Vliegverbod Libië omstreden

Opstand in Libië

Kolonel Gaddafi biedt weerstand aan opstandelingen en wereldleiders. Franse premier waarschuwt voor betrokkenheid NAVO bij burgeroorlog. Rebellen in het oosten van het land prijzen internet.

Is de buitenwereld bereid zich militair te mengen in de opstand in Libië? Via een no-fly zone bijvoorbeeld? Daarover wordt heel verschillend gedacht.

Nu de instelling van een no-fly zone boven Libië officieel besproken wordt door de Verenigde Staten en enkele Europese landen, dient een nieuwe fase zich aan in de internationale bemoeienis bij de Libische revolte. Centraal daarbij staat de vraag: zijn de VS en andere landen bereid zich militair te mengen in de krachtmeting die zich nu in Libië voltrekt?

Over die vraag wordt door Westerse landen verschillend gedacht. De Britse premier Cameron zei gisteren in het Lagerhuis dat er plannen gemaakt worden voor een vliegverbod. „Op geen enkele manier sluiten we het gebruik van militaire middelen uit”, zei hij. „We moeten niet toelaten dat dit regime zijn krijgsmacht gebruikt tegen zijn eigen volk.”

Nu is het maken van plannen dagelijks werk voor een militair apparaat als het Britse. Maar de dreigende toon van Cameron verschilde aanmerkelijk van die van zijn Franse collega Fillon, die gisteren meteen zei dat voor een no-fly zone wel een resolutie van de Veiligheidsraad vereist is – „en die kan nu niet verkregen worden”.

In Genève spraken gisteren de Amerikaanse en Russische ministers van Buitenlandse Zaken met elkaar. Hillary Clinton noemde de no-fly zone „een optie die we actief overwegen”. Maar haar Russische collega Lavrov liet er weinig twijfel over bestaan dat Moskou niet enthousiast is over het idee.

Clinton had het „absoluut niet” met hem besproken, „laten we het niet over onnodige ideeën hebben” en laten we ons concentreren op de sancties waartoe de Veiligheidsraad zaterdag besloten heeft, was zijn reactie. Als Rusland, dat een veto heeft in de Veiligheidsraad, tegen de militaire optie is maakt een resolutie daarover geen kans. Ook China heeft, zoals verwacht, gezegd niet warm te lopen voor een vliegverbod.

Overigens gaf Clinton later op de dag een verklaring uit dat diplomatieke en economische drukmiddelen voorlopig prioriteit hebben. En daarmee is de internationale gemeenschap naar de maatstaven van eerdere crisissituaties nogal voortvarend. De Verenigde Staten hebben in aansluiting op de strafmaatregelen tegen Gaddafi’s regime waartoe de Veiligheidsraad zaterdag besloot, meteen dertig miljard dollar aan Libische tegoeden bevroren, meldde het ministerie van Financiën in Washington. Ook de Europese Unie voerde meteen een bevriezing van tegoeden in, een wapenembargo en een reisverbod voor Gaddafi en familie. En aanklager Moreno-Ocampo van het Internationale Strafhof zei dat hij al begonnen was aan een vooronderzoek naar de aanvallen op Libische burgers waar de Veiligheidsraad om had gevraagd. En Duitsland kwam met het idee om openstaande rekeningen aan Libië voor een periode van zestig dagen niet meer te betalen.

Of dergelijke maatregelen veel directe invloed zullen hebben op de uitkomst van de machtsstrijd die nu in Libië wordt uitgevochten, valt zeer te betwijfelen. Maar ook de instelling van een no-fly zone zal de balans niet doen doorslaan, zolang niet duidelijk is dat Gaddafi zijn luchtmacht gebruikt om de opstand neer te slaan. Voor de verhalen dat de Libische leider zijn eigen burgers bombardeert, zijn vooralsnog geen bewijzen.

Over de mogelijke betrokkenheid van de NAVO bij de instelling van een no-fly zone zei de Franse premier Fillon gisteren: „Moet de NAVO betrokken raken bij een burgeroorlog ten zuiden van de Middellandse Zee? Dat is een vraag om wel even bij stil te staan.”

NAVO-chef Rasmussen nam gisteren ook afstand van het idee van een vliegverbod, en zei dat de internationale gemeenschap zich beter kan richten op de maatregelen waarover de Veiligheidsraad het zaterdag eens werd.

Nu de wereld zo duidelijk de kant heeft gekozen van de opstandelingen in Libië, is de vraag hoe ze hen wél effectief kan helpen. Met rechtstreekse militaire inmenging in de strijd zou de revolte alsnog onder de verdenking komen te staan een opzet van het Westen te zijn. Met het huidige pakket maatregelen, humanitaire hulp en mogelijk ook het verstrekken van informatie over de militaire bewegingen van Gaddafi’s troepen, kan het internationale diplomatieke front gesloten blijven.