Feestbeest werd atleet werd racist

John Galliano dankt zijn carrière aan het scheppen van deliriums. Hij liet de haute couture opleven.

In zijn jonge jaren was John Galliano (Juan Carlos Antonio Galliano-Guillen, Gibraltar, 1960) een bekend figuur in het Londense uitgaansleven. Midden jaren 80 was de clubavond in Taboo het epicentrum van de Nieuwe Romantiek: een stroming die destijds ontstond in het nachtclubcircuit van Londen. De bezoekers kleedden zich op zijn zachtst gezegd feestelijk: op hun gezicht smeerden ze clowneske make-up, aan hun lichaam hingen ze explosies van vorm en kleur.

Het vormde Galliano’s modehandschrift. Voor de catwalk smeert hij de gezichten van zijn modellen vol gekleurde, blauwe, paarse, felroze, make-up. Zijn kleren voor vrouwen zijn vrouwelijk, romantisch en bijzonder frivool – denk aan grote blouses, meerkleurige capes en voluminieuze jassen. Altijd worden ze begeleid door uitbundige accessoires: hoeden met veren, glinsterende broches en tassen met drukke prints. Samen vormen ze carnavaleske ensembles.

Mannen kleedde hij als moderne gladiatoren met gelaagde kleding: eerst een wollen trui, daarna een metalen gilet en daar overheen een enorme bontjas inclusief torenhoge (bont)muts en/of indianentooi. Daaronder strakke leggings, met daaraan weer een keur aan kettingen, touwen en andere exotische versiersels.

Galliano dankt zijn carrière aan het scheppen van deliriums. Hij vertelde wilde verhalen over prinsessen en ridders (letterlijk te paard); over boselfen en verleidelijke nimfen. Hij vloog een dozijn monniken in, en stuurde hen met zwaaiende zwaarden de catwalk op. Een troep Chinese acrobaten liet hij om een matahari heen fladderen. Als decors gebruikte hij de Parijse opera en het treinstation ‘Gare d’Austerlitz’. Galliano zette een trend. Hij maakt mode zoals Steven Spielberg films maakt: hij gelooft in spektakel, verleiding en extravagantie.

Galliano manifesteerde zich als leider van de bende die de haute couture weer deed opleven. Met resultaat. In 1995 volgde hij Hubert de Givenchy op bij het gelijknamige modehuis. Twee seizoenen later en met vier ‘British Designers of the Year’-bekroningen op zak, werd hij benoemd tot creatief directeur van Christian Dior. Natuurlijk was er ook kritiek. Galliano’s kleren zouden te veel op kostuums lijken. Onder commerciële druk bond hij zijn creativiteit in. Met nu twee modehuizen onder zijn leiding – zijn eigen label en Dior – wisselde hij spektakel af met voor zijn doen ingetogen collecties. De ooit door Christian Dior geïntroduceerde ‘New Look’ (ronde schouders, strakke taille) bracht hij opnieuw ten tonele. Ook als kleermaker was hij een revolutionair. Hij verjongde Diors doelgroep met zo’n 20 jaar.

Het feestbeest werd een atletisch monster. Elke ochtend voor zonsopgang traint hij minstens drie uur lang.

De laatste jaren werden zijn collecties aftreksels van het delirium dat hij ooit vol passie en overgave neerzette. Zoiets eist zijn tol. Zijn wangedrag herinnert aan de wanhoop van zijn collega Alexander McQueen – ook zo’n fantasievolle ontwerper. Die pleegde zelfmoord.

Aynouk Tan

Zap: pagina 18