Zo'n vrouwenquotum is echt niet aan Brussel

Meer vrouwen in de top van ondernemingen is uitstekend, maar probeer dat alsjeblieft niet te regelen op Europees niveau. Eurocommissaris Reding slaat de plank mis met haar idee, stelt Jeanine Hennis-Plasschaert.

Het voorstel van vicepresident Viviane Reding van de Europese Commissie, om in Europa een quotum voor vrouwen in de top van bedrijven af te dwingen, slaat de plank mis. De Europese Unie, met een toch al zo broos draagvlak, is hierbij niet gebaat.

Kritisch staan ten opzichte van elke overheid is een belangrijk leitmotiv voor de VVD. Elke bureaucratie – Rijk, provincie, en ook Europa – heeft de welhaast natuurlijke neiging om uit te dijen en onnodige taken naar zich toe te trekken.

De voortgaande globalisering en internationalisering vragen nadrukkelijk om krachtig Europees handelen. Het is noodzakelijk om de Europese prioriteiten duidelijk op het netvlies te hebben. Dat zijn het verder voltooien van de interne markt, het benutten van schaalvoordelen en de aanpak van grensoverschrijdende problemen – een Europa van kerntaken en, niet onbelangrijk, met oog voor de enorme historische en culturele verschillen tussen de lidstaten.

Europa heeft door de schuldencrisis fors ingeboet aan welvaart. Toekomstige economische groei is vooralsnog omgeven met onzekerheden. De geloofwaardigheid van Europa staat of valt met coherent handelen.

Het voorstel van Reding leidt onnodig de aandacht af van waarover het wel zou moeten gaan – het uitvoeren van de kerntaken en ingrijpen als EU-lidstaten gemaakte afspraken met voeten treden. Dat zij nu op de proppen komt met een Europees voorstel voor wettelijke bindende quota, met als doel dat meer vrouwen zitting nemen in ondernemingsbesturen, getuigt van weinig realiteitszin.

Voorzitter Barroso van de Europese Commissie toonde lef door te zeggen dat hij een vooraf bepaald aantal vrouwen in zijn team wilde opnemen als eurocommissaris. Zo dwong hij EU-lidstaten om verder te kijken dan de gemiddelde mannelijke neus lang is. Daarmee gaf Barroso concreet invulling aan zijn voorbeeldfunctie, maar, let wel, van wettelijke bindende quota voor de aanstelling van vrouwelijke Europese topambtenaren is geen sprake. De vraag is waarom Reding het Europees bedrijfsleven wel hiermee wil opzadelen.

Ik zal niet verhullen dat ook ik mij erger aan de trage opmars van het aantal vrouwen aan de top. Ik ben het ook eens met eurocommissaris Neelie Kroes als zij stelt dat het old boys network het grootste kartel is op deze aardbol, maar kijken wij, als vrouwen, lijdzaam toe hoe het glazen plafond voor ons aan diggelen wordt geslagen, of nemen we die sloophamer zelf ter hand? Elma Drayer lijkt in haar boek Verwende prinsesjes ware woorden te spreken – de luxe van de keuzevrijheid wordt maar al te vaak gebruikt om afhankelijk te blijven. Denken wij in Nederland oprecht dat ‘keuzevrijheid’ het hoogste goed is van het emancipatiestreven en dat vrouwen alleen buitenshuis hoeven te werken als ze daarvan zelf het nut en de noodzaak inzien? Is dat die economische zelfstandigheid waarvoor jarenlang is geknokt? Daar lijkt het soms, en helaas, verdacht veel op.

Hoe dan ook, de EU-lidstaten zijn prima zelf in staat om dit debat verder vorm te geven en om initiatieven te ontwikkelen. De voorgestelde eenheidsworstbenadering van Reding is een verkeerde. De EU moet zich niet bezighouden met dit soort stokpaardjes en al helemaal niet in tijden van crisis. Schoenmaker, hou je bij je leest – een Europa van kerntaken dus, zeker nu.

Jeanine Hennis-Plasschaert is Tweede Kamerlid (VVD).