'Tijgers' verwordt tot allegaartje

Theater

In de tijd van tijgers,

door de Veenfabriek/Paul Koek en Lizzy Timmers. T/m 14 april

In de zaal van Scheltema in Leiden staat een tiental instrumenten en vreemde installaties verspreid. Hier vieren Paul Koek en Lizzy Timmers hun ‘tijgers’, hun helden: schrijvers, componisten. In een losse aaneenschakeling van scènes en nummers komen ze voorbij: onder anderen Alessandro Baricco, John Cage en Alvin Lucier, maar ook de Zuid-Afrikaanse rappers van Die Antwoord.

Koek en Timmers brengen zo een ode aan ‘moeilijke’ kunst, aan de vernieuwing, het experiment, de avant-garde. En ze zoeken, met Baricco, naar de plaats van deze kunst in tijden van populisme. Dat is een mooi streven en inhoudelijk valt In de tijd van tijgers dan ook te prijzen.

Even vormt Barrico’s De Barbaren de rode draad. Zoals wanneer Timmers vertelt over een Chinese Facebook-vriend die op het conservatorium de benodigde instrumenten voor Stockhausens Zyklus zo om zich heen verzamelt dat hij ze kan bespelen als een drumstel. Kijk, dát is Baricco: hier wordt een wat gemakzuchtige, maar frisse en eigentijdse oplossing gezocht voor een artistieke uitdaging.

Helaas vonden Timmers en Koek daarna niet meer zulke anekdotes, op een mooie dialoog tussen Strauss en Mahler na. En dan verzandt de voorstelling in gekke nummers en sketches, waarvan de relatie met het thema onduidelijk is. Waarom hult Koek zich in een half tijgerpak? Hier is de rode draad verdwenen. Daardoor verwordt een uitstekend idee helaas tot een onnavolgbaar allegaartje.