Het mooie weer is fijn, maar maakt niets uit

Wat bepaalt de stem van een kiezer? Omgevingsfactoren en neurologische impulsen beïnvloeden ons. Zes factoren die vandaag van belang zijn.

1We stemmen het liefst op de winnaar

Winner takes all. Politicologen wijzen vaak op het mechanisme dat mensen graag stemmen op winnaars – en niet op de verliezers in de peilingen. Dit bandwagon-effect bestond altijd al, maar door toenemende media-aandacht voor verkiezingscampagnes en opiniepeilingen is het effect de laatste decennia groter geworden. Hoe vaker in de pers de nadruk wordt gelegd op zetelverlies, zoals nu bij het CDA – „u staat er slecht voor in de peilingen” – hoe minder mensen op de partij zullen stemmen. Hierdoor beschrijven opiniepeilingen niet alleen trends, maar oefenen ze er ook invloed op uit.

2Regen heeft geen invloed op de opkomst

Fijn als vandaag de zon schijnt, maar voor de opkomst of uitslag maakt het niet uit. Dat slecht weer het stemgedrag beïnvloedt, is een mythe die door het KNMI is ontkracht. Een van de redenen: in Nederland ben je nooit heel ver van een stembureau. Bovendien is het op een regenachtige dag altijd wel een keer droog. 22 januari 2003 was een van de meest verregende parlementsverkiezingen sinds de afschaffing van de opkomstplicht in 1970. De opkomst kwam die dag uit op 80 procent van de kiezers.

3Een dure buurt stemt rechtser

Anders dan het weer is de woonplaats wel van invloed op het stemgedrag. Als het gaat om geografische spreiding van politieke voorkeuren, zijn veel clichés waar, bleek in juli 2010 uit onderzoek van deze krant. Mensen in dure buurten stemmen VVD. In wijken met veel gezinnen wordt CDA gestemd. GroenLinks-stemmers wonen dicht op elkaar. En D66’ers zijn vaak alleenstaand. PaarsPlus (VVD, PvdA, D66 en GroenLinks) trok vooral kiezers in en rond universiteitssteden.

4‘Cultureel kapitaal’ is belangrijker dan inkomen

Sociologen zijn het erover eens dat religieuze levensbeschouwing of sociaal-economische klasse steeds minder bepalend zijn voor het stemgedrag. Een seculiere arbeider stemt niet meer automatisch links, confessionele partijen verliezen in rap tempo terrein in het katholieke zuiden. Steeds vaker zijn culturele opvattingen over nationale identiteit, immigratie, vrijheidsrechten en tolerantie doorslaggevend voor de politieke voorkeur. Die opvattingen worden bepaald door ‘cultureel kapitaal’, oftewel opleidingsniveau. Hoogopgeleiden – ook die met een laag inkomen – kiezen bijvoorbeeld nauwelijks voor de PVV, ze zijn oververtegenwoordigd bij kosmopolitische partijen als GroenLinks en D66.

Sociologen zien in het toegenomen belang van culturele kwesties een verklaring voor de ‘vlucht uit het politieke midden’. De partijen aan de linker- en rechterflank hebben een duidelijker verhaal over kwesties als immigratie en culturele identiteit dan de middenpartijen CDA en PvdA.

Van invloed is ook de vraag wie zich als winnaar of verliezer van de globalisering ziet. Progressieve kiezers wonen met name in de binnenstad van de universiteitssteden. De PVV wint juist stemmen in gebieden met een relatief laag opgeleide bevolking, waar sprake is van economische krimp.

5Het uiterlijk van een politicus beïnvloedt onze keuze

Het uiterlijk van een politicus bepaalt ongeveer 20 procent van de politieke voorkeur, zeggen psychologen en neurologen. Het brein bepaalt razendsnel – in 100 milliseconden – of een gezicht competent en betrouwbaar overkomt. Achteraf worden daar dan argumenten voor een voorkeur bij bedacht. Politici die meer met de ogen knipperen, en dus zenuwachtiger lijken, worden minder vertrouwd.

Baarden, snorren en bakkebaarden zijn niet aan te raden: politici met veel gezichtsbeharing hebben ‘iets te verbergen’, denkt ons brein. Hoge jukbeenderen, een grote mond en grote ogen maken daarentegen een betrouwbare indruk. Uit Nijmeegs onderzoek bleek dat tweederde van de ondervraagden de aantrekkelijke kandidaat kiest als zij hem nog nooit eerder hebben gezien – ongeacht standpunten en eerder stemgedrag. Vooral kiezers die veel tv kijken en weinig politieke kennis hebben, vallen voor een daadkrachtig uiterlijk.

6Uitkomst van de online kieshulp telt zwaar

Bij de vorige Provinciale Statenverkiezingen, in 2007, werd de Stemwijzer ruim 526.000 keer gebruikt. Hoogleraar Marcel Boogers van de Universiteit van Tilburg deed na de Tweede Kamerverkiezingen in 2006 onderzoek naar de invloed van de Stemwijzer. Gebruikers kregen een enquête voorgelegd, 2.836 vulden hem volledig in. Wat bleek?

Bijna eenderde (31 procent) van de ondervraagden geeft aan dat het stemadvies mede hun partijvoorkeur heeft bepaald. En een op de zes mensen (15 procent) is op grond van het stemadvies zelfs op een andere partij gaan stemmen dan hij of zij eerst van plan was.

Het gevolg in 2006 was dat naar schatting twaalf Kamerzetels van partij wisselden, waarbij met name SP, CDA en PVV profiteerden en de PvdA verloor. Deze bevindingen zijn door de provinciale stemwijzers te vertalen naar de Statenverkiezingen.