Zó gek zijn al die rokers nu ook weer niet

Rokers komen steeds meer in de marge terecht.

Dat is niet goed, want daarmee komen we minder in aanraking met de genoegens van het leven.

Roken is ongezond, een feit dat inmiddels encyclopedische status heeft bereikt. Door de lawine van wetenschappelijk onderzoek is roken tegenwoordig een moreel dubieuze activiteit geworden; een gewoonte waar je je eigenlijk voor dient te schamen.

Als samenleving zijn we rokers gaan zien als verslaafden: zieke mensen die geholpen moeten worden en waartegen de samenleving beschermd moet worden. In het Californische plaatsje Belmont in de VS gaan ze hier erg ver in: sinds enkele jaren is het daar verboden in je eigen appartement te roken. Je zou de buren wellicht stankoverlast of zelfs enge ziektes kunnen bezorgen door jouw rook. In Nederland zien we bijvoorbeeld dat rokers op stations bij de rookzuil moeten blijven: de moderne schandpaal, voor iedereen te kijk.

Op allerlei manieren verbannen we rokers naar de rafelranden van de samenleving. Deze moderne leprozen mogen zichzelf op een terras of de parkeerplaats van een kantoorcomplex een shotje nicotine toedienen, als wij er maar geen last van hebben.

Maar zitten er niet altijd twee kanten aan een medaille? De eenzijdige visie op roken die het publieke debat momenteel domineert heeft wat weg van lying by omission (liegen door belangrijke zaken te verzwijgen), onder het mom van volksgezondheid. Sigaar, pijp en sigaret horen niet weggemoffeld in musea thuis, maar bovenop de stamtafel van het publieke debat. Roken gaat namelijk over het leven zelf, een onderwerp dat ons daarom allemaal aangaat.

Rook is altijd onderdeel geweest van de menselijke cultuur. In China verbrandde men moxa, opgerolde bladeren van de Bijvoetplant. Men geloofde dat de rook de circulatie van de levensenergie Qi stimuleerde. Op muurschilderingen is te zien dat Mayapriesters allerlei bladeren rookten als onderdeel van hun religieuze rituelen, ook de Azteken rookten in hun tempels. Afrikaanse waarzeggers rookten allerlei substanties omdat het hen zou helpen in contact te komen met de geesten van voorouders.

Eeuwenlang voelden mensen intuïtief aan dat roken gaat over iets wat groter is dan zijzelf. Tegenwoordig hebben wij geen oog meer voor die boodschap en doen we die af als het magische denken van minder ontwikkelde mensen. Toch is het, bij wijze van gedachte-experiment, interessant hier eens wat langer bij stil te staan. Zouden rokers ons wellicht iets kunnen leren, bijvoorbeeld over onze eigen motieven?

Je hebt tegenwoordig moed nodig om te roken. Je kunt geen sigaret meer uit het pakje halen zonder dat je geconfronteerd wordt met teksten als ‘roken is dodelijk’. Betekent dit dat wanneer je niet rookt je niet dood zult gaan? Waarom worden we gewaarschuwd voor iets wat ons allemaal zal gaan treffen? Het RTL Nieuws haalde op zijn website een studie aan waaruit zou blijken dat roken een half miljoen ‘onnodige sterfgevallen’ per jaar in Europa veroorzaakt. Hadden deze mensen zonder het roken dan het eeuwige leven gehad?

Onze cultuur wordt gekenmerkt door een verheerlijking van jeugd en jeugdigheid. Dit suggereert dat een lang en vitaal leven het belangrijkste ijkpunt voor goed leven is. Ziekte of een ‘te vroege’ dood moeten dan ook koste wat het kost vermeden worden omdat deze afbreuk doen aan het ideaal van een succesvol leven.

Rokers ervaren voordelen van hun gewoonte en kiezen voor genieten in het heden. Ze profiteren van de rituele, transcendente, ontspannende en sociale eigenschappen van roken. De rest van de samenleving kijkt hier met argusogen naar en wordt en passant geconfronteerd met zijn eigen sterfelijkheid.

Door rokers steeds verder naar de zijlijn van de maatschappij te manoeuvreren, komen we minder in aanraking met de kwetsbaarheid, maar ook met de genoegens van het leven. We kunnen gemakkelijker onze illusie van maakbaarheid in stand houden. Het wordt tijd dat we erkennen dat rokers het ons ongemakkelijk maken, omdat ze ons een gevoel van urgentie geven. Het leven is tijdelijk en als je ervan wilt genieten, doe het nu. Rokers dwingen ons om kritisch te kijken naar de keuzes die we maken: „Wat betekent het goede leven eigenlijk voor mij?”

Christianne Vink is docent aan de Universiteit van Amsterdam. Samen met Clemens Vogt schreef ze ‘Holy Smoke’, een boek over de positieve kanten van roken. Beiden roken zelf niet.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Bij het artikel Zó gek zijn al die rokers nu ook weer niet’ (1 maart, pag. 18 en 19) stond geen naam van de illustrator. Dat is Tomas Schats.