Gaddafi wint steden terug rond Tripoli

Opstand in Libië

De aanvankelijk snel oprukkende opstandelingen stuiten nu op harde weerstand van Gaddafi’s troepen. In Tunesië leidt de vluchtelingenstroom tot problemen. Een vertrouweling van Gaddafi vertelt over hem.

De eerste twee weken verbreidde de opstand tegen de Libische leider Moammar Gaddafi zich razendsnel. In een paar dagen viel het hele oosten van het land in handen van opstandelingen en vandaar naderde het verzet de hoofdstad Tripoli in het westen. Gaddafi en zijn zoon Seif al-Islam zeiden tot de laatste kogel te vechten, maar het einde van het regime leek nabij.

Deze week zijn de kansen gekeerd. Gaddafi’s regime hield stand in zijn geboorteplaats, Sirte, en in Tripoli en onmiddellijke omgeving. De afgelopen dagen zijn tegenoffensieven gemeld, en zijn troepen hebben onder andere de strategische bergstad Gharyan heroverd. Sommige opstandelingen hebben gisteren in de oostelijke hoofdstad Benghazi gezegd de hoop te verliezen op de val van het regime. Hun nieuwe, pessimistischer gemoedstoestand blijkt wel uit uitspraken dat misschien moet worden gedacht aan buitenlandse militaire hulp, een idee dat tot dusverre totaal taboe was.

Dat het oosten zo snel van Gaddafi afviel was geen wonder. Het gebied heeft zich vanaf zijn militaire staatsgreep in 1969 tegen hem verzet. De zwakte van het leger speelde ook een rol. Autoritaire leiders als Gaddafi vertrouwen vaak hun reguliere strijdkrachten niet en het Libische leger, 50.000 man van wie de helft dienstplichtigen, is slecht geoefend en bewapend. Troepen liepen zowel in het oosten als elders massaal over na het begin van het protest.

Het regime heeft de beschikking over de veel beter bewapende 32ste Brigade onder Gaddafi’s zoon Khamis en over manschappen van volksmilities, onder leiding van Gaddafi’s zwager Abdullah Senussi. Daarnaast zet het regime Afrikaanse huurlingen in. Deze gehate eenheden, naar schatting 10.000 tot 12.000 man, hoeven weinig genade te verwachten als het regime instort, en zijn daarom relatief betrouwbaar.

In het westen is behalve Ghariyan volgens berichten ook de stad Sabratha, vermaard om zijn Romeinse opgravingen op 100 kilometer ten westen van Tripoli, weer in handen van troepen die loyaal zijn aan het regime. Pro-Gaddafi-eenheden proberen Zawiya, 50 kilometer ten westen van Tripoli, Zintan, 120 kilometer ten zuiden en Misrata, 200 kilometer oostwaarts, te heroveren maar zijn volgens inwoners nog teruggeslagen.

Opmerkelijk was vandaag het bericht dat in het oosten van het land het stadje Brega, waar belangrijke olie-installaties staan, opnieuw wordt gecontroleerd door pro-regime-eenheden. Getuigen in het nabijgelegen Ajdabiya meldden vanochtend luchtaanvallen. BBC-correspondent John Simpson, ter plaatse, meldde dat een konvooi van honderd voertuigen met aanhangers van het regime naar Ajdabiya op weg was.

Tegenover de naar verhouding goed georganiseerde regeringseenheden staat een verbrokkelde oppositie. Gaddafi’s regime heeft door de jaren heen met harde hand elke oppositie de kop ingedrukt; min of meer gestructureerde oppositiegroepen zijn er alleen in het buitenland. Overgelopen generaals en ex-ministers en notabelen die zich plaatselijk hebben aangemeld proberen zich te organiseren, maar berichten uit Benghazi en andere steden in handen van opstandelingen duiden voorlopig vooral op chaos. Aangekondigde marsen op Tripoli bleven nog uit.

Een opposant van een van de coalities die Benghazi proberen te besturen, zei gisteren tegen persbureau AFP dat binnen deze groep nu wordt gedacht aan een verzoek aan het buitenland om een no-fly zone of zelfs luchtaanvallen op strategische doelen, onder het vaandel van de Verenigde Naties. Maar dit onderwerp blijft zeer gevoelig. Een ander lid van de coalitie zei dat „de mensen geen nieuw Irak of Afghanistan willen”.

Seif al-Islam Gaddafi liet gisteren alvast via Sky Televisie weten: „We zijn voorbereid, we zijn niet bang.”