Succeskans stoppen met roken is vooraf in brein te meten

Aan de hersenactiviteit van een roker die gaat stoppen met roken, is af te lezen of hij er in zal slagen om dat vol te houden. Dat stellen Amerikaanse onderzoekers in een online verschenen artikel in Nature Neuroscience, waar onze wetenschapsredactie vandaag over schrijft.

Het gaat hierbij om hersenreacties op persoonlijk gerichte boodschappen die te maken hebben met het roken. De deelnemers kregen die boodschappen te horen terwijl ze in een fMRI-scanner lagen. Met zo’n scanner meten onderzoekers waar in de hersenen de stofwisseling verhoogd is. Na die sessie stopten de deelnemers met roken. Vier maanden later werd gecontroleerd wie er succesvol waren. De sterkte van de activiteit in twee hersengebieden voorspelde vrij goed of ze van de sigaret afbleven.

De persoonlijke boodschappen die de hersenactiviteit opriepen, waren opgesteld na interviews over ieders rookgewoonten en stopwensen. Het waren mededelingen als: ‘Je hebt het idee dat je zus je gaat helpen als je eenmaal bent gestopt.’ Of: ‘Je bent bang dat je er toch een opsteekt als je boos of gefrustreerd bent.’ De hersenactiviteit na niet-persoonlijke info over roken voorspelde niet of mensen met een stoppoging succes hadden. Dat waren mededelingen als: ‘Sommige mensen blijven roken om op gewicht te blijven en hun honger te onderdrukken.’

Ook de reactie op neutrale boodschappen (‘De hoogste golf die ooit op zee is waargenomen was bijna 35 meter hoog’) zei niets over het stopsucces vier maanden later.

De onderzoekers schrijven dat ze voor het eerst een hersenmechanisme hebben gevonden dat ‘echte verandering laat zien in gezond gedrag, na ontvangst van een op de persoon toegespitste gezondheidsboodschap’.

De ruim 90 deelnemers aan het experiment rookten gemiddeld 16 sigaretten per dag. Ze waren allemaal gemotiveerd om te stoppen met roken. Tenminste, ze gaven zichzelf gemiddeld een 9 voor stopmotivatie, op een tienpuntsschaal.

De onderzoekers denken dat het gebruik van informatie van hersenscans uiteindelijk tot betere gezondheidsinterventies kan leiden.