Malta draaischijf voor evacués

Buitenlanders in Libië worden via Malta gerepatrieerd. Ruim 12.000 zijn er al aangekomen. Het vakantie-eiland weet hoe het mensenmassa’s moet verwerken.

Zelfs toen het Britse transportvliegtuig al geland was in de Libische woestijn, wist Ahe nog niet of ook hij mee zou mogen. „De piloot zei dat hij iedereen meenam die geen Libiër was. Maar ik heb geen paspoort meer, dat ligt nog in Tripoli”, vertelt de 54-jarige Jordaniër, die in Libië voor een Brits olieproject werkte. „Gelukkig had ik een fotokopie en kon ik gewoon mee.”

Ook toen hij eenmaal aan boord was van het Hercules-toestel van de Royal Air Force, stond Ahe nog doodsangsten uit. „We zouden een stop maken in Tripoli. Maar toen we de daling hadden ingezet, werden we beschoten. Toen trokken we op en gingen door naar Malta.”

Nu zit Ahe in de cafetaria van zijn hotel op Malta hoofdschuddend naar een tv-interview te kijken met Gaddafi’s zoon Seif al-Islam. „Dat gelooft hij zelf toch niet”, becommentarieert hij diens stellige uitspraak dat het regime geen geweld gebruikt tegen demonstranten. „Wat een verschrikkelijke man.”

Ahe is een van de duizenden evacués die de afgelopen week aankwamen op Malta. Hoewel de gewaagde reddingsactie van de RAF internationaal veel aandacht trok, komt het gros van de gevluchte buitenlanders met veerboten en burgervliegtuigen de EU-lidstaat binnen. Het vakantie-eiland (400.000 inwoners) is een belangrijke draaischijf geworden voor buitenlanders die zo snel mogelijk uit Libië weg willen.

Malta kan de onverwachte stroom bezoekers vooralsnog met gemak aan. Het ontvangt jaarlijks zo’n miljoen toeristen. In de afgelopen acht dagen kwamen ruim 12.000 buitenlanders uit Libië aan. Zeker nu het laagseizoen is, heeft Malta genoeg accommodatie en transportmiddelen.

Dat het hoogseizoen door de Libische crisis een paar weken eerder is begonnen, is mooi voor de toeristensector. Al spreken veel eilanders hun afschuw uit over de gewelddadige aanleiding. „Niemand verdient graag aan een gek die op zijn eigen bevolking schiet”, zegt een hotelmedewerker.

De Maltese autoriteiten werken nauw samen met buitenlandse ambassades en bedrijven die hun onderdanen en werknemers terughalen. De ontvangst van de gevluchte buitenlanders in de ferryterminal van Valletta verloopt dan ook uitermate soepel. Als de Griekse veerboot Expres Santorini na een tocht van zeven uur vanuit de Libische stad Ras Lanuf aanmeert, staat op de kade al een klein leger aan diplomaten en consulair personeel te wachten. De westerlingen dragen fluorescerende hesjes met de vlag van hun land.

De Europese en Amerikaanse opvarenden gaan als eerste van boord. Hun namen worden afgevinkt op lijsten en ze krijgen een plastic zak met daarin kaakjes, een flesje water en een pakje sap uitgereikt. Na een korte migratiecontrole gaan sommigen meteen door naar het internationale vliegveld. Anderen gaan eerst naar een hotel om daar te wachten tot de eerstvolgende vlucht vertrekt.

Voor veel westerse evacués is Malta zodoende niet meer dan een korte tussenstop op een lange reis naar huis. Voor de niet-EU-ingezetene is het traject ingewikkelder. In de haven van Valletta liggen ook twee veerboten met Chinese opvarenden. Zij gaan het schip niet af. De Chinese ambassade brengt hen, zodra er een vlucht beschikbaar is, meteen naar het vliegveld.

Thai en Filippijnen krijgen een andere behandeling. Zij mogen de Santorini wel af, na de Amerikanen en Europeanen, maar hen wacht niemand op. De Filippijnse regering heeft één consulair medewerkerster in Malta. Zij is compleet overweldigd door de honderden Filippijnen die de afgelopen dagen op het eiland strandden.

De Amerikaan Eric en de Brit Ian moesten vanaf het olieveld waar ze gestationeerd waren 400 kilometer afleggen tot de kust, vertellen ze bij het verlaten van de veerboot. Dit terwijl de RAF ook hen zou komen oppikken. Ian: „Maar toen die Hercules er was, bleken we een codewoord te moeten noemen. Dat hadden ze nooit met ons afgesproken.”