Provincies bezuinigen ook

De verkiezingen van morgen zijn belangrijk voor de cultuursector. De nieuwe colleges van Provinciale Staten besluiten straks waarop bezuinigd wordt.

Ook in de provincies krijgt de kunstsector het de komende jaren zwaar te verduren. Deze bestuurslaag was tot nu toe goed voor ongeveer 200 miljoen euro aan subsidie voor de kunst- en cultuursector. Dat geld besteedden de colleges van Provinciale Staten onder meer aan de ondersteuning van bibliotheken, cultuureducatie, amateurkunst en cultureel erfgoed. Maar ook individuele kunstinstellingen die de provincies belangrijk vonden voor de regio konden subsidie krijgen.

Die bijdragen zullen de komende jaren minder worden. De provincies hebben per 1 januari 300 miljoen euro minder gekregen van het Rijk en moeten daarom bezuinigen. Alleen Flevoland krijgt, als groeiprovincie, extra geld.

Komende woensdag zijn de verkiezingen voor Provinciale Staten. De colleges die daarna aantreden, nemen de besluiten over de invulling van de bezuinigingen. De politieke partijen volgen daarbij grotendeels dezelfde lijn als in de landelijke politiek. Zo willen VVD en PVV fors bezuinigen op kunst en cultuur.

Zeven van de twaalf provincies hebben al bezuinigingen ingeboekt die in sommige provincies, bijvoorbeeld Noord-Holland, oplopen tot boven de 20 procent. Maar ze weten nog niet precies welke kunstinstellingen ze wel en niet zullen subsidiëren. Dat laten ze grotendeels afhangen van de plannen van staatssecretaris Zijlstra (VVD, Cultuur).

Het Interprovinciaal Overleg (IPO) is bezorgd over Zijlstra’s voornemen om de verdeling van de rijkssubsidies te concentreren in zogenoemde ‘geografische kernpunten’. De staatssecretaris wil dat gezelschappen en publiek elkaar opzoeken door te reizen. Het IPO vreest dat de geografische spreiding van cultuur, een van de kerntaken van de provincies, daarmee in gevaar komt.

Volgens het IPO wil de staatssecretaris de focus richten op negen grotere gemeenten die zich gezamenlijk profileren als de ‘G9 Cultuur’. Naast de vier grote steden zijn dit Eindhoven, Maastricht, Arnhem, Groningen en Enschede.

Het overlegplatform vindt dat er in het hele land een culturele infrastructuur moet blijven bestaan. De provincies vrezen dat kunstinstellingen en gezelschappen omvallen als ze geen rijkssubsidie meer krijgen, en dat heeft grote gevolgen voor een regio. Harry van Waveren, woordvoerder Cultuur namens het IPO, geeft een voorbeeld. „Als het Rijk aan Danshuis Station Zuid, dat in Tilburg gevestigd is, geen subsidie meer geeft, worden drie provincies benadeeld: Brabant, Limburg en Zeeland. Dit dansgezelschap produceert stukken die in het hele zuiden van het land te zien zijn, maar werkt ook samen met amateurgezelschappen in dit deel van het land.”

Het IPO is tegen de focus op negen gemeenten. „Wij zien niet in waarom bijvoorbeeld Eindhoven een streepje voor zou moeten hebben op Tilburg”, zegt Van Waveren. „Als negen steden bij de bezuinigingen op cultuur worden ontzien, moeten andere plaatsen in Nederland bloeden.”