Kraanwater verboden

Ik bezoek vaak dezelfde lunchcafés. Dit komt voornamelijk voort uit een vage Cheers-fantasie, waarin je bij binnenkomst door al het personeel zonnig en bij naam wordt begroet en er direct een koffie verkeerd voor je neus staat, „met twee zandkoekjes erbij, precies zoals jij het lekker vindt”. Omdat dit meestal toch niet het geval is

Ik bezoek vaak dezelfde lunchcafés. Dit komt voornamelijk voort uit een vage Cheers-fantasie, waarin je bij binnenkomst door al het personeel zonnig en bij naam wordt begroet en er direct een koffie verkeerd voor je neus staat, „met twee zandkoekjes erbij, precies zoals jij het lekker vindt”.

Omdat dit meestal toch niet het geval is en je na een tijd net iets te vaak dat ene broodje humus met gegrilde groenten hebt gegeten, bezocht ik laatst een nieuwe lunchroom bij mij in de buurt.

Ik ging zitten aan een houten tafeltje waar een grote peper- en zoutmolen op stonden, de vitrine bij de kassa toonde chocoladetaarten en een bak vol roze hartvormige meringues. Er was gekozen voor een Italiaans thema – in strakke, donkergrijze letters werden er panini, dolce en een hele rits soorten caffè aangeboden. Terwijl ik probeerde te ontcijferen wat een panini melanzane precies inhield, kwam er een vrolijk meisje naast me staan. „Hallo”, riep ze. „Wat wil je eten?” Ik bestelde iets waarvan ik hoopte dat het veel kaas bevatte en vroeg daarnaast om een koffie verkeerd. „O ja,” zei ik toen. „En ook graag een glaasje water. Gewoon water uit de kraan.” Het gezicht van het meisje betrok. „Dat mag niet”, zei ze. „We mogen geen glazen water serveren.” Ik keek haar even aan. „Dat is… verboden?” zei ik toen. Ze knikte. „Het enige dat we mogen geven is dit.” Ze liep weg en kwam terug met een miniatuurborrelglaasje gevuld met water. Het had waarschijnlijk net de dorst van een klein uitgevallen dwerghamster kunnen lessen.

Inmiddels was ik een klein beetje geïrriteerd. Ik vind een geen-kraanwater-beleid een van de onsympathiekste regels die een restaurant kan hanteren. We wonen in Nederland. Ons kraanwater is fantastisch. Rond Utrecht komt er letterlijk Bar-le-Duc uit de kraan. Waarom zou ik duur flessenwater-met-bubbeltjes willen als er een paar meter verderop prima zuiver water uit de leidingen stroomt?

Zodra een horecagelegenheid geen kraanwater wil serveren, verandert de zaak voor mij van vrolijk en klantvriendelijk naar gierig en bits (en ook hartvormige meringues vermurwen mij dan niet meer). Dus werd ik er van de weeromstuit een beetje kinderachtig van.

„Nou”, zei ik terwijl ik naar het borrelglaasje wees. „Dan wil ik er daar wel zes van.” Het meisje keek enigszins ongelukkig toen ze zei: „Dat mag ook niet. Je krijgt er alleen eentje bij een kop koffie.”

Toen herinnerde ik me iets: „Wacht… En als ik nou medicijnen moet innemen? Dan is het wettelijk verplicht mij water te geven.” Aarzelend staarde het meisje me aan. „Jazeker”, vervolgde ik triomfantelijk. „Ik denk er net aan. Ik moet nog mijn pillen tegen… roodvonk innemen.” Twee minuten later stond er een glas water voor me op tafel.

Het voelde toch niet echt als een overwinning.