Inkomen is steeds minder relevant, 'cultureel kapitaal' steeds meer

Sociologen zijn het erover eens dat religieuze levensbeschouwing of sociaal-economische klasse steeds minder bepalend zijn voor het stemgedrag. Een seculiere arbeider stemt niet meer automatisch links, confessionele partijen verliezen in rap tempo terrein in het katholieke zuiden. Steeds vaker zijn culturele opvattingen over nationale identiteit, immigratie, vrijheidsrechten en tolerantie doorslaggevend voor de politieke voorkeur. Die opvattingen worden bepaald door ‘cultureel kapitaal’, oftewel opleidingsniveau. Hoogopgeleiden kiezen bijvoorbeeld nauwelijks voor de anti-immigratie partij PVV, maar zijn oververtegenwoordigd bij kosmopolitische partijen als GroenLinks en D66 en vice versa.

Sociologen zien in het toegenomen belang van culturele kwesties een verklaring voor de ‘vlucht uit het politieke midden’. De partijen aan de linker- en rechterflank hebben een duidelijker verhaal over kwesties als immigratie en culturele identiteit dan de middenpartijen CDA en PvdA.

Van invloed is ook de vraag wie zich als winnaar of verliezer van de globalisering ziet. Progressieve kiezers wonen met name in de binnenstad van de universiteitssteden. De PVV wint stemmen in gebieden met een laagopgeleide bevolking, waar sprake is van economische krimp.