Schietpartij CIA-agent veroorzaakt diplomatieke ramp

Pakistaanse politie escorteert Raymond Davis naar rechtbank. Foto AFP

The New York Times, The Washington Post en persbureau AP hebben op verzoek van de regering verzwegen dat Raymond Davis, een Amerikaan die in Pakistan is aangeklaagd voor dubbele moord, een CIA-agent is. Kunnen we deze media nog wel vertrouwen? En wie heeft er allemaal belang bij de zaak van Davis?

Wat Davis heeft uitgespookt zou zo een scène uit een James Bond-film kunnen zijn. Maar dan wel één zonder winnaars. Eerst de feiten. Op 27 januari kronkelde de 36-jarige Davis met zijn witte Honda Civic door het drukke verkeer van Lahore, de op één na grootste stad van Pakistan. Bij het knooppunt Mozang Chowk stopte hij voor een verkeerslicht. Een motorrijder, met een man achterop, kwam Davis tegemoet en hield halt bij zijn auto.

De lezing van Davis. De passagier van de motorrijder trok een pistool. Een poging tot beroving, aldus de Amerikaan. En daarom schoot hij de passagier neer met een semi-automatisch 9mm Glock-pistool. Uit zelfverdediging. Vervolgens opende Davis het vuur op de motorrijder.

Discutabele zelfverdediging
Ooggetuigen beamen dat, maar waren vooral verbijsterd door wat Davis na het neerschieten van de passagier deed. Hij stapte uit om de wegrennende motorrijder neer te schieten. Uit zelfverdediging iemand in de rug schieten is discutabel. Na het incident liep Davis koeltjes terug naar zijn auto. Via een militaire radio vroeg hij om bijstand en fotografeerde de dode motorrijder Faizan Haider (22) en passagier Muhammed Faheem (26). “Hij was heel rustig en zelfverzekerd”, verklaart een man tegen The Guardian, die in een restaurant aan het kruispunt zat.

De hulp die Davis had ingeroepen arriveerde even later. Dat ging nogal ruw. Een geblindeerde Toyota Land Cruiser, met valse kentekenplaten, stoof over de middenberm, raakte de cosmeticahandelaar Ibad-ur Rehman dodelijk en reed vervolgens door omdat Davis nergens meer te bekennen was.

Verderop dwong Davis, die te voet op de vlucht was geslagen, een chauffeur zijn auto af te staan. Onder dreiging van een pistool. Onderweg naar het Amerikaanse consulaat loosde hij wat spullen: zijn pistool, honderd kogels, messen, handschoenen en een blinddoek. In de Honda Civic vond de politie een betonschaar, telescoop, infraroodlantaarn en een digitale camera met foto’s van installaties langs de grens met India. De vrouw van de motorrijder pleegde later zelfmoord met rattengif.

‘Diplomaat’ met bijzondere uitrusting
Het speculeren begon. De Pakistaanse media suggereerden dat Davis een CIA-agent is, maar president Obama hield vol dat hij “een diplomaat” is en daarom immuniteit voor strafvervolging geniet. De ambassade bevestigde dat in twee verschillende verklaringen. Op 27 januari met de mededeling dat Davis houder van een diplomatiek paspoort is en bij het consulaat in Lahore werkt. En op 3 februari met de verklaring dat hij “een werknemer van de administratieve en technische staf” is van de ambassade. Davis noemt zichzelf een “diplomatieke consultant”. De diplomatieke dekking neemt echter niet de kou uit de lucht. Want wat moet een gewone diplomaat met een James Bond-uitrusting? Dit materiaal brengt hem nu in verband met drones: onbemande verkenningsvliegtuigjes voor militaire doeleinden. Een programma dat veel Pakistanen tegen de borst stuit.

Op 20 februari voerde The Guardian een bron bij de Pakistaanse inlichtingendienst (ISI) op. Davis werkt bij de CIA, zei de bron. En daarvoor bij Blackwater, een controversieel bedrijf dat beveiligingsklussen voor het Amerikaanse leger doet (en nu Xe Services heet). Ook onthulde hij de overeenkomst die de Amerikaanse regering met AP, The Washington Post en The New York Times had gesloten. Niet veel later gaf de VS toe dat Davis van de CIA is.

Een oplossing voor deze rel is nog niet in zicht. Daarom een overzicht van alle partijen en hun belangen.

1. Het belang van Raymond Davis
Als de Pakistaanse rechtbank besluit dat Davis geen immuniteit geniet, riskeert hij de doodstraf. Betogers op straat zijn al in de weer geweest met galgen en brandende poppen. De Democratische senator John Kerry, onderhandelaar namens Obama, probeert Pakistan ervan te overtuigen dat Davis onder de Weense Conventie valt, het verdrag waarin immuniteit voor diplomaten is geregeld. Maar is Davis wel een diplomaat? Experts zijn daar nog niet over uit. En de immuniteit is ook voor echte diplomaten begrensd.

Kerry heeft inmiddels toegezegd dat Davis een strafrechtelijk onderzoek te wachten staat op eigen grond. Een andere manier om Davis uit Pakistaanse handen te redden is een rechtsgang naar het International Gerechtshof (ICJ), in de hoop dat een vonnis de vermeende immuniteit bevestigt en de Amerikaan vrijuit kan gaan. Deze mogelijkheid opperden anonieme Amerikaanse diplomaten in de The Express Tribune, een dochterkrant van The New York Times die in Pakistan uitgegeven wordt.

Davis kan ook nog baat hebben bij een officieus voorstel van Pakistaanse ambtenaren. De uitruil met Aafia Siddiqui, de Pakistaanse die vorig jaar in de VS is veroordeeld tot 86 jaar cel wegens terroristische activiteiten en poging tot moord op haar ondervragers.

Overigens wordt er nog getwijfeld aan Davis’ functie. Is hij wel echt van de CIA, of misschien nog soldaat bij de Special Forces of werknemer van ‘schaduwleger’ Xe, zijn vermeende betrekkingen hiervoor? En mocht hij geheim agent zijn, leeft hij dan niet onder valse naam in Pakistan? Zelfs door Buitenlandse Zaken wordt de naam als incorrect afgedaan.

Voorlopig zit Davis redelijk veilig in voorarrest. Op verzoek van de VS zijn de zesendertig directe bewakers van pistool ontdaan en wordt zijn eten door honden voorgeproefd.

2. Het belang van de Amerikaanse regering
Pakistan is een bondgenoot van de Amerikaanse regering in het bestrijden van terrorisme. Een goede verstandhouding, ook tussen de veiligheidsdiensten van beide landen, is daarom van groot belang. Tegelijkertijd is de samenwerking zeer impopulair bij de Pakistaanse burgers, die de Amerikanen als arrogante imperialisten zien die lak hebben aan lokaal recht. Davis bevestigt hun ‘gelijk’. Een rechtsgang in Pakistan kan mogelijk een geheime missie schaden. Op het hoogste niveau voert Kerry daarom onderhandelingen – dit gaat namelijk niet alleen over het lot van Davis, maar ook over de Amerikaanse belangen in het bestrijden van terrorisme en de afwikkeling van de oorlog in Afghanistan.

3. Het belang van de Pakistaanse regering
Davis heeft al voor een regeringscrisis gezorgd. De Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken werd tot opstappen gedwongen nadat hij heftig stelling had genomen tegen de positie van de VS. Een te meegaande houding kan echter net zo desastreus uitpakken: duizenden demonstranten zijn reeds de straat opgegaan om Davis’ executie te eisen. Verder doen er twee verhalen over de motorrijder en zijn passagier de ronde. Politierapporten wijzen op straatrovers. Maar volgens een anonieme bron van ABC News zijn het geheim agenten van ISI. Zij zouden Davis achterna gezeten hebben vanwege spionageactiviteiten. Als dat zo is, dan begon het drama niet met een beroving, maar met een gevecht tussen twee inlichtingendiensten die formeel elkaars bondgenoot zijn.

4. Het belang van de Amerikaanse media
Op 8 februari verzocht P.J. Crowley, de woordvoerder van Buitenlandse Zaken, The New York Times, AP en The Washington Post om speculaties in Pakistaanse media over Davis’ CIA-connectie te verzwijgen. De naam ‘CIA’ in een Times-artikel zou door Pakistan als een bevestiging van de Amerikaanse autoriteiten opgevat kunnen worden. Dat brengt het leven van Davis in gevaar, betoogde Crowley.

De media gingen akkoord, maar de situatie veranderde toen The Guardian op 20 februari uitpakte met Davis’ CIA-connectie. Crowley verzocht de betrokken journalisten nog een etmaal te wachten met publicatie, zodat de VS een veilige cel voor Davis konden bedingen. Ook daarmee gingen zij akkoord: pas de volgende dag meldde The New York Times dat Davis een CIA-spion is. De regering bevestigde dat.

Waar is de onafhankelijkheid, foeterden lezers. Kwaliteitsmedia die propaganda bedrijven, dat kan toch niet? In een commentaar verdedigde de publieksredacteur van de Times, Arthur Brisbane, de overeenkomst met de regering. “In militaire zaken kun je afwegen of het bereiken van een doel mensenlevens mag kosten. In de journalistiek kan dat niet. Redacteuren hebben niet de bevoegdheid een verhaal te schrijven dat het verlies van een mensenleven rechtvaardigt.” Brisbane citeerde de beroemde onderzoeksjournalist Bob Woodward. “Ooit leerde ik dat humanitaire zaken voor journalistieke gaan.”

Toch voelt de berichtgeving van deze media in retroperspectief ondeugdelijk aan. Want de scheidslijn tussen liegen en verzwijgen is hier heel dun. Zeker als je, zoals The Washington Post, de rubriek Fact Checker inzet voor het Davis-schandaal. De Post becommentarieerde daarin Obama’s ‘diplomaten’-verhaal zonder te melden wat de krant allang wist: dat Davis een CIA-man is.

Of is de CIA een nieuwe cover-up? Voor een nog geheimer commando? Daarover wordt nu druk gespeculeerd. Toch heeft de VS nog het ‘geluk’ dat de aandacht van het publiek momenteel vooral uitgaat naar ongeregeldheden elders in het Midden-Oosten. Maar het is zeker dat de relatie Pakistan-VS een flinke knauw heeft gekregen.

Opmerkingen: steven.dejong@nrc.nl