Eén vrouw kampeert tegen Ali

Hoewel Jemenieten hervorming eisen, worden vrouwen niet geacht mee te demonstreren. Farida Saleh trekt zich daar als een van de weinigen niets van aan.

„Kom mee, in dat tentje zit een vrouw.” Een groep mannen loopt naar het einde van een rij gekleurde tentjes, eentje staat iets apart. De mannen drentelen onzeker om het rode tentje heen, alsof er een gevaarlijk dier in zit. Het is rond half elf ’s avonds en Farida Saleh (48) ligt al bijna te slapen. Saleh is deze dinsdag de enige vrouw die de nacht doorbrengt bij de sit-in voor de universiteit van Sana’a. Uitzonderlijk in Jemen, waar vrouwen niet naast mannen in de bus mogen zitten en waar vrouwen op straat geen mannen mogen aanspreken.

„Ik geloof dat je vrijheid niet krijgt, maar dat je die moet halen”, vertelt Saleh, „ik ben hier om mijn vrijheid te halen. Niet alleen voor vrouwen, voor iedereen. Sinds 1979 is dit land in de ellende gezakt, die hele periode is een verloren periode in onze levens, nu gaan we die periode terugwinnen.” Buiten voor haar tent hebben zich tientallen mannen verzameld, ze maken filmpjes en foto’s. Het is voor hen ondenkbaar dat dit hun vrouw of hun zus zou zijn. Saleh haalt haar schouders op. „Ik ben gescheiden dus dat scheelt, en mijn zeven broers heb ik niets verteld, die zouden woedend zijn.” Saleh is vastberaden, ze blijft hier zitten „tot Ali weg is”. Ali is president Ali Abdullah Saleh.

Farida Saleh is een uitzondering. De meeste vrouwen in Jemen blijven thuis. Vaak omdat ze geen belangstelling voor politiek hebben. Hun leven beperkt zich tot het huis en de – vaak grote – kinderschare. Anderen willen wel, maar mogen niet. Zoals Belqis Mohammed (29), docente. Mohammed komt uit een doorsnee conservatieve familie. „Mijn hart is bij de demonstraties, het systeem moet veranderen. Maar ik kan er niet heen. Ahmed krijgt een rolberoerte als ik erheen zou gaan.” Ahmed is de man van Belqis Mohammed. „En mijn broers hebben gezegd dat als ik de straat op ga, ik het familiehuis niet meer in mag.”

Farida Saleh draagt geen niqaab, de gezichtsbedekkende sluier, alleen een hejab, de doek die het haar bedekt. Ze behoort daarmee tot een kleine minderheid. De meeste vrouwen in Jemen bedekken hun gezicht, alleen de ogen worden vrijgelaten en soms ook dat niet. In ruimtes met veel mannen worden vaak ook de ogen bedekt met een dunne zwarte doek. „Ik hou niet van de niqaab, het is ook geen islamitisch voorschrift. Alleen als ik make-up draag, doe ik de niqaab voor want make-up dragen in het openbaar is wél verboden in de islam.”

Demonstreren is per definitie contactintensief en in Jemen is openbaar lijfelijk contact tussen vrouwen en mannen uit den boze. Toch staan er bij de universiteit van Sana’a een stuk of vijftig vrouwen hun longen uit het lijf te schreeuwen voor een nieuwe toekomst. Ze staan vooraan, om hen heen hebben mannen een cirkel gevormd. Hand in hand maken ze een menselijke ketting om de mannelijke menigte achter hen tegen te houden. Saleh is te spreken over de hulp van de mannen. „Gisteren wilde ik naar de wc in de moskee maar er stonden honderden demonstranten voor de vrouweningang. Toen hebben de mannen hun wc vrijgemaakt en kon ik daarheen.”

Belqis Mohammed schudt haar hoofd als ze het verhaal over de wc hoort. „Haram”, zegt ze, ‘onrein’. Ergens vindt ze zelf ook dat het niet hoort, demonstrerende vrouwen. Ze plukt aan haar zwarte jurk. „Hiermee kun je toch ook niet wegrennen?” vergoelijkt ze de positie van haarzelf en haar seksegenoten. Gympen aan doen? „Haram” zegt Mohammed opnieuw. Veel Jemenitische vrouwen reageren zoals zij. Ze willen wel, misschien, maar zitten in een traditioneel keurslijf waarvan het ondenkbaar is dat te doorbreken. De druk van de familie en omgeving is daarvoor te groot. „Mijn buren zien en horen alles.”

Saleh werkt voor het ministerie van Onderwijs. Ze was onderwijzeres, zette daarna een programma voor kunst- en cultuuronderwijs op en werkt nu als trainster. „Ik word telkens overgeplaatst, promotie krijg ik niet omdat ik weiger lid te worden van de Moatamar, de regeringspartij.” Deze dagen werkt ze niet. „Ze kunnen me toch niet ontslaan, dat is het voordeel van werken bij de overheid”, lacht ze. Ze verdient 250 dollar per maand, bij lange na niet genoeg om haar gezin van te onderhouden. „Daarom werkt mijn studerende dochter naast haar studie.”

Ongeveer 20 procent van de Jemenitische vrouwen werkt. Vaak als lerares, een baan die mannen geschikt vinden voor vrouwen. Maar weinig vrouwen kunnen doen wat ze willen. Dat ligt niet aan de regering, maar aan de ultra-conservatieve maatschappij. „Het zijn de vrouwen zelf die zullen moeten vechten voor hun positie. Zij moeten de traditionele barrières breken, dat doet de regering niet voor ons, deze niet en een volgende ook niet.” Farida Saleh wordt onderbroken door een groepje ongeruste vrouwen dat de tent is binnengekomen. Hun ouders weten niet dat ze hier vandaag zijn en of Saleh denkt dat ze erachter zullen komen. Saleh adviseert ze de niqaab te dragen, dan herkent niemand ze op foto’s.

Rond het middaguur arriveert Reem (22). Reem is de dochter van Saleh, ze is trots op haar moeder. „Ze doet waarin ze gelooft, het is niet niks om de eerste te zijn die hier kampeert. Stel je voor, in een land waar een vrouw niet buitenshuis hoort te slapen, zelfs niet bij vriendinnen.” Reem wil eigenlijk ook niet dat haar moeder naar huis komt. Ze denkt dat het veiliger is in het tentenkamp van de sit-in. „Ze draagt geen niqaab en staat intussen op honderden foto’s. Als ze naar huis komt ben ik bang dat ze onderweg wordt opgepakt.”

’s Avonds na het laatste gebed zit Farida Saleh voor haar tentje. Moe maar blij. Haar twee jongste kinderen zijn vanavond ook naar de demonstraties gekomen. Roua van veertien en Saleh van dertien kruipen tegen haar aan. Er worden grappen gemaakt over president Saleh. De twee jongste kinderen zeggen hem te haten. Waarom weten ze niet precies, ze kijken hun moeder vragend aan. „Waarom was dat ook alweer mam?”