Spaans koken tegen de koude

Al een paar keer heb ik op het weerbericht op de startpagina gekeken, op het andere weerbericht dat mijn iPhone weergeeft ook en steeds kijk ik daarna weer ongelovig naar buiten. Lezen ze daar geen weerberichten? Hallo? Meneer het Weer bent u daar? Wat staat hier nou? Zonnig. Zon-nig!

Het is effen grijs en ijs- en ijskoud. Op de fiets zie ik eruit als een idioot, met zo’n met nepbont gevoerde vliegeniersmuts op, beenwarmers, gevoerde laarzen, wanten met binnenhandschoenen – een complete lappenpop. Had ik vroeger een boekje van: Lappendoes en Lappendonsje. Een stelletje lappenpoppen. Geen idee meer wat ze deden maar ik vond ze erg leuk. Dat ik later zelf in een Lappendonsje zou veranderen kon ik toen nog niet weten.

Van de weeromstuit (neem dit woord letterlijk) kookte ik maar weer Spaans. Lekkere stevige kost met worstjes en garnalen in pittige tomatensaus – een soort paella voor dummies, maar erg lekker. Het Spaanse kookboek waar ik het uit heb, Pizarro van José Pizarro, zegt ook dat je daarmee kunt beginnen als paella je te ingewikkeld lijkt. Nu vind ik paella helemaal niet zo ingewikkeld, maar dat neemt niet weg dat dit voor een doordeweekse avond heel prima is. Het lijkt eigenlijk het meest op jambalaya, het creoolse rijstgerecht met vlees en schaal- of schelpdieren. Hoewel je dat nauwelijks kunt zeggen want er zijn ook eindeloos veel jambalaya- varianten. Al zal menigeen wel weer menen de enige authentieke versie te kennen. Zo gaat het altijd. Dit gerecht heet in het Spaans arroz caldoso. Pizarro wil er melkzwam in hebben bij voorkeur, maar de kans dat iemand die nu heeft lijkt me heel gering. Om niet te zeggen: nul.

Daar laten we ons niet door van de wijs brengen. Met een salade erbij, bijvoorbeeld andijviesla met sinaasappel en aangemaakt met sinaasappelsap is dit een makkelijke maaltijd, en vooral een uitermate smakelijke maaltijd.

Snijd de paddestoelen en de worstjes in dikke plakken. Hak de knoflook fijn. Verwarm de olie in een royale braadpan en bak de knoflook een paar minuten (niet laten verbranden!), doe er dan de tomatenblokjes met hun sap bij. Laat op matig vuur koken tot het sap tot de helft is ingekookt. Verwarm intussen de visbouillon.

Roer de paddestoelen en de plakjes saucijs door de tomaten en laat een paar minuten meebakken. Draai het vuur hoog en voeg de rijst toe. Roer alles goed door en doe dan de wijn erbij. Laat even pruttelen. Voeg de visbouillon toe en wat zout en peper en breng het geheel zachtjes aan de kook. Roer het een keer goed door en laat met het deksel op de pan zachtjes pruttelen tot de rijst, na ruim een kwartier, bijna gaar is (proef een korreltje om dat vast te stellen). Doe er de garnalen bij en laat die nog een minuutje mee stoven, maar niet te lang want dan worden ze veel te gaar en ze garen ook nog wel in de hete rijst.

Draai het vuur uit. Proef op peper en zout en bestrooi het gerecht met peterselie. Het is met veel saus, dat is de bedoeling althans.