China bezint zich op zijn rol in de wereld na 'Libië'

Door de Libische crisis beseft China dat er risico's kleven aan buitenlandse investeringen. Hoe kan het zich daar tegen wapenen?

De Arabische opstanden, die in Libië in het bijzonder, heeft China „verrast, geschokt en hopelijk ook wakker geschud’’, zegt professor Zheng Wei, die aan de Centrale Partij School en de Universiteit van Peking risicomanagement doceert aan de toekomstige politieke en economische elite.

Terwijl de ruim 30.000 Chinese werknemers met Griekse passagiersschepen, Chinese vissersboten en Hongkongse koopvaardijschepen uit Libië zijn geëvacueerd is in China onder regeringsadviseurs en commentatoren in de media een discussie losgebarsten over geopolitieke lessen die China zou moeten trekken.

„De autoriteiten in Peking en de Arabische experts waren net zo verrast als iedereen. Les een is dat we beter voorbereid moeten zijn op grote politieke schokken in landen waar we nauwe banden mee onderhouden en waar we voor de aanvoer van grondstoffen van afhankelijk zijn”, zegt Zheng Wei.

De grote Chinese staatsbedrijven die in Libië spoorlijnen, havens, wegen en olie-installaties met een totale waarde van 12 miljard euro aan het bouwen waren hebben grote schade geleden. Chinese bedrijven, werkkampen en materiaalopslagplaatsen zijn geplunderd. Het is onduidelijk of de projecten hervat worden.

„Les twee is dat investeringen die uitsluitend zijn gebaseerd op vriendschapsbetrekkingen met leiders als president Mubarak en kolonel Gaddafi kwetsbaarder zijn dan gedacht. Het zou beter zijn als ze zijn gebaseerd op zakelijke contracten en een breder politiek draagvlak hebben. We ontdekken nu dat de risico’s groter zijn dan gedacht’’, aldus de hoogleraar. Ook investeringen in Angola, Congo, Nigeria, Sierra Leone en Soedan lopen zulke risico’s.

Vijftig procent van de olie die China nodig heeft, komt uit politiek instabiele landen. „We zullen meer moeten doen aan ontwikkelingshulp en het versterken van de economieën van die landen. Onze belangen groeien alleen maar’’, stelt Zheng. De Chinese investeringen in Afrika en het Midden-Oosten zullen in 2015 zijn opgelopen tot 75 miljard euro.

Volgens Wang Suolao, een Midden-Oosten-expert, zal de schade aan niet uitgevoerde contracten oplopen tot 18 miljard euro. „Er is duidelijk een Chinees belang te helpen bij de wederopbouw van deze economieën als de rust is weergekeerd”, meent hij.

Les drie volgens Zheng is een betere bescherming van de Chinese belangen en werknemers in Afrika en het Midden-Oosten. In totaal werken ongeveer een miljoen Chinezen in risicogebieden. „De reddingsoperatie in Libië is zeer succesvol verlopen, maar een volgende keer zijn we niet zo gelukkig’’, denkt Zheng.

De inzet van de Chinese luchtmacht en marine wordt door defensie-experts van het International Institute of Strategic Studies in Londen en door Chinese generaals en admiraals gezien als „een zeer logische ontwikkeling’’ gelet op de groeiende internationale belangen van China Volgens de Chinese generaal-majoor Ji Mingkui zullen de Chinese marine en luchtmacht in de toekomst vaker klaar moeten staan om Chinese onderdanen en belangen te beschermen. Volgens professor Zheng zullen door de gebeurtenissen in Libië de twijfelaars in de top van de CCP over de streep worden getrokken.

Dat er in de hoogste regionen van de CCP een kentering in het denken over de risico’s van de agressieve „trek-de-wereld-in-politie” plaatsvindt, wordt ook in de diplomatieke arena steeds duidelijker. In Libië is gebleken dat nauwe banden met de dictatoriale leider uiteindelijk geen bescherming van Chinese belangen biedt. Eerder al ontdekte China in Soedan dat het steunen van de leider ook contraproductief kan werken.

Voor het eerst heeft China vorige week zonder vertragingsmanoeuvres ingestemd met een resolutie van de VN-Veiligheidsraad waarin een tot voor kort bevriende leider wordt veroordeeld wegens het schenden van de mensenrechten. Doorgaans is China zeer terughoudend met zulke veroordelingen, maar na het uitbreken van de gewelddadigheden had het weinig keus meer.

Behalve met concrete maatregelen tegen Gaddafi en zijn meest directe medestanders stemde China ook in met het verzoek aan het Internationale Strafhof in Den Haag om een onderzoek naar de misdragingen van het Libische regime in te stellen. Ook dat was een novum in de Chinese diplomatie, want China behoort tot de verklaarde tegenstanders van de oprichting van het hof. „Over het geheel genomen moeten we een assertiever buitenlands beleid in de Arabische landen gaan voeren’’, meent professor Wang Suolao.