwam niets van terecht.

Vervolgens werd in 2006 wettelijk vastgelegd dat 55 procent van de flesjes moest worden ingezameld. Na onderhandelingen werd die verplichting geschrapt en vervangen door de bestaande verplichting om kunststofverpakkingen te recyclen. Ook de aanpak van zwerfvuil heeft niet geleid tot een aantoonbaar schonere omgeving.

De gescheiden inzameling van plastic van huishoudens is in de kleine gemeenten een succes, maar levert landelijk gezien weinig resultaat op. In 2010 is in totaal 84 miljoen kilo plastic van huishoudens ingezameld. Dat lijkt heel wat, maar vormt slechts 11 procent van het plastic in het huishoudelijke restafval. De verwachting is dat dit hooguit kan worden opgeschroefd tot 15 procent.

Daar komt bij dat deze manier van inzamelen leidt tot een vermengde en vervuilde kunststoffractie die ook na de sortering in Duitsland weinig waarde heeft. Het kost zelfs geld om deze ingezamelde kunststof kwijt te raken. Uiteindelijk wordt volgens de VROM-inspectie slechts de helft van het ingezamelde plastic verwerkt in nieuwe producten. Wanneer de hergebruikcijfers op de hoeveelheid opnieuw toegepast kunststof worden gebaseerd, is het praktisch onmogelijk dat de doelstelling wordt gehaald van 42 procent hergebruik in 2012.

Een veel betere manier om hergebruik te vergroten is denkbaar. Met statiegeld worden retourpercentages gehaald van meer dan 90 procent. Van de flessen worden, in tegenstelling tot ingezameld plastic van huishoudens, altijd weer nieuwe hoogwaardige producten gemaakt. Statiegeld kan ook een flinke bijdrage leveren aan de oplossing van het zwerfvuil. Dat bleek direct na de invoering van statiegeld in de Verenigde Staten en Duitsland.

Statiegeld is ook niet duur. Recent Brits onderzoek laat zien dat de baten van retoursystemen meer dan tweemaal zo groot zijn als de kosten. De belangrijkste opbrengsten komen voort uit een besparing op het opruimen van zwerfafval. Kortom, statiegeld is een kostenefficiënte maatregel. Recent onderzoek van TNS-NIPO toont bovendien aan dat 70 procent van de Nederlandse bevolking voorstander is van uitbreiding van het bestaande statiegeldsysteem.

Supermarkten hebben tot nu toe de uitbreiding van het statiegeld weten tegen te houden. Het belangrijkste bezwaar van de supermarkten is de extra kosten van de retoursystemen. De financiering hiervan kan worden gevonden in de besparing op de kosten voor het opruimen en verwerken van zwerfvuil.

Mr. Hans Baaij is voorzitter van Stichting Dier en Recht. Ir. Robbert van Duin is voorzitter van Recycling Netwerk. Dr.ir. Anton Kiewiet is milieukundige.