'Jullie weten dat wij een brandhaard zijn'

Roza Otoenbajeva, interim-president van Kirgizië, wil niet aan de macht blijven. In de regio dreigt chaos, vertelt zij. Ze vroeg gisteren hulp aan de Europese Unie.

Stijgende voedselprijzen, aanhoudend geweld in Afghanistan, oprukkend moslimextremisme en een dreigende burgeroorlog in Kirgizië: de strategische belangrijke regio van Centraal-Azië dreigt in een spiraal van chaos en geweld weg te glijden.

Dat zegt Roza Otoenbajeva, interim-president van Kirgizië, in een vraaggesprek in Brussel. Gisteren en eergisteren was ze daar om alarm te slaan. „We hebben hulp nodig. Ik hoop dat Europa dat begrijpt”.

Tot Centraal-Azië behoren behalve haar land Kazachstan, Turkmenistan, Oezbekistan en Tadzjikistan. Er is volop olie en gas en het gebied wordt steeds belangrijker voor de bevoorrading van de NAVO-macht in Afghanistan. Kunduz, de legerplaats van de nieuwe Nederlandse missie in dat land, grenst aan Tadzjikistan.

Volgens Otoenbajeva is Centraal-Azië momenteel „een van de grote gevarenzones van de wereld”. De regio is al jaren instabiel, maar de problemen zijn nu acuut, somt zij op: Tadzjikistan dreigt een nieuw Afghanistan te worden, in Oezbekistan is de repressie zo hevig dat een uitbarsting van volkswoede onvermijdelijk is. En in haar eigen land dreigen een voedselcrisis en een burgeroorlog. Kazachstan, de lokale grootmacht, is nog stabiel. Maar ook daar broeit het omdat president Nazarbajev steeds onbeschaamder de macht naar zich toe trekt.

Roza Otoenbajeva (60) geldt als bedachtzaam politica. In april vorig jaar werd zij na een opstand tegen oud-president Bakijev aangesteld als waarnemend staatshoofd en sindsdien probeert ze haar land op het pad van de democratie te brengen. Ze begon haar carrière als apparatsjik maar heeft nu tegenwoordig de bijnaam Miss Clean, vanwege haar strijd tegen corruptie. In juni werd, met succes, een referendum georganiseerd over de transformatie naar een parlementaire republiek. Een unicum in de regio, waar alle leiders totalitair zijn. In oktober zijn er verkiezingen, waaraan zij zelf zegt niet mee te doen. Maar voor het zover is, kan haar land en regio in chaos zijn verzonken, vreest zij.

Waar vreest u het meest voor?

„De Centraal-Aziatische landen zijn nu twintig jaar onafhankelijk maar op het gebied van veiligheid zijn ze nog zeer kwetsbaar. Door de activiteiten van de internationale troepenmacht in Afghanistan wordt de regio steeds onveiliger. Het militaire geweld komt steeds dichter bij onze grenzen. Op dit moment zijn overal jihadistische groepen actief. Die wachten op hun kans. Ik ben bezorgd over de zeer poreuze grens tussen Kirgizië en Tadzjikistan, en die tussen Tadzjikistan en Afghanistan.”

Er zijn ook economische problemen.

„Alle landen hebben daarmee te maken. De repercussies van de financiële crisis zijn groot. In Kirgizië kampen we nu verder met een drastische stijging van de voedselprijzen. Met name ons land en Tadzjikistan, de twee armste landen van de regio, lopen economisch grote risico’s. Ons proces van democratische hervormingen is al lastig. De kans is groot dat we niets kunnen doen aan de sociaal-economische problemen. Een humanitaire crisis ligt op de loer.”

Dreigt er burgeroorlog in uw land? De spanningen tussen Kirgiziërs en etnische Oezbeken zijn na het geweld van vorig jaar niet verdwenen.

„We willen zorgen voor gerechtigheid. Iedereen die bij dat geweld betrokken was moet voor voor de rechter komen en verantwoordelijkheid afleggen. Het is belangrijk dat de Oezbeekse minderheid voelt dat de rechtstaat werkt. Zo niet, dan krijg je zeker een crisis. Een die alle kanten op kan slaan. Die spanningen zijn misschien wel de belangrijkste reden voor destabilisatie in Kirgizië.”

Moet Rusland volgens u een rol spelen bij het stabiliseren van de regio?

„Rusland is een strategische partner van Kirgizië. Van elk Centraal-Aziatisch land trouwens. We zitten samen met Rusland in de Collectieve Veiligheid Verdrag Organisatie (CSTO) en de Shanghai Cooperation Organization (SCO), beiden veiligheidsorganisaties. En Rusland staat ons financieel bij.”

Maar Rusland heeft weinig geld. En het heeft eerder juist voor instabiliteit gezorgd. Moskou heeft de opstand tegen oud-president Koermanbek Bakijev aangewakkerd.

„Rusland heeft erkend dat het fouten heeft gemaakt. Tegelijkertijd beseft het dat Centraal-Aziatische landen zijn traditionele en strategische bondgenoten zijn. Rusland ziet bijvoorbeeld de Tadzjieks-Afghaanse grens als zijn eigen grens. Ook voor Moskou komen hier serieuze bedreigingen vandaan.”

Maar kan Rusland voor stabiliteit zorgen?

„We hebben de beperkingen gezien. Vorig jaar, bij het etnische geweld in ons land, vroegen wij Rusland om hulp maar kregen die niet. We hebben toen de les geleerd dat je alleen op jezelf kunt vertrouwen in zo’n situatie. Je hoeft dan van geen enkele natie of organisatie iets verwachten.”

Ook niet van het Westen, zo bleek. De belangen moeten – ook nu – worden veiliggesteld, maar het Westen houdt zich het liefst afzijdig, zo lijkt het.

„Ik kijk daar met gemende gevoelens op terug. Tijdens de crisis was Europa heel streng voor ons. Hoe konden jullie dit nu laten gebeuren, zeiden ze. Jullie noemen jezelf toch modern en democratisch? Maar in Europa wist men al heel lang dat de situatie bij ons desastreus was en elk moment kon ontploffen. De OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, heeft vijftien jaar ter plaatse de ontwikkelingen gevolgd en daar nauwkeurig verslag van gedaan. Die rapporten, vijf, of misschien wel tien in totaal, hebben bij alle beleidsmakers op het bureau gelegen. Ik snap wel dat ze in Europa druk zijn met uitbreidingskwesties, maar de Ferghana-vallei [waar het geweld uitbrak, red.] was al jaren een van de potentiële brandhaarden op aarde. En dat wisten ze bij jullie maar al te goed. Jammer genoeg kwam het net tot een uitbarsting toen wij bezig waren een democratie te bouwen en een dictator te verdrijven.”

Wat wilt u van Europa?

„Wij willen hulp. En niet alleen vooraf, maar ook achteraf. We zijn het enige land in de vroegere Sovjet-Unie dat heeft gekozen voor een parlementaire democratie. Als we de dreigende crisis door de hoge voedselprijzen willen overleven, hebben we ook geld nodig. Want dat hebben we zelf niet. Ik hoop dat Europa dat begrijpt.”