Opstandelingen willen naar Tripoli

In Benghazi is de geestdrift bij de opstandelingen groot. Ze willen opmarcheren naar Tripoli, maar discipline ontbreekt.

In het door opstandelingen gecontroleerde oosten van Libië worden voorbereidingen getroffen voor een militair offensief naar Tripoli. „Valt de hoofdstad niet in een paar dagen, dan moeten we een offensief beginnen”, vertelt generaal Ahmed Saad al-Gataani. Hij staat nu aan het hoofd van een zojuist gevormde militaire raad in Benghazi, de grootste door opstandelingen tegen Gaddafi bestuurde stad.

„Welkom in Vrij Libië. Ik heb me gevoegd bij de revolutie van de jeugd”, zegt hij in een bij de opstand zwaar beschadigd gebouw van het leger in Benghazi. „Het volk moet de macht overnemen in Tripoli. Onze kameraden moeten vechten. Militairen en burgers van Benghazi zullen straks samen naar de hoofdstad marcheren.”

Militairen en burgers lopen in en uit, het ontbreekt geheel aan discipline in zijn kantoortje. De geestdrift aan de zijde van de opstandelingen is groot maar de elitetroepen van Gaddafi zijn beter georganiseerd.

Een medewerker zegt dat de eerste gewapende jongeren vorige week naar Tripoli zijn vertrokken, maar sommigen van hen werden in Gaddafi’s geboortestad Sirte onderweg aangevallen en gedood door soldaten trouw aan de Libische leider. Generaal Gataani bevestigt deze informatie maar heeft geen idee hoeveel slachtoffers er bij dit incident vielen.

Een andere militair weet te vertellen dat drie generaals gisteren naar de oppositie overliepen en onderweg zijn naar Benghazi. Dan komt er slecht nieuws. „We horen over driehonderd huurlingen uit Tsjaad die Gaddafi naar Tripoli heeft laten overvliegen.”

Op een erf langs een hoofdstraat is op Gaddafi’s troepen veroverd militair materieel verzameld. Vrijwilligers sleutelen, olieën en poetsen. Na de reparatie schieten ze als test luchtafweergeschut af. Grote stapels kogels en andere munitie worden in kisten geladen en in een vrachtwagen afgevoerd.

Voor de poort staan jongeren die zich willen aansluiten bij de legermacht voor het offensief richting de hoofdstad. „We zijn er klaar voor”, zegt een soldaat overtuigd, „sommigen van ons zijn al vertrokken. We moeten nu snel in actie komen, want onze broeders worden in Tripoli door Gaddafi vermoord. Misschien heeft hij meer soldaten, maar het volk steunt ons.”

Buiten het erf kijkt Mahmoud Rajab, eigenaar van een keten kantoorboekhandels in Benghazi, met ongeloof toe. „Ik word bang voor een burgeroorlog”, zegt hij met een blik op de jonge rekruten. „Ik ben trots op onze jongeren, maar als de val van Gaddafi nog lang op zich laat wachten kan het fout gaan.”

Hij praat over eenheid onder het volk tegen Gaddafi en ziet ook de tegenstellingen. „Ik denk niet dat stamtegenstellingen tot een scheuring kunnen lijden, maar er bestaat al lange tijd frictie tussen West- en Oost-Libië. Dat onderlinge wantrouwen kan door Gaddafi worden uitgebuit. Als het machtsvacuüm in Libië niet snel wordt opgevuld, voorzie ik grote problemen.”

De veiligheid in Benghazi is ook nog niet verzekerd. Weliswaar zetten burgercomités een bestuur op maar criminelen hebben de vrije hand. Er is geen politiemacht meer en gevangenispersoneel nam de benen.

In een winkel op de 20ste straat in Benghazi zijn allerlei wapens te koop. De prijzen blijken de afgelopen dagen snel gestegen. Een kalasjnikov steeg van beneden de 1.000 tot 1.600 dollar. „Iedereen wil een wapen om zich te kunnen beschermen. Ik vrees voor de veiligheid van mijn familie en ga er morgen ook een aanschaffen”, zegt Mahmoud Rajab.