Ik was niet boos, maar het was wel vreemd

Tot zijn grote verdriet werd de huidige D66-fractievoorzitter in de Eerste Kamer Hans Engels door zijn partij op plaats zes van de kandidatenlijst gezet. Een gevaarlijke plek, de partij schommelt in de peilingen rond zes zetels. Gelukkig voor Engels, bepalen bij D66 de leden de definitieve lijst. En die schoven hem door naar plaats twee, direct achter lijsttrekker Roger van Boxtel.

Hoe heeft u dat geflikt?

„Ik heb campagne voor mezelf gevoerd met alle moderne communicatiemiddelen die er zijn, behalve Twitter, daar doe ik niet aan. Ik heb alle leden de vraag voorgelegd of mijn inbreng wel gemist kan worden in de nieuwe fractie. Is het verstandig de zittende fractievoorzitter op zo’n lage plek te zetten? De helft van de leden heeft een eigen lijst van acht kandidaten ingediend. Ik stond vaak hoog, op een eerste of tweede plek.”

Was u boos over uw lage positie?

„Boos? Dat viel wel mee. Ik was wel erg teleurgesteld. Het was vreemd. Ik heb nooit signalen gehad dat ik het slecht zou hebben gedaan. Er was geen aanleiding in de spiegel te kijken. Ik verwachtte op plek twee te staan. Of misschien op drie, als men een vrouw op twee wilde. Nadat duidelijk werd dat ik dankzij de leden toch op twee zou komen, ben ik wel wat vaker dan normaal naar de wijnkelder gelopen.”

U zit sinds 2004 in de senaat. Je zou ook kunnen zeggen: tijd voor nieuwe mensen.

„Dat moet je niet overdrijven. Ik zit niet eens twee volledige periodes in de Eerste Kamer. En ik ben de enige kandidaat met recente en relevante ervaring. Ik ben nog lang niet versteend of uitgeblust.”

Oscar Vermeer