De valkuil van het Deense model

Eind jaren negentig maakte ik een studiereis naar Denemarken, om het Deense model in de praktijk te zien. De hoge participatie van vrouwen en ouderen op de arbeidsmarkt was een toonaangevend voorbeeld voor Nederland. De Denen kenden goede regelingen om werk en privé te combineren en stonden model voor een activerende verzorgingstaat naar Europese snit.

Inmiddels heeft het Deense model een geheel andere betekenis gekregen. Het staat niet meer model voor een nastrevenswaardige participatiesamenleving, maar voor de strengste immigratiewetgeving van Europa. Sinds 2001 gedoogt daar een uiterst rechtse anti-immigratiepartij de conservatieve regering, met als gevolg dat het land duikelt in alle economische statistieken.

In 2010 was Denemarken de grootste daler in de toptien van landen met het meeste concurrentievermogen, omdat het strenge migratiebeleid leidt tot een braindrain van hoogopgeleide mensen.

Toch hebben VVD en CDA vorig jaar ervoor gekozen om Nederland in eenzelfde experiment te storten. PVV-leider Geert Wilders had zijn zaakjes goed voorbereid. Hij kende zijn pappenheimers – die waren nog lang niet klaar om bestuursverantwoordelijkheid te dragen, dus opteerde hij voor de gedoogrol, waarbij hij in navolging van zijn Deense collega’s forse eisen op tafel legde voor een strenger immigratiebeleid, meer veiligheid en een ruimhartige ouderenzorg. In hun kielzog probeert hij successen te claimen en te duiken voor de vaak hoge prijs die zijn eigen achterban daarvoor moet betalen.

Tot nu toe komt Wilders daarmee opmerkelijk gemakkelijk weg. Hij weigert alle debatten en houdt ook zijn lijsttrekker voor de Eerste Kamer thuis als het thema of de omroep hem niet aanstaat, maar de pers is meer dan welkom als de PVV-voorman koffie of een maaltijd serveert in een verzorgingstehuis. Vragen worden uiteraard niet beantwoord en misschien zelfs niet eens meer gesteld – vragen als: hoe moet dat straks met onze ouderen als ze geen handen meer aan het bed hebben, doordat herintredende vrouwen niet meer in de zorg kunnen werken door forse bezuinigingen op de opleidingen of een hoofddoekjesverbod in de streekbus? Hoe moet dat straks met onze ouderen als ze tientallen euro’s per maand moeten inleveren op hun karige pensioen, met instemming van de PVV? Hoe moet dat als ouderen hun vertrouwen in de politiek verliezen, omdat ze zijn afgescheept met halve waarheden?

Laat 2 maart een wake-up call zijn voor de coalitiepartijen in Nederland. Laat hen eindelijk eens de strijd aanbinden met het bekrompen gedachtegoed van de PVV. Zijn eigen achterban is al niet kapot van de steeds schrillere anti-islamretoriek, want Nederlanders blijven een nuchter volk, maar de achterban van de VVD en het CDA moet toch helemaal de wenkbrauwen fronsen over die onnozele complottheorieën. Het zal velen van hen teleurstellen dat hun politieke leiders nauwelijks afstand nemen van dit deel van het gedachtegoed van de PVV.

Des te meer valt het op dat de voormannen van de VVD en het CDA intussen wel complimenten uitdelen aan Wilders, omdat hij zich zo betrouwbaar opstelt als gedoogpartner. Hiermee spelen Rutte en Verhagen gevaarlijk spel. Met hun gebrek aan ideologisch tegenwicht en hun bewieroking van de samenwerking zetten ze hem op nog grotere voorsprong. De PVV zal daar vandaag waarschijnlijk wel bij varen. Het CDA krijgt rake klappen en als de VVD zo doorgaat, zullen ook daar een volgende keer klappen vallen.

Het Deense voorbeeld doet vermoeden dat de wal uiteindelijk toch wel het schip zal keren. Geen land kan zich een structurele terugval permitteren in arbeidsproductiviteit en innovatie, zeker niet nu de vergrijzing voor de deur staat.

Het zou doodzonde zijn als we in Nederland, net als de Denen, jarenlang moeten wachten voordat dit inzicht doorbreekt. Daarom zijn de verkiezingen van vandaag ook zo belangrijk. Mocht u uw stem nog niet hebben gegeven, ga dan in elk geval stemmen!

Jolande Sap is fractievoorzitter van GroenLinks. Zij schrijft beurtelings met Martin Bosma (PVV) en Ton Elias (VVD) deze wisselcolumn.