Milou van Rossum: ‘mode is meer dan alleen kleren kopen’

Milou van Rossum in Milaan afgelopen najaar.
Milou van Rossum in Milaan afgelopen najaar. Foto Team Peter Stigter

Milou van Rossum is sinds deze maand als moderedacteur verbonden aan NRC Handelsblad. De overstap van de Volkskrant naar NRC kwam op een goed moment. De nieuwe lifestylebijlage Lux, die onderdeel wordt van een geheel vernieuwde zaterdagkrant (vanaf 12 maart), wordt de vaste basis voor Van Rossum. En zij wil op haar beurt “de dingen opnieuw uitvinden voor een nieuw publiek”.

Milou van Rossum (45) sluit een loopbaan van twaalf jaar af bij de Volkskrant en werkte daarvoor bij HP/De Tijd.

Twaalf jaar modeshows en nog steeds niet uitgekeken?

Ja, dat is heel wonderlijk. In december vorig jaar had ik een paar weken modepauze. Maar toen ik bij een show zat had ik meteen weer de neiging om te zeggen wat ik ervan vond. Ik heb elf jaar fulltime mode gedaan en ik kan bij een show nog steeds opwinding voelen.

Vanwaar de overstap van de Volkskrant naar NRC?
Ik had behoefte aan een nieuwe plek, een andere omgeving. Ik wil de dingen gaan uitvinden voor een ander publiek. Ik heb vanaf dag één bij Volkskrant Magazine gezeten en al veel voorbij zien komen. Het is fijn om nu aan de slag te gaan bij een nieuw, vers katern, zonder geschiedenis. Bij NRC is mode geen vast en vanzelfsprekend onderdeel van de krant geweest, maar werd het vooral incidenteel behandeld. In de Volkskrant is het nu een geaccepteerd onderwerp geworden.

Waar krijgt mode ruimte in de krant?
Lux, de nieuwe, puur lifestylebijlage op krantenpapier, wordt mijn vaste basis. Maar mode moet ook gerecenseerd worden op de kunstpagina’s. Mode is meer dan alleen kleren kopen. Het is een grote economie die raakt aan kunst en geschiedenis; het vertelt iets over de tijd en over hoe mensen zich uitdrukken.

Waar staat Nederland op het gebied van mode?
Nederland staat er niet slecht voor. Nederlanders zijn zich beter gaan kleden, er is meer bewustzijn. Daar hebben de grote ketens aan bijgedragen. Als je veel in het buitenland komt dan zie je wel als je terug bent dat er zoiets is als een typisch Nederlandse stijl. Neem bijvoorbeeld de typische Amsterdamse moeder in King Louie. En het bloemenoverhemd met dubbele kraag bij mannen.

Op ontwerperniveau gaat het wel moeilijk. Na Viktor & Rolf en Lucas Ossendrijver (verantwoordelijk voor de mannenlijn van Lanvin red.) zijn er eigenlijk geen echt grote namen meer opgekomen. Al gaat het met Klavers van Engelen en Monique van Heist elk seizoen een beetje beter. Die zijn langzaam maar zeker aan het doorbreken. Ook Iris van Herpen gaat goed. Ze wordt gedragen door veel popsterren. Dus ik heb goede hoop. Nederland is daarnaast erg goed in dingen eromheen, zoals modefotografie. Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin behoren tot de top in de kunst- en modefotografie.

Welke ontwerpers moeten we volgen?
Hyun Yeu. Zijn stijl is elegant en doordacht. Hij start net en is veelbelovend. Ook Erik Frenken doet goede zaken. (Vier jaar lang was Frenken hoofdontwerper bij Viktor & Rolf en Avelon – de voormalige premiumlijn van Blue Blood. Toen Blue Blood failliet ging zette hij Avelon door, MW). Zijn eerste collectie is meteen verkrijgbaar in 35 winkels.

Waarom blijft Nederland wat ontwerpers betreft nog wat achter?
Het probleem van Nederland modeland is dat de thuismarkt te klein is. Die moet je hebben voordat je naar Parijs gaat. Nederland is een groot confectieland – denk aan G-Star en Mexx. De omzet van confectie is twee keer zo groot als in België. Daarnaast bestaat high fashion nog maar kort. Eind jaren tachtig werden de eerste pogingen gedaan en midden jaren negentig kwam het pas echt op gang. High fashion bestaat dus in Nederland nog geen twintig jaar, maar heeft toch al een paar grote namen voortgebracht.

Milou van Rossum blogt op nrc.nl over wat ze ziet op de catwalk en over nieuws en trends uit de wereld van de mode. Volg haar deze week voor verslag van de modeweek in Parijs.