Ook de stilte kun je horen

Luc Tuymans plaatst het alledaagse leven naast de verschrikkingen van de recente geschiedenis.

Museum Bozar in Brussel eert hem met een retrospectief.

Een van de kortere verhalen van Roald Dahl gaat over de angstige bevalling van een Duitse vrouw. De vorige drie kinderen die ze baarde, waren allemaal gestorven. Dahl zorgt dat je als lezer meeleeft, hopend dat dit kindje alsjeblieft wel gezond ter wereld komt. Gelukkig: het jongetje leeft. Op dat moment in het verhaal spreekt de dokter voor het eerst de moeder aan bij haar naam: Frau Hitler, hoe gaat dit jongetje heten? Haar antwoord: Adolf.

Een vergelijkbaar effect treedt ook op bij de schilderijen van de Belgische kunstenaar Luc Tuymans (1958). Zijn fletse beelden zien er vrij onschuldig uit. Maar dat is bedrog. De niet zelden sinistere clou kun je soms uit de titel halen, vaker nog moet je een zaaltekst of catalogus raadplegen. Brussel is de eindstop van een tentoonstellingstournee die eerst door de Verenigde Staten reisde. Daar werd Tuymans door velen ontvangen als de grootste Europese schilder van nu – eindelijk een man die onze wereld begrijpt en die nog weet te verbeelden ook.

De tentoonstelling is samengesteld door twee Amerikaanse curatoren, die het Tuymans verboden om zich te bemoeien met hun selectie. Met zijn tweeën reisden ze de wereld af naar zijn collectioneurs. Ze kozen vijfenzeventig van de vijfhonderd werken die Tuymans in de afgelopen dertig jaar schilderde. Die presenteren ze ouderwets chronologisch en dat werkt uitstekend. Zo zie je hoe Tuymans steeds weer dezelfde thema’s beetpakt: het oppervlakkige leven van alledag, naast de verschrikkingen van onze recente geschiedenis. Daarin schuwt Tuymans weinig.

Zijn eerste grote thema was de Holocaust. Een mat schilderijtje uit 1986 toont de contouren van een lang gebouw. Het schetsmatige doekje bevat de woorden ‘our new quarters’. Net als in het verhaal van Dahl is er dan nog niets aan de hand – tot je hoort dat het een nageschilderde ansichtkaart uit Theresienstadt is. De nazi’s lieten gevangenen dit soort blije ansichten naar huis sturen om de verschrikkingen van de concentratiekampen te verbloemen.

De andere Holocaustschilderijtjes van Tuymans zijn even flets en geabstraheerd. Een reeks cirkels blijken de ogen te zijn van Roma, door kamparts Mengele geïnjecteerd met blauwe inkt. Telkens verhullen de schilderijen hun ware aard en heb je nadere uitleg nodig. Daardoor hangt een onuitgesproken dreiging door de hele tentoonstelling. Als je vier schilderijen over de Holocaust ophangt, dan is het vijfde werk (een knoopsgat, inpakpapier) vanzelf verdacht. Of is het doodgewone burgerleven van alledag vanzelf schuldig, in deze wereld vol kwaad?

De Holocaust kun je niet verbeelden en Tuymans weet dat. Geen beeld kan die realiteit zelfs maar benaderen. Een zaaltekst in het museum haalt Elie Wiesel aan, die zei dat een extra woordenboek nodig is om de Holocaust te beschrijven. Die onmacht geldt ook voor beelden: als gruwelen niet uit te drukken zijn, laat ze dan weg. De geabstraheerde schilderijen van Tuymans zijn dan ook akelig leeg en stil. Ook stilte kun je horen, zegt Tuymans, en de stilte in zijn tentoonstelling is beklemmend.

Tuymans wordt wel vergeleken met de historieschilders uit de kunstgeschiedenis. Bijbelse en mythologische verhalen (‘historiën’) werden verbeeld met moraal, drama en gevoel voor psychologie, in een beeldtaal vol symboliek die iedereen kon lezen. Nu elke kunstenaar vrij is om zijn eigen pad te bepalen, is die universele schildertaal verdwenen. Maar de media hebben wél een beeldtaal die iedereen begrijpt.

Daarom combineert Tuymans kunstgeschiedenis met de onverschillige mediablik van de eenentwintigste eeuw. Zoals televisie gruwelbeelden afwisselt met reclame, ontvouwt zich in zijn werk in de dagelijkse details een wereldbeeld: een van onverschilligheid en gemakzucht. Omdat wij maar flarden zien, schildert hij ook maar flarden – in het vaalblauwe palet van een beeldscherm.

Tuymans zegt van Manet te lenen, maar roept eerder associaties met Monet op. Hoe Tuymans een Oost-Europese kerk schilderde, lijkt op hoe Monet de kathedraal van Rouen ving in veranderend daglicht. Tuymans heeft natuurlijk geen interesse in daglicht. Hij vangt de wereld in het helle licht van beveiligingscamera’s die onze privacy schenden, of in het fletse licht van televisieschermen waar wij zo passief naar kijken.

Tuymans is een hinderlijk intrigerende kunstenaar. Hinderlijk omdat het zo moeilijk is om hem te duiden. Is zijn werk nu juist nederig, met zijn leegtes, of megalomaan, met zijn loodzware thema’s? Als mens komt hij niet heel nederig over. Op de persconferentie sloft hij ongeïnteresseerd over het podium en pulkt onbeschaamd in zijn neus. Later in de tentoonstelling poseert hij met zijn ‘signature pose’: met zijn priemend lichtblauwe ogen staart hij doordringend de vele camera’s in.

Die houding past bij iemand die wordt vergeleken met de historieschilders van weleer. Tegelijk is Tuymans, of althans zijn werk, nederig. Hij zegt dat schilderen, ook zijn schilderen, weinig zoden aan de dijk zet in een tijd dat mensen niet meer de moeite nemen om te kijken. Net als Gerhard Richter schildert hij foto’s na in een waas, wat ze nog vluchtiger maakt. Dat tempus fugit-gevoel krijg je ook bij Tuymans, die de wereld verbeeldt als een verschoten fotoalbum.

Tuymans’ werk is dus een combinatie van onvermogen en ambitie. Zo schilderde hij een foto van Condoleezza Rice na toen hij een hoge diplomaat over haar hoorde zeggen dat ze er leuk uitzag maar ook nog wel wat kon. Geshockeerd door zulk dedain portretteerde hij haar close-up – geen leuk vrouwtje. Volgens de begeleidende teksten lijkt ze hier een keiharde politica. Maar kijkt ze niet juist peinzend?

Over Tuymans, die altijd uitgebreid vertelt, zijn boeken vol geschreven. Maar toch, zo open als hij is, krijg je net als bij Linda de Mol en Oprah Winfrey het gevoel dat die openhartigheid een pose is. Zou het niet bij zijn boodschap passen om zijn publiek op het verkeerde been te zetten? Alsof hij met zijn raadselachtige beelden wil zeggen: kijk maar eens zelf goed, stelletje luieriken.

Volgens de curatoren vroeg minister-president Kris Peeters waarom Tuymans zoveel meer in het nieuws kwam dan hij. Daarop antwoordden zij dat Tuymans de historieschilder van onze tijd is en ons een visueel equivalent van onze tijdsgeest biedt. Vervolgens schijnt Tuymans Peeters een wedervraag te hebben gesteld: waar hij en de zijnen in godsnaam mee bezig denken te zijn met het om zeep helpen van België. Tuymans spuwt zijn woorden op de persconferentie vol minachting uit. Dan gniffelt hij dat alles toch goed is gekomen en pakt de catalogus: verschenen met lovende voorwoorden van Peeters en de cultuurminister, en onder bescherming van de koningin.

Laat ze gewaarschuwd zijn. Het Belgisch kolonialisme heeft Tuymans al uitgebreid geportretteerd en gefileerd. ‘Pinochet?’ vroegen Amerikanen bij wat het portret van Boudewijn bleek te zijn. Ook schilderde hij al eens de vlag met een Vlaamse leeuw die vuil en vaal halfstok hangt. Als de Belgische machthebbers slim zijn, vormen ze snel een regering. Of ze moeten er klaar voor zijn om door Luc Tuymans te worden bijgezet in zijn historieschilderkunst. Dat wordt geen glorieuze historie.

tentoonstelling

Luc Tuymans. Retrospective. T/m 8 mei in Bozar, Koningsstraat 100, Brussel. Di-zo 10-18u., do 10-21u. www.bozar.be