Vredeshandhavertjes van plastic wereldwijd ingezet

Sinds twee jaar laat ontwerper en kunstenaar Pierre Derks overal ter wereld plastic VN-soldaatjes interveniëren. Waarom, in vredesnaam?

Het hele bataljon van 50.000 soldaatjes komt uit China. Dat neemt niet weg dat ze overal ter wereld worden ingezet. Voor zijn project Miniscule Blue Helmets on a Massive Quest probeert grafisch ontwerper en kunstenaar Pierre Derks (1980) zijn mini-blauwhelmen sinds twee jaar overal ter wereld te verspreiden. Hij geeft ze mee aan reizende vrienden, zet ze zelf neer ze waar hij maar kan, gezekerd met een blauwe tie-wrap. De mini-VN-interventies worden gefotografeerd, de foto’s met coördinaten geupload op een wereldkaart. (zie www.minibluehelmets.com). Zo is als op een stafkaart precies te zien waar de blauwhelmpjes zijn gepositioneerd. Honderden soldaatjes zijn inmiddels uitgezonden, over alle continenten. De geuploade foto’s zijn nu bijeengebracht in een boekje.

We zien de mannen, soms met afgebladderd helmpje, pleinen bewaken, zich verdekt opstellen achter graspollen en stenen, hoog op bergtoppen, in rioolputjes en op strategische brugleuningen. Maar de treffendste foto is misschien toch die van dat soldaatje op een bord eten van Ikea. Achter de gehaktballetjes zit een blauwhelmpje duidelijk diep in de puree. „Dat is een toestand die veel VN-missies heeft gekenmerkt,” geeft Pierre Derks toe. „Maar in het boek schrijven deskundigen ook over het slagen van missies, zoals die in Sierra Leone.” Derks speelde als kind graag met soldaatjes. „Ik maakte landschappen voor ze van papier maché, en speelde veldslagje.” Twee jaar geleden stelde hij een bataljon van 500 soldaatjes op in Delft. Al snel veroverden de soldaatjes meer terrein. Hij kocht er een bataljon van 500 bij, maar het was meteen tijd voor meer. Hij schafte vervolgens een legioen van 50.000 aan in China, en zette vrienden en vrijwilligers in om de helmpjes te verven. „Ik had ze ook met een blauwe helm kunnnen kopen, maar dan alleen als ik er 600.000 zou afnemen. Dat leek me toch wat veel. Bovendien was voor mij het verven ook belangrijk. Van een anoniem stuk speelgoed maak je zo een politiek icoon.”

Nu zijn zijn vredeshandhavertjes overal. Net als bij hun menselijke collega’s – zo’n 100.000 VN-soldaten, meest Bangladeshi, zijn op dit moment uitgezonden, vooral in Congo en Soedan – is de positie van de groene poppetjes verre van eenduidig. Hun sociale kracht is groter dan hun militair mandaat, schrijft VN-voorlichter Susan Manuel over de echte VN-ners in het boekje, en wat dat betekent zie je op de foto’s: de speelgoedsoldaatjes staan schietklaar, maar kunnen eigenlijk niks. Ze worden vanuit het westen over de wereld uitgezet, maar waarom? In vredesnaam? En wanneer is hun missie dan geslaagd? Niemand lijkt het precies te weten. Wat is hun ‘Massive Quest’? De mensen aan het denken zetten? En waarover dan wel? Anders dan in werkelijkheid vertonen de plastic VN’ertjes een opvallende voorkeur voor toeristische locaties: de Eiffeltoren, een strand op Kreta, de kathedraal van Antwerpen, Rockefeller Center in New York, Disneyland Parijs. Veranderen ze daarmee, zoals een van de tekstschrijvers wil, ‘onze veilige omgeving in een potentiële zone van conflict’? Of figureren ze in een vrijblijvend spelletje Stratego? Derks is het om het even. „Ik wil mensen niets opleggen. De VN is een democratisch systeem, Nederland neemt actief deel aan VN-missies. Je kunt het overal inzetten van Miniscule Blue Helmets dus zien als een vorm van directe democratie. Je kunt er ook je veto over uitspreken. Of je kunt er voor de grap aan meedoen. Dit zijn speelgoedsoldaatjes, vergeet dat niet.” Toch was er één effect dat hem verraste: het therapeutische effect dat de miniblauwhelmpjes hadden op een groep veteranen van de Nederlandse VN-missie in Libanon in de jaren zeventig en tachtig. Een veteraan kocht zelf 2.000 soldaatjes en verfde hun helmpjes blauw, een ander nam één klein soldaatje overal mee naar toe. Opgewassen tegen zijn taak lijkt eigenlijk alleen het soldaatje dat in Madurodam het mini-Schiphol bewaakt. Voor de rest ogen de mannetjes nietig, niet opgewassen tegen de complexe, overweldigende omgeving waarin ze zijn gedropt. „Veel soldaatjes staan verdekt opgesteld, achter een steen, om een hoekje,” zegt Derks. Mensen houden kennelijk van hun blauwhelmpje. Er zijn dan ook geen foto’s van gesneuvelde speelgoedsoldaatjes, geen toestanden zoals in Somalië in 1993, waar de bevolking zich tegen de vredessoldaten keerde, noch situaties waarin de blauwhelmpjes zich inlaten met mensenrechtenschendingen of illegale handel in grondstoffen, zoals in werkelijkheid gebeurd is.

Jaarlijks, schrijft VN-voorlichter Manuel, sneuvelen meer dan 100 blauwhelmen bij de uitoefening van hun taak. De speelgoedsoldaatjes liepen evenwel vooral gevaar bij het beschilderen van hun helmen. Derks: „Er zijn er een paar met aanstekers gesmolten.”

Meer over boek en soldaatjes: Pierrederks.nl en Minibluehelmets.com