Wankel Pharming zoekt naar nieuw kapitaal

De koers van biotechbedrijf Pharming schiet op en neer bij slecht nieuws. Het laat zien hoe afhankelijk het bedrijf van één product is.

Komt het ooit nog goed met biotechbedrijf Pharming, dat ooit wereldvermaard was met zijn genetisch gemodificeerde stier Herman?

De koers gaat al jaren langzaam omlaag, en kelderde de afgelopen dagen verder, met maar liefst een vijfde, naar 15 eurocent. De laatste daling is een gevolg van het slechte nieuws dat Pharming heeft gekregen uit Amerika. De instantie die de toelating voor nieuwe medicijnen regelt, de Food and Drug Administration (FDA), heeft laten weten vooralsnog geen toestemming te geven voor het op de markt brengen van Rhucin, een medicijn waar Pharming al vele jaren aan werkt en waar alle hoop op is gevestigd. Het medicijn is gericht tegen de erfelijk ziekte angio-oedeem, die zich kenmerkt door acute, soms dodelijke zwellingen van de bovenste luchtwegen, de gezichtshuid en andere zachte weefsels.

Volgens analist Jan de Kerpel van de Belgische zakenbank KBC Securities is het besluit van de FDA een harde klap voor Pharming. Toelating tot de Amerikaanse markt had eindelijk de broodnodige omzet moeten genereren. Die blijft volgens De Kerpel nu weer twaalf tot achttien maanden uit. Pharming start een nieuwe aanvullende studie onder vijftig patiënten om extra gegevens te krijgen. Maar redt het bedrijf het nog zo lang? Het verbrandt zo’n 30 miljoen euro per jaar, en de kas raakt langzaam leger. Volgens De Kerpel zal Pharming over een maand of zes op zoeken moeten naar nieuw kapitaal. De analist vraagt zich af of er investeerders te vinden zijn die nog geld willen pompen in dit bedrijf, gezien de wankele status ervan.

Pharming heeft afgelopen oktober weliswaar toestemming gekregen om Rhucin in Europa op de markt te brengen, en het doet dat inmiddels in Denemarken en Noorwegen, maar de omzet daaruit zal niet snel heel groot zijn, verwacht De Kerpel. De Europese markt is lastiger dan de Amerikaanse. Lidstaten geven individueel toestemming voor de marketing van medicijnen, en ze onderhandelen soms lang over de prijs.

Daarbij komt dat Pharming de distributie niet zelf doet, zoals in eerste instantie de bedoeling was. Het bleek te kostbaar om een eigen logistiek netwerk op te zetten. Pharming werkt daarom in Europa samen met het Zweedse Orphan Biovitrum. In ruil levert het een deel van de omzet in.

Verdere tegenvaller is dat er in Europa inmiddels een concurrerend middel op de markt is. In Amerika zelfs twee, zegt De Kerpel. Ook daardoor zal Pharming niet de hele potentiële markt voor erfelijk angio-oedeem kunnen aanboren. De Kerpel schat die markt wereldwijd op 500 miljoen dollar (361 miljoen euro). Volgens hem is er voor Rhucin nog 100 tot 200 miljoen dollar aan omzet te halen – waarvan dan nog wel een deel naar de distributeurs moet. Het is dan wel essentieel dat Pharming toegang krijgt tot de Amerikaanse markt. Maar dan moet het bedrijf het nog een jaar zien te rekken. Haalt het dat?

Het Leidse bedrijf heeft de afgelopen twee jaar al extra kapitaal opgehaald via de uitgifte van aandelen, die het alleen met een fikse korting verkocht kreeg. Het aantal uitstaande aandelen steeg van 91 miljoen in 2008 naar 335 miljoen nu. Kan Pharming dit nog een keer herhalen, met de huidige lage aandelenprijs?

De Kerpel geeft toe dat de biotechsector vol risico’s zit, maar het falen van Pharming ligt ook deels bij het management. In 2001 moest het zijn kroonjuweel (het medicijn pompase) al gedwongen verkopen wegens financieel wanbeleid en hoogmoed. In 2007 zadelde het zich op met een converteerbare lening van 70 miljoen euro. „Een molensteen”, zegt De Kerpel. De nieuwe topman Sijmen de Vries is sinds zijn aantreden in 2008 bijna alleen bezig geweest van die lening af te komen.

Begin dit jaar heeft Pharming wegens geldgebrek ook besloten te stoppen met dochter DNage, het Rotterdamse bedrijf dat in 2006 werd gekocht om de pijplijn met nieuwe medicijnen te vullen.