'Schatzi schenk mir ein Foto' is een Brabantse carnavalshit in Duitsland

De Gebroeders Ko proberen het na hun hit in Duitsland Schatzi nu met de après ski-carnavalshit Wunderbar.

Nederland, Nieuwkoijk, 17-02-11 De Gebroeder Ko tijdens hun optreden in de Ster. © Foto Merlin Daleman
Nederland, Nieuwkoijk, 17-02-11 De Gebroeder Ko tijdens hun optreden in de Ster. © Foto Merlin Daleman

Tien jaar geleden waren ze nog opzichter en timmerman in de bouw. Nu zijn Ton (46) en Gerard (41) Kooijmans uit het Noord-Brabantse Raamsdonksveer sterren in Duitsland. Ze stonden drie weken op nummer één in de feestplatenhitlijst met hun lied: Schatzi schenk mir ein Foto. Twaalf miljoen Duitsers zagen hen onlangs optreden in het programma Winterfest der Volksmusik op ARD 1.

Vanavond lopen de Gebroeders Ko discotheek De Ster binnen. In de zaal worden carnavalsopnames gemaakt voor de Tros. Nu staat Patty Brard te zingen. Het is kwart over negen, Nieuwkuijk, Noord-Brabant.

Ton heeft wetlookkrulletjes, Gerards blonde haar is omhoog geföhnd. Beiden gebruind, sportschoenen, kapotte spijkerbroek, sportieve jacks. Ze komen uit Snowworld Zoetermeer waar ze hun singel Wunderbar hebben gepromoot – „een polonaisestamper”. Ton heeft gereden. Hij is de chauffeur en doet de commercie, Gerard schrijft de liedjes. In de artiestenruimte: De Deurzakkers, Rene Schuurmans, Jettie Palettie in rood glitterkostuum. De Gebroeders Ko schudden handen, kloppen op schouders en zeggen dingen als: „Da’s godverdomme lang geleden”, „Dag, meneer d’n directeur” en „Hoe is ’t jongen”. Ton kust een vrouw met strik om haar hals en kort rokje – „een danseres van de Dikdakkers. Ze hebben ook nog een blonde”. Hij gooit zijn sporttas onder een hangtafel en legt er een arm op. „Danseressen daar beginnen wij niet aan. Dat voegt niks toe. En ze moeten wel allemaal meevreten, hè. Dan willen ze per se een zalmslaatje en dan eten ze dat niet eens op.”

In 2002 braken de broers door met het lied Ik heb een toeter op mijn waterscooter. In 2006 scoorden zij een grote hit met: Ik heb een boot. Ik heb een hele mooi splinternieuwe boot… En Ton gelooft dat Schatzi schenk mir ein Foto wereldwijd „een evergreen” gaat worden. „Niet om arrogant te doen, ofzo. Maar in Duitsland zeiden ze dat het klinkt alsof ze het al jaren kennen. En dat is goed.” Een man met vette pruik en Lee Towersbril loopt groetend langs – „Hoe is het in Duitsland?” De Deurzakkers schuiven aan de hangtafel aan: Willem van Schijndel en Clemens van Bracht. Kalend, grijs, ruim in de vijftig, in blauw-paars carnavalstenue. Ton slaat zijn armen om de mannen heen. „Ons grote voorbeeld", zegt hij en zingt: Doe een stapje naar voren. En een stapje terug.

Hij haalt een stapel stickers uit zijn tas en begint zijn lichtblauwe spijkerbroek met gaten te beplakken. „Wij zijn commerciële rothonden. Je moet iets verzinnen voor de extra inkomsten. En daar zijn wij gewoon heel goed in. Singles en albums verkoop je niet meer.”

Bij elk liedje hebben ze stickers met sponsors, zegt Ton. „Mensen vinden het gewoon leuk als ze iets gratis krijgen.” Vorig jaar hadden ze de hit Geef mij de sleutel van jouw voordeur. Toen deelden ze grote opblaassleutels uit van een slotenmaker. Dit jaar geven ze bij hun nummer Helikopter helikopterhoedjes weg.

Gerard verruilt zijn Adidasvest en strakke T-shirt voor een lichtgeel overhemd met ruches. Ton haalt twee paarse colberts met bloemen tevoorschijn en vertelt grijzend. „Ik loop langs een winkel en zie die jasjes hangen. Ik ga naar binnen en kijk: 329 euro per stuk. Ik zeg tegen die verkoper: ‘Zijn dat roebels ofzo? Ik neem twee jasjes mee voor honderd euro. We hebben nog nooit zo veel complimenten voor onze kleding gehad.” De Deurzakkers lachen, de broers behangen zich met serpentines.

„Hebben jullie dat lied al gehoord”, zegt Gerard afkeurend. „Ik ben niet dik maar zwaar geschapen.” Hij schudt zijn hoofd. De Deurzakkers knikken. Die mensen van boven de rivieren begrijpen er niets van, zeggen ze. Een carnavalslied moet niet schunnig zijn, of over bier gaan. Dat is goedkoop en gemakkelijk scoren.

Het is kwart over tien. De Gebroeders Ko moeten bijna op. Ze lopen vast de zaal in. Confettikanonnen blazen, camera’s draaien. „Omdat ie zo mooi is, mooi is…”, galmt het uit de boxen. Een grijze vrouw in Sneeuwwitjejurk wiegt heen en weer, vier puberjongens in boevenpakken zwaaien met hun benen.

Twee meisjes in goudkleurige leggings lopen op de Gebroeders Ko af. Mogen we met jullie op de foto, vragen ze. Natuurlijk, knikken die. Gerard plakt een sticker op hun billen. Klaar? Ton en Gerard steken hun duim omhoog. Klik. Nog meer vrouwen, nog meer foto’s. En op elke plaat die duimen.

Het is tijd. De presentator kondigt ze aan en daar lopen ze. Over de catwalk, naar het podium midden in de zaal. „Daar gaan we”, roept Ton. De orkestband start. En ze zingen: „Mijn oog dat viel op jou. Oh nee, wat is dit nou. Zo’n fijn gevoel met niets te vergelijken…” En als het refrein komt: „En we zingen…” De hele zaal brult: „Schatje, mag ik je foto? Heb je een foto voor mij.”