Belang mishandeld kind niet gediend bij meldplicht artsen

Kindermishandeling melden is geen doel op zich. Zorg dat je als arts in gesprek komt met de ouders en bied hun de helpende hand. Niemand mishandelt zijn kind namelijk zomaar, schrijven Noor Landsmeer e.a.

Zowel huisarts Klokke als Kamerlid Van der Burg (VVD) worstelt met de vraag hoe kindermishandeling moet worden aangepakt (opiniepagina, 17 en 22 februari). Klokke vindt dat de huisarts zich in een te kwetsbare situatie bevindt om te melden. Van der Burg ziet een meldplicht als het ei van Columbus.

Het melden van kindermishandeling is geen doel op zich. Het gaat om de juiste hulp voor het kind en het gezin in nood. Niemand mishandelt zijn kind zomaar. Mishandeling is een teken van problemen en onmacht. Van zorgprofessionals vraagt het een hoge mate van deskundigheid om de zorgen te signaleren en bespreekbaar te maken.

De arts die een kind ziet met overduidelijke verwondingen heeft het gemakkelijker dan de arts die een vermoeden heeft van opvoedkundige verwaarlozing, maar in alle gevallen gaat het erom in gesprek te komen met de ouders, naast hen te staan en met hen te kijken wat nodig is.

Als dit goed lukt, hoeft er geen melding bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) te worden gedaan. Ouders voelen zich dan begrepen en zijn gemotiveerd om iets te doen aan hun problemen. De dokter heeft zijn verantwoordelijkheid genomen en de helpende hand geboden aan dit noodlijdende gezin.

Het kind staat bij dit alles centraal. Dit kan alleen als ouders de arts kunnen vertrouwen en hem niet zien als verlengstuk van anderen. Gedurende dit proces moet de dokter volgens de meldcode voor artsen wel professioneel advies vragen van het AMK. In deze fase gebeurt dit op anonieme basis. Dit wil zeggen dat het AMK niet weet over welk gezin het gaat. Pas als het onvoldoende lukt om de ouders tot verandering van de situatie te bewegen, komt een melding op naam bij het AMK in beeld.

Kindermishandeling vindt meestal plaats achter gesloten deuren. Daar is de arts nooit bij. Hij vaart op signalen die hij waarneemt of die hij van anderen hoort. Het gaat dan om informatie die ouders over hun kind geven, hoe zij over hem praten of om informatie van andere betrokkenen. Dit vraagt om kennis en kunde, om grote inzet en betrokkenheid bij mensen.

Bij kinderartsen, jeugdartsen, ‘vertrouwensartsen kindermishandeling’ en huisartsen wordt op dit moment veel gedaan om deze kennis gedegen over te brengen. Het omgaan met de KNMG-meldcode van 2008 is hiervan een onderdeel. Volgens deze meldcode moet iedere arts die kindermishandeling vermoedt een stappenplan toepassen, als het nodig is door middel van een melding. Het beroepsgeheim staat daarbij niet in de weg. Nietsdoen is geen optie meer. Dit betekent goed hulpverlenerschap. Daartoe is de arts ook volgens de wet verplicht.

Een wettelijke meldplicht daarentegen ontneemt de arts de verantwoordelijkheid om zelf iets te doen, om het gesprek met ouders aan te gaan. Dat is een gemiste kans. Bovendien verhindert een meldplicht het winnen van het vertrouwen van het gezin. Daarmee is het belang van het kind niet gediend. In de meeste gevallen is het belang van het kind het beste gediend met het creëren van een veilige thuissituatie.

Noor Landsmeer, kinderarts, namens de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Henrique Sachse, vertrouwensarts, namens Artsen Jeugdgezondheidszorg Nederland. Joke Meulmeester, vertrouwensarts, namens de Vereniging van Vertrouwensartsen inzake Kindermishandeling.