... maar militair wel mogelijk

Een vliegverbod boven Libië klinkt goed maar het is toch al de vraag in hoeverre het bewind van Gaddafi zijn vliegtuigen nog kan inzetten.

Het instellen van een no-fly zone is een militair instrument dat de VS, Groot-Brittannië en de NAVO eerder hebben ingezet, met doorgaans goed resultaat: vijandelijke vliegbewegingen stokten grotendeels. Toch bleken in de jaren negentig no-fly zones boven Joegoslavië en Irak niet waterdicht. Hoe zou een no-fly operatie boven Libië er uit moeten zien?

De Libische luchtmacht beschikt op papier over honderden gevechtsvliegtuigen. Vooral Russische, maar ook Franse toestellen. Ze kunnen volgens de Amerikaanse denktank GlobalSecurity gebruik maken van veertien grote en tientallen hulpvliegvelden, verspreid over het land. Dat ziet er indrukwekkend uit. Maar de beschikbaarheid en de vliegwaardigheid van al die vliegtuigen zijn dubieus, evenals het moreel van de piloten en het grondpersoneel – zie de desertie van twee Libische Mirage F-1’s naar Malta, vorige week en de, waarschijnlijk, opzettelijke crash van een Soekhoi-22.

Bovendien liggen veel vliegvelden aan de oostgrens. Uitgerekend dat deel is in handen van de opstandelingen. Demonstranten gaven journalisten al rondleidingen langs rijen gestrande MiG-23’s, jachtbommenwerpers die nog van de Sovjet-Unie zijn gekocht. Wanneer luchtpatrouilles de startbanen van het geringe aantal bases in de gaten houden, waarover het regime nog beschikt, komt geen toestel de lucht in.

Zoals boven het voormalige Joegoslavië en Irak bleek, is het volgen van helikopters, die geen kilometers asfalt nodig hebben, lastiger. Juist zij zijn door hun bewapening en lage vlieghoogte geschikt om opstanden neer te slaan – zo toonde Saddam Hussein in 1991 tegen shi’ieten in Zuid-Irak.

Het Pentagon heeft aangekondigd „eenheden rond Libië te positioneren”. Voor een no-fly-zone zou één vliegdekschip, bijvoorbeeld de USS Enterprise die zich nu in de Rode Zee bevindt, volstaan. Wanneer dit voor Libië kruist, kunnen de F-18-E Super Hornet-gevechtsvliegtuigen aan boord een continue Combat Air Patrol (CAP) boven Libische vliegbases uitvoeren. Britse Typhoons, vanaf Cyprus kunnen helpen.

De CAP’s zouden worden gesteund door AWACS-vliegende radarposten en tankervliegtuigen gestationeerd op Italiaanse vliegvelden. Gevechtsvliegtuigen zijn zo volgehangen met sensoren dat verkenningstoestellen als de U-2 niet nodig zijn om troepenbewegingen op de grond te volgen.

Ook de Libische luchtafweer, die is uitgerust met luchtdoelraketten en radargeleide artillerie is een onzekere factor. Volgens het Pentagon wordt het helikoptervliegdekschip USS Kearsarge naar de Middellandse Zee gedirigeerd. Dat is het schip dat tijdens het conflict op de Balkan verantwoordelijk was voor Combat Search and Rescue (CSAR), het redden van neergehaalde of verongelukte vliegers.