'We moeten laten zien dat protesteren modieus is'

Een jonge docent wil laten zien dat politiek activisme in Rusland wel degelijk mogelijk is. Laatste deel van een drieluik over de Russische middenklasse.

Mr. Roman Dobrochotov at a bar with his pipe always. Headline:Russian middle class. Foreign Desk. Article by Michel Crielaars. Photo by Oleg Klimov
Mr. Roman Dobrochotov at a bar with his pipe always. Headline:Russian middle class. Foreign Desk. Article by Michel Crielaars. Photo by Oleg Klimov NRC

Terwijl de rockband zijn instrumenten stemt, trekt Roman Dobrochotov het vest van zijn driedelig pak recht, stopt zijn pijp, klapt zijn laptop open en komt met het recept voor een democratisch Rusland. „Als iedere Rus zich twee à drie uur per week als activist manifesteert, dan heb je binnen drie maanden een geweldloze revolutie”, zegt hij. „Vijftien à twintig procent van de bevolking weet heel goed wat er in Rusland echt aan de hand is en wil het systeem veranderen. Maar ze zijn gedemoraliseerd en pessimistisch geworden of hebben zich aangepast.”

De 27-jarige politiek-econoom en docent aan een onderzoeksinstituut van de Academie van Wetenschappen is een rijzende ster binnen de Russische oppositie. Dat heeft alles met zijn leeftijd te maken. Want de meeste andere oppositiepolitici torsen een besmet verleden uit de jaren negentig met zich mee.

Als leider van de beweging Wij, die niet meer dan honderd actieve leden telt, organiseert Dobrochotov regelmatig ludieke protestacties. Zo verstoorde hij eind 2008 een redevoering van president Medvedev in het Kremlin, door ineens luidkeels te roepen dat de spreker de rechten en vrijheden van de burgers schond. Veiligheidsagenten voerden hem af. „Een paar dagen cel is het maximum dat je voor zoiets krijgt”, zegt hij in zijn favoriete Chinese restaurant, een trefpunt van de jonge Moskouse middenklasse. „En precies dat wil ik duidelijk maken. Want politiek activisme is niet meer zo gevaarlijk als in de Sovjet-Unie, toen je jarenlang in het kamp kon verdwijnen.”

Politicoloog Valeria Kasamara van de Hogeschool voor Economie betwijfelt of hij gelijk heeft. Volgens haar is protesteren nog altijd gevaarlijk. „Dobrochotov kan het zich permitteren”, zegt ze. „Hij studeerde aan een liberale universiteit, waar ze hem vanwege zijn acties niet van hebben afgegooid. Maar op andere universiteiten zijn ze minder tolerant. En als je een baan hebt, kun je worden ontslagen als je aan protestacties deelneemt. In de provincie is dat heel gewoon.”

Dobrochotov is een groot bewonderaar van de voormalige sterdissident Vladimir Boekovski, die ook lid is van Wij en hem heeft geleerd niet bang te zijn. „Als ik mijn eigen activisme vergelijk met dat van hem, voel ik me onbetekenend”, zegt hij. „Drie uur in een politiecel is niets vergeleken bij wat hij heeft meegemaakt.”

De kracht van het huidige regime beperkt zich volgens Dobrochotov tot de passiviteit van de bevolking, die vooral met consumeren bezig is. Veel leden van de middenklasse zijn nog altijd bang die welvaart te verliezen. En precies dat houdt hen tegen nog meer te verlangen, zoals democratie en rechtsbescherming.

Dobrochotov meent echter dat aan die volgzaamheid zo een einde kan komen. „Als de olieprijzen ineens omlaag gaan, laten ze hun steun aan de regering zo varen. En vanaf dat moment kan alles ineens veranderen. Politieagenten hebben me al meerdere keren gezegd dat als we met duizend man demonstreren, ze ons allemaal oppakken. Maar ze zullen niets doen als we met tienduizend man de straat opgaan. En als we met honderdduizend komen opdagen, sluiten ze zich bij ons aan.”

Zijn dagen brengt de vrijgezel Dobrochotov, die met een maandsalaris van 1.500 euro een comfortabel middenklasseleven leidt, door met studeren, doceren, muziek maken, uitgaan, schrijven voor internetkrant slon.ru en aan zijn dissertatie, waarin hij de stelling verdedigt dat Rusland aan een vertrouwenscrisis lijdt, veroorzaakt door een gebrek aan democratie. „Wij kan miljoenen mensen op straat brengen als je ze duidelijk kunt maken dat ze niets te verliezen hebben,” zegt hij. „Ook moeten we aan de jongere generatie laten zien dat het modieus is om te protesteren. Via internet en blogs roepen we hen op aan onze flashmobs en politieke bijeenkomsten deel te nemen. Zo heb je meer invloed dan wanneer je met duizend mensen bijeenkomt.”

Dobrochotov komt uit een intellectueel gezin. Zijn vader is hoogleraar filosofie, zijn moeder was politiek geëngageerd. „Maar van hen heb ik het niet, hoor”, bekent hij. „Wel ben ik gevormd door de buitenlandse pers, die ik op de universiteit begon te lezen. Toen in 2004 de democratie werd ingeperkt heb ik met vrienden de groep ‘Wandelen zonder Poetin’ opgericht, als tegenpool voor de pro-Poetin jongerengroep ‘Wandelen met Poetin’, waaruit de Nasji-beweging is voortgekomen. We waren geïnspireerd door de Oranjerevolutie in Oekraïne en wilden met oranje ballonnen naar het Kremlin wandelen. De ME dreigde ons te arresteren als we met die ballonnen de straat op gingen, dus lieten we ze in onze tassen. Maar toen we bij het Kremlin kwamen, sloten ze ineens de kassa. Eerder hadden ze ook het Rode Plein afgegrendeld. En dat allemaal voor vijftien jongeren met ballonnen in hun tas.”

Sinds die ‘mars’ naar het Kremlin wordt zijn telefoon afgetapt. „De stap van pessimisme en weerzin tegen politieke activiteit naar revolutie is er een van enkele maanden. Daarom probeert de overheid ieder initiatief meteen de grond in te stampen.”

Anders dan veel van zijn vrienden denkt Dobrochotov er niet over naar het Westen te emigreren, zoals jaarlijks zo’n 100.000 jonge, getalenteerde en succesvolle Russen doen. „Ik blijf hier, omdat ik iets wil doen voor mijn land”, zegt hij. „Anders zou ik mezelf een slapjanus vinden. En er is hoop, want de jongeren van 2010 verschillen hemelsbreed van die van de Poetingeneratie. Ze hebben een behoefte aan revolutie.”

De eerder delen van deze serie verschenen op 22 februari en op 26 februari.