Wellink zou president van de ECB kunnen zijn

Terwijl de landen van de eurozone nog lang niet uit de crisis rond de euro zijn, is bovenop alle problemen nóg een heikele kwestie gekomen. Komend najaar eindigt de achtjarige termijn van de president van de Europese Centrale Bank (ECB), de Fransman Jean-Claude Trichet. De opvolgingskwestie leek al beslist totdat de gedoodverfde kandidaat, de Duitse centralebankier Axel Weber, begin deze maand verrassend bekendmaakte zich terug te trekken. Weber was ervan overtuigd dat hij in de eurozone over te weinig draagvlak beschikte voor zijn conservatieve monetaire denkbeelden.

Sindsdien is de zoektocht naar kandidaten in volle gang. De lijst van eisen is terecht fors. Europa’s nieuwe centralebankier moet over een langdurige ervaring beschikken, diepgaande economische kennis bezitten en een flinke statuur hebben in internationale financiële kring.

De Italiaanse centralebankier Mario Draghi voldoet ongetwijfeld aan de profielschets, en wordt gezien als logische opvolger van Trichet. Maar nationaliteit speelt, hoe oppervlakkig dat ook mag overkomen, een rol. Duitsland schiet het grootste deel van de rekening van de eurocrisis voor en vindt dat het aan zet is bij de ECB. Het zal bondskanselier Merkel moeilijk vallen een Italiaan of zelfs een andere Zuid-Europeaan aan haar kiezers te verkopen. Dat Draghi bestuurder was bij de zakenbank Goldman Sachs in de tijd dat die bank Griekenland hielp met complexe transacties haar begrotingstekort te verhullen, kan eveneens tegen hem werken.

Een Duits alternatief voor Weber is er niet nog niet echt. Dat laat de mogelijkheid open een ECB-president te zoeken bij de kleine landen, zoals dat ook bij de oprichting van de ECB in 1998 gebeurde, toen in de Nederlander Wim Duisenberg een compromiskandidaat gevonden werd. Niet Duits, maar wel van een monetaire cultuur die voor Duits kan doorgaan.

Nederland kan die kandidaat leveren, in de persoon van Nout Wellink (67), tot komende zomer president van De Nederlandsche Bank en sinds jaar en dag voorzitter van het invloedrijke internationale G10-comité van centrale banken. Hoewel toezichtskwesties Wellinks binnenlandse autoriteit hebben aangetast, is hij op monetair gebied ervaren, deskundig en onbetwist.

Nederland beschikt over wisselgeld. Het staat onder druk om in het kader van een herschikking van het bestuur van het Internationaal Monetair Fonds zijn vaste zetel bij dat instituut in te leveren of te delen. Daar mag voor de vijftiende economie van de wereld best wat tegenover staan. Het leveren van de nieuwe ECB-president is dan zeker niet kansloos. Dat een Nederlander aan de top zou komen, is niet het belangrijkst. Wat vooral telt is dat daarmee het conservatieve monetaire beleid van de ECB, zoals we dat graag zien, zou worden bestendigd.