Kom op schat, nog één keertje

Wie denkt onvruchtbaar te zijn, krijgt vaak zonder behandeling toch een kind, blijkt uit een proefschrift.

Het is vaak een kwestie van meer geduld.

Eén op de drie paren die denken dat ze geen kind kunnen krijgen en daarvoor naar de gynaecoloog gaan, krijgt daarna alsnog spontaan een kind, dus zonder toepassing van ivf of een andere bevruchtingstechniek.

Dat zijn er maar iets minder dan de kinderen die wel door een medische ingreep, zoals ivf (een reageerbuisbevruchting) ontstaan. En 28 procent van de paren die vanwege vruchtbaarheidsproblemen hulp zoeken, krijgt uiteindelijk helemaal geen kind.

De cijfers staan in het proefschrift van gynaecoloog in opleiding Monique Brandes, die vorige week in Nijmegen promoveerde. Ze onderzocht het lot van bijna 2.500 stellen die na een jaar vruchteloos proberen via de huisarts naar de gynaecoloog gingen voor vruchtbaarheidsonderzoek en eventuele medische hulp bij het zwanger worden.

Onderzoek naar de lotgevallen van zo’n grote groep paren was decennia niet meer gedaan. Volgens Brandes kunnen gynaecologen de resultaten direct gebruiken: „Er zijn veel meer ‘spontane’ zwangerschappen dan we hadden gedacht.”

Vooral mensen bij wie de onvruchtbaarheid na onderzoek onbegrepen blijft en paren van wie de man een beetje slecht zaad heeft, hebben een goede kans om nog zonder hulp zwanger te worden, vond Brandes. „Na de diagnostiek kan de gynaecoloog die mensen beter adviseren om het nog eens een half jaar tot een jaar zonder behandeling te proberen, als ze tenminste nog jong zijn. Maar bijvoorbeeld bij ernstige mannelijke onvruchtbaarheid kun je beter meteen behandelen.”

Ivf is trouwens niet de medische bevruchtingstechniek die de meeste kinderen oplevert. Van de kinderen die gedurende een vruchtbaarheidsbehandeling verwekt worden, is maar één op de vijf een ivf-kind. Eén op de drie kinderen wordt met behulp van andere vruchtbaarheidstechnieken verwekt.

„Veel mensen denken dat ivf de enige mogelijkheid is om bij vruchtbaarheidsproblemen een kind te krijgen. Dat is dus helemaal niet waar”, zegt Brandes.

Ovulatie-inductie, waarbij bij de vrouw eitjes via een hormoonbehandeling tot rijping worden gebracht, levert bijna net zo veel kinderen. Evenals intra-uterine inseminatie (IUI), waarbij, na een lichte hormoonkuur op het juiste tijdstip zaad van de man in de baarmoeder wordt gebracht.

Van de mensen die uiteindelijk geen kind krijgt na diagnostiek vanwege onvruchtbaarheid, stopt het overgrote deel zelf met de behandeling. De helft van die stoppers houdt er zelfs direct na de diagnose al mee op. Brandes: „Er zijn mensen die de voorgestelde behandeling te belastend vinden, lichamelijk of emotioneel. Ook zijn er paren die alleen wilden weten wat er aan de hand is en die geen behandeling willen. En er stranden natuurlijk ook relaties, al of niet door de spanningen rond die vruchtbaarheidsproblemen.”