'Wij lieten zien wat Gaddafi aanrichtte'

De Libische leider Gaddafi wilde de berichtgeving over de onrust uitschakelen. „Maar tegen mijn apparatuur kon hij niet op.”

Nasser Haddar is de internetrevolutionair van Libië. „Meer dan veertig jaar kon Gaddafi zijn terreur uitoefenen en toch hebben wij er in Benghazi in vier dagen een einde aangemaakt. Weet U hoe dat mogelijk was? Omdat wij konden laten zien wat hij hier aanrichtte, hoe zijn soldaten met zware wapens burgers aanvielen.”

Nasser is een deskundige in computerhardware en satellietcommunicatie. Op een webcam toonde hij de eerste dagen van de opstand rechtstreeks beelden aan de buitenwereld die toen nog nauwelijks besefte wat zich in Benghazi afspeelde.

Direct na de eerste tekenen van de opstand schakelde Gaddafi het internet uit. Libiërs konden niet meer internationaal bellen en buitenlandse tv-stations werden gestoord. De 42 jaar oude Nasser wilde daar iets tegen doen en bijdragen aan de rebellie. Hij wandelde op 16 februari naar het gerechtsgebouw waar de eerste kleine betogingen van mensenrechtenactivisten plaatsvonden. Hij ontdekte een plat dak op een nabijgelegen hoog gebouw.

De volgende dag installeerde hij zich daar met zijn apparatuur en begon met uitzendingen. „Eerst zonden we alleen live beelden van de boulevard uit. Later gebruikten we filmpjes opgenomen op mobiele telefoons die toonden hoe onbewapende burgers werden neergeschoten. We besloten onze standplaats niet langer geheim te houden opdat inwoners hun eigen filmpjes bij ons konden afleveren. Bij mij konden ze hun materiaal uploaden, eerst naar internet, laten naar tv stadions. Gaddafi controleert alle communicatiemiddelen in Libië maar tegen mijn apparatuur kon hij niet op”.

Zijn werk was gevaarlijk, maar Nasser wil geen held worden genoemd. „Iedereen hielp mee, de eerste dagen werkten we met een paar mensen van wie ik zelfs hun namen niet ken. Jongeren kwamen ons beschermen. Ze sliepen op de trappen naar het dak en zeiden dat alleen over hun lijken de soldaten van Gaddafi ons zouden kunnen bereiken. Ik leef nog, vele jongeren zijn gestorven in het bloedbad. Hoe kan ik me dan een held noemen?”

Gaddafi moet woedend zijn geweest toen hij de tv aanzette en afstemde op niet-Libsche stations, overtuigd dat de buitenwereld niets zou weten wat zich afspeelde in zijn hermetisch afgesloten land. „Hij is zich rot geschrokken”, glimlacht Nasser.

De moordpartijen in de hoofdstad gaan door. Wat kan Nasser daar aan doen? „Ik beschikte op mijn kantoor in Tripoli over dezelfde technologie. Maar Gaddafi heeft zijn les geleerd van wat we hier deden. In de hoofdstad laat hij nu de lijken en gewonden meteen van de straten verwijderen, zodat niemand ze kan filmen. Hij wil geen herhaling van wat wij hem hier in Benghazi aandeden”.

In Benghazi functioneert sinds twee dagen het reguliere internet weer. Nasser zit nog het dak. „Voor een datashow via internet. Want de burgers willen weer de waarheid kunnen zien. We zenden er Al-Jazeera op uit”.