'Noem ons geen interim-bewind'

In Benghazi in het oosten van het land heerste een bestuurlijke chaos. Leden van een nieuwe coördinerende raad kunnen het zelfs niet eens worden over een naam.

De opstand in Oost-Libië is spontaan begonnen en verloopt chaotisch. Nu worstelen de bewoners met de organisatie van hun gebied dat ze hebben bevrijd na 42 jaar politiestaat onder de Libische leider Moammar Gaddafi.

Tijdens de eerste vergadering van de zojuist gevormde overkoepelende bestuursraad in Benghazi, de een na grootste stad van Libië, loopt iedereen ongehinderd naar binnen. In het lawaai proberen de ongeveer twintig leden een naam voor hun raad te vinden en hun bevoegdheden te bepalen.

Ze komen er niet uit. „Laten we ons dan voorlopige interim-raad noemen”, suggereert Ali al-Maghrabi, geestelijke en hoofd van het comité voor religieuze zaken. „Als we ons maar geen tijdelijke regering van Libië noemen”, werpt een ander raadslid tegen.

Buiten het gerechtshof, het zenuwcentrum van de nieuwe bestuurders in Benghazi, werpen duizenden jongeren een muur van donderend geluid op, met kreten en oproepen aan de bewoners van de hoofdstad Tripoli om Gaddafi te verdrijven.

De hoop op een snelle val van de Libische leider is afgenomen na herhaalde interviews met internationale media waarin Gaddafi duidelijk maakte ieder verzet te zullen trotseren. De noodzaak om het machtsvacuüm te vullen neemt toe. Het succes van Gaddafi was de vernietiging van iedere ideologie en politieke stroming, de oppositie onder zijn regime is totaal gefragmenteerd.

Overgelopen ministers van de Libische leider melden zich in het oosten in de hoop een rol te kunnen spelen in een nieuw regime. In zijn geboorteplaats Al-Bayda kondigde ex-minister van Justitie Mustafa Mohamed Abud Ajleil eerder deze week een tijdelijke regering voor Libië af. Maar hij werd onmiddellijk teruggefloten door andere opposanten en nu leidt hij alleen nog de voorlopige bestuursraad van Bayda.

„We moeten heel voorzichtig zijn met het vormen van een alternatieve regering”, zegt geestelijke Ali al-Maghrabi. „Gaddafi heeft ons er al van beschuldigd dat wij Oost-Libië willen afscheiden. We moeten hem niet in de kaart spelen. Bovendien zijn er ook bevrijde steden in het oosten waarmee we nog geen contact hebben kunnen leggen. Alle coördinerende interim-raden in de steden moeten hun acties gaan coördineren om te overwegen of we een interim-regering willen vormen”.

In die bestuurlijke chaos heeft zich ook de ex-minister van Binnenlandse Zaken Abdel Fattah Younes al-Abidi als leider aangeboden. Ali al-Maghrabi zwaait driftig met zijn handen. „Nee, hem willen we niet. We laten hem ongemoeid, maar hij mag zeker geen functie bekleden. Hij heeft bloed aan zijn handen, zoals zoveel van Gaddafi’s vroegere medewerkers die zich nu bij ons melden.”

De rekrutering van jongeren die willen gaan vechten in Tripoli is in volle gang. Overal in de stad melden jongeren zich voor het geplande offensief richting hoofdstad, vele honderden kilomerters verderop. Generaal Ahmed Saad al-Gataani leidt het militaire comité dat de aanval op de hoofdstad moet gaan leiden. Gisteren dacht hij nog een onafhankelijk comité te leiden, vandaag kreeg hij te horen onder het gezag te staan van de burgers van de coördinerende interim-raad van Benghazi.

Voorzitter van die raad is de gerespecteerde zakenman en intellectueel Salel al-Ghazal. Hij bracht enkele jaren in de gevangenis door wegens zijn verzet tegen Gaddafi. Zijn reputatie is onomstreden.